Militarisering van de Europese Middellandse Zee grenzen en de Mythe van de Afrikaanse invasie

Auteur: Daniël Verhoeven

Inhoud

Inleiding

Militarisering van de Europese Middellandse Zee grenzen

De oude muur en de nieuwe grenzen

De militaire opbouw (1990-1999)

Escalatie van een grensconflict (1999-2007)

Export van een repressief beleid

De mythe van een Afrikaanse invasie

De ‘pan-Afrikaanse’ migratie politiek van nationalistisch Libië en zijn gevolgen

De klandestiene migranten uit de Sub-Sahara in Marokko

De passeurs groot of klein grut?

Europa verliest zijn geloofwaardigheid en wakkert de xenofobie aan

Referenties


Inleidingunido-jamas-seran-vencido

De Europese politioneel/militaire aanpak van clandestiene migratie is uitgelopen op een humaan debacle. Het aantal bootvluchtelingen dat omkomt aan onze grenzen blijft constant. De behandeling van mensen zonder papieren als tweederangs burgers is een vorm van verdoken staatsracisme. In de nieuwe verblijfswet goedgekeurd door het Belgisch Parlement en gepubliceerd op 24/04/2007 spreekt men nog altijd van het terugdrijven van vreemdelingen die zich aan onze grenzen (transitzone luchthaven, haven) bevinden zonder geldige documenten, dwz een geldig inreisvisum of ander geldig document[1].

Door mensen zonder papieren te behandelen en af te schilderen als criminelen ontneemt men ze in feite alle rechten en stelt men ze bloot aan allerlei vormen van willekeur en uitbuiting (PICUM, 2007a, p. 5). Zo schuift de overheid de verplichting om de mensenrechten van de ‘sans papiers’ te respecteren van zich af.  Niet toevallig heeft geen enkel rijk West-Europees land de ‘Conventie van de Rechten van Migranten en hun Families’ (resolutie 45/158 van de UNO goedgekeurd op 18 December 1990) [2] geratificeerd. In 2006 was de Conventie nog maar door 3 Europese landen geratificeerd, namelijk Azerbeidzjan, Bosnië en Herzegovina en Turkije. Intussen is Albanië erbij gekomen. In de lijst van 37 landen die de Conventie geratificeerd hebben, zal je geen enkel rijk land terugvinden[3].

Bovendien is de restrictieve aanpak van migratie tweeslachtig. Er is een officiële migratiestop terwijl – maar men is daarover heel discreet – in bijna alle landen van de EU terug selectieve recruterings-programmas lopen. De EU is ook bezorgd over zijn positie in de kenniseconomie. Volgens EU commissaris Frattini zit Europa met een imagoprobleem, slecht 5% van de ‘skilled labour’ komt in Europa terecht terwijl de VS 55%  binnenhaalt[4]. Meteen is duidelijk wat de voornaamste bezorgdheid is van de EU-commissie ondanks alle ronkende verklaringen over mensenrechten sociale gelijkheid  en beloftes over het stimuleren van de ecomische ontwikkeling in het Zuiden. Aan de andere kant  is de loonstatus en de sociale status van een aantal jobs zo laag dat ze niet ingevuld geraken. En dan zijn er nog de knelpuntberoepen waar het patronaat voortdurend op hamert. Het geweeklaag over de achteruithollende activiteitsgebied is ook niet uit de lucht. Europa zal moeten kiezen: ofwel trekt men de pensioensleeftijd verder op, tot 70 jaar, ofwel zal men de politiek van zero-migratie moeten verlaten. Meer dan twintig jaar zero-migratie beleid voedt een irregulier economisch circuit waar misbruiken legio zijn. De explosieve groei van irreguliere circuits is een gevolg van deregulatie, delocatie en flexibilisering van de economie die door het neoliberalisme toegejuicht wordt.  Opsporen, opsluiten en terugsturen op chartervluchten van ‘mensen zonder papieren’ is nog altijd het enige antwoord van de overheid op dit probleem.sin-papeles

Begin de jaren 90 is de VS beginnen werken aan een gewapende Amerikaans-Mexicaanse grens. Het budget van de INS (Immigration Nationality Service) steeg van 200 miljoen $ in 1996 tot 1,6 miljard $ in 2005. Het aantal grensbewakingsofficieren werd van 2500 op 12000 gebracht… en wat was het paradoxale resultaat: groei van de migranten populatie zonder papieren, een scherpe verhoging van de kost per gearresteerde illegale oversteker en minder aanhoudingen van illegale overstekers. In cijfers uitgedrukt in 1992 moest men 300$ spenderen per arrestatie, in 2002 was dat al 1700$. Het macabere resultaat 500 doden in 2005.  (Massey, Douglas S., 2005; Sassen, Saskia 2007). Sedert 2003 wordt de Middellandse Zee wel eens de ‘Rio Grande’ van Europa genoemd, de rivier waarin vele Mexicaanse migranten verdrinken bij hun oversteek naar de VS. ‘Fortress Europe’ schat het aantal doden aan de Europese grenzen van 1988 tot 2007 op 9.488[5]. Is dit van hetzelfde laken een broek? In feite wel, maar in Europa ligt het allemaal iets ingewikkelder.

De repressie wordt goedgepraat door het publiek angst aan te jagen. Daarin spelen criminalisering en de catastrofe theorie van een invasie uit het Zuiden de hoofdrol. Als algemene regel kan men stellen dat arbeidsmigranten migreren naar plaatsen waar werk voor handen is.  Kortom de politiek van zero-migratie is hypocriet en creëert meer problemen dan hij oplost. Tegelijkertijd is ons asielbeleid een enorme muizenval geworden, daar waar het de bedoeling was de mensenrechten te doen respecteren, wordt het tegenovergestelde resultaat bereikt. Tussen 2002 en 2007 is het aantal asielaanvragen in Europa gehalveerd. Vluchtelingen, ook al hebben ze redenen om asiel aan te vragen, doen de moeite niet meer. Europa, de wieg van de mensenrechten, heeft zijn laatste beetje geloofwaardigheid verspeeld.

In dit artikel zullen we de complexiteit van de migratie uit Noord-Afrika en het ontstaan van migratie vanuit de Sub-Sahara in kaart te brengen en aantonen dat de repressie contraproductief is. De steeds verder escalerende repressie creëert nieuwe problemen in plaats van er op te lossen. Een fenomeen onderzoeken als klandestiene migratie is niet simpel. Toch worden er massa’s teksten over geproduceerd om de veiligheidspolitiek van Europa te onderstutten. Tijdens ons literatuuronderzoek stootten we op heel wat tegenstrijdigheden zoals cijfers die mekaar tegenspraken, al of niet opzettelijke begripsverwarring enz. Grove veralgemeningen moesten een gebrek aan empirisch onderzoek verbergen. We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat heel wat onderzoekers er zich nogal gemakkelijk vanaf maakten, tabelletjes overnamen uit de media  en van de overheid (Europol, Frontex, andere politiediensten) en kritiekloos kopiëerden zonder enige verificatie. Een ander euvel is dat het onderzoek naar de migratie uit Afrika zich voornamelijk baseerde op enkeites bij degenen die Europa gehaald hebben, dit geeft een totaal verkeerd beeld, want velen halen het niet en blijven in Afrika hangen (Collyer, Michael, 2006). We zullen ons dan ook vooral baseren op onderzoekers die en blijk gaven van een kritische instelling en een gedegen empirische onderbouw. Zoals Hein de Haas opmerkt:

“First, there is still a relative lack of empirical research on this issue. Moreover, the emergent and rich body of empirical literature that has become available in recent years, and which was pioneered by mainly Francophone researchers such as Pliez (2002), Escoffier and Lahlou (2002) and Bensaad (2003), is often ignored in analyses of the phenomenon. Second, most studies are rather uncritical in their use of concepts such as transit, migration, smuggling and trafficking. Finally, most studies tend to be very descriptive, in the sense that they do not embed their empirical analysis into a broader analytical framework drawing on general migration theory.” (de Haas, Hein, 2007)

Wie zich bij gebrek aan empirisch materiaal enkel baseert op politierapporten slaat de bal mis. Ondertussen zijn er echter voldoende veldonderzoeken. De geograaf Ali Bensaad deed zelf de tocht van Agadez naar Dirkou met de Trans-Sahariens. Claire Escoffier die goed was ingebed in de plaatselijke hulporganisaties trok rond in het gebied en bezocht verschillende landen waar migranten vertrokken, doorkwamen en aankwamen. Tussen Januari 2001 en Juli 2002 interviewde ze 321 klandestiene migranten in Rabat. CIMADE trok in Juli 2004 naar Marokko en kon met de ondersteuning van de Association des Amis et familles victimes de l’immigration clandestine (AFVIC) de migranten die zich in de bossen verscholen interviewen in Bel Younes, Gourougo en Oujda. Michael Coyller deed hetzelfde in Oujda, Rabat, Cassablanca en Ceuta tussen November en December 2005. Op basis van deze veldonderzoeken kunnen we een beter beeld krijgen van de realiteit van de migratie. Collyer merkt zelf op dat zijn onderzoek, zoals de andere, misschien wel niet representatief is omdat de migranten niet ‘random’ gekozen zijn, maar ander onderzoek is voorlopig onmogelijk. Het is in alle geval breder dat wat we soms te horen krijgen op basis van 1, 2 of 3 gevallen waarvan we hier de verhalen kennen die dan gemakshalve veralgemeend worden.

Militarisering van de Europese Middellandse Zee grenzen

De oude muur en de nieuwe grenzen

De geschiedenis van de Europese buitengrenzen begint met het afschaffen van de binnengrenzen.  Onderwerpen van de Conventie van Schengen zijn bewaking van de externe grenzen, visa, immigratie, asiel, politiële samenwerking en onderlinge rechtsbijstand. De Conventie  wordt ondertekend in  1990 en zal definitief in voege treden in 1995. Het proces van volledige integratie zal echter zo’n 17 jaar in beslag nemen (1985-2002). Ierland bijvoorbeeld treedt pas in 2002 toe tot het Schengengebied. Het Schengen Informatie Systeem tegen grensoverschrijdende van criminaliteit wordt opgezet.  Ondertussen is men al een tweede versie van dat informatiesysteem aan het brouwen, wat zou moeten operationeel zijn tegen 2008. Dit zal ook biometrische gegevens bevatten.

In de landen van het Schengengebied werkt men sedert de implementatie in 1995 met gescheiden terminals in de luchthavens, een terminal voor EU burgers en een terminal voor de derde landen. 139 landen krijgen visumverplichting opgelegd. De oude grenscontroles tussen EU-landen verdwijnen een na een, maar in plaats daarvan zijn er nu mobiele controles. De grenzen zijn in feite een flink stuk  opgerekt. Het Schengen verdrag stipuleert ook een lijst van 45 landen waarvan de burgers aan de buitengrenzen moeten worden gecontroleerd, waaronder natuurlijk alle landen van Centraal en Oost Europa. Na de val van De Muur wou Europa duidelijk een ‘cordon sanitaire’ tegen het voormalige Oostblok optrekken. Nadat men de burgers van achter het ‘ijzeren gordijn’ jarenlang met open armen ontving en asiel verleende slikt men die ‘gastvrijheid’ nu haastig in. ‘First things first’. Tot  aan het verdrag van Amsterdam (1997) kunnen we niet echt spreken van een geharmoniseerd Europees asiel- en migratiebeleid.

Ook  in 1990 wordt de Conventie van Dublin ondertekend. Hier spreekt men het principe af  dat een asielaanvraag enkel kan aangevraagd worden in het land van aankomst, en dat de beslissing over asiel in dat land geldt voor gans de EU. Deze conventie wordt pas effectief in 1997. Voor het Dublinonderzoek maken de lidstaten gebruik van de EURODAC-databank. In die databank worden de vingerafdrukken van elke asielzoeker opgeslagen. Zo kan via de databank bij de asielaanvraag meteen nagegaan worden of de asielzoeker eerder in een andere EU-lidstaat asiel heeft aangevraagd.

De verdragen van Schengen en Dublin leggen wel de basis van een Europese asiel- en migratiepolitiek, maar zover is men dan nog niet. De klemtoon ligt duidelijk op veiligheid. Voor 1990 waren het de tanks waarvoor we moesten vrezen, nu zijn het de mensen, en dit is in essentie een xenofoob uitgangspunt. Bij de uitvoering van de Schengenconventie  werden de Europese visa voorwaarden voor derde landen vastgelegd en werden de controles aan de buitengrenzen gestandaardiseerd. In principe heeft men een visum nodig vanuit elk niet-EU land.  De voorwaarden waaraan men moet voldoen om een visum te verkrijgen zijn heel streng  en de controle wordt opgedreven. Zo krijgen  vanaf 1995 luchtvaart- en scheepvaartmaatschappijen strenge boetes als ze reizigers meenemen zonder geldig visum. De voorwaarden waaraan men moet voldoen om een visum te verkrijgen zijn gericht op rijke toeristen, niet op vluchtelingen. Zo is men verplicht van een reisverzekering te nemen die een som van 30.000 € dekt voor eventuele repatriëringskosten, moet men een geldige verblijfplaats hebben in het land van bestemming en moet men kunnen bewijzen dat men zijn verblijfkosten zal kunnen dragen, tenzij men op bezoek gaat bij familie. Zelfs een geldig visum garandeert niet altijd dat je toegelaten wordt. Als je bij aankomst geen bewijs van een hotelreservering of ander geldig verblijf kan voorleggen kan het zijn dat je terug op  het vliegtuig in de andere richting gezet wordt.

Het vluchtelingenagentschap van de Verenigde Naties (UNCHR) maakt zich dan ook  zorgen over deze onredelijke visa vereisten aan asielzoekers opgelegd door de landen van de Gemeenschap. Asielzoekers, zijn per definitie vluchtelingen die een gegronde reden hebben om hun land te verlaten, die vervolgd worden en risico’s lopen in hun eigen land. Visa voorwaarden zoals een geldig paspoort, een verblijfsadres in het land  van bestemming, een retourbiljet kunnen dikwijls niet ingevuld worden. Voor iemand die vervolgd wordt ligt dit niet voor de hand. ‘Zelfs het zich begeven naar plaatsen waar visa uitgereikt worden’ kan al gevaarlijk zijn[6].  Een gevolg van de verstrengde visapolitiek en de onmogelijkheid om te vliegen zonder visum is dat migratietrajecten via luchthavens zich deels verplaatsen naar vluchten over het land en illegale trajecten over zee. Een artikel uit 1996 van het Nederlandse bureau Jansens&Jansens geeft goed weer wat de impact was van die maatregelen:

“Door de hele wereld krijgen zee-engten, bergketens en rivieren zo nieuwe namen en nieuwe betekenissen. De Oder- Neisse in Duitsland, La linea in Amerika, de stranden van Italië, de Spaanse enclaves in Marokko. Ze markeren de frontlinies waar dag in dag uit een kat-en-muis gevecht plaatsvindt tussen grensbewakers en migranten. Bij de diverse immigratiediensten worden de wereldkaarten opnieuw ingetekend. Met grote pijlen worden de smokkelroutes en transit-centra aangegeven. Het doet denken aan de stafkaarten waarop vroeger de waarschijnlijke marsroutes van de Rode tankcolonnes stonden aangegeven. Voor de immigratiediensten vertegenwoordigen de migranten ook zo ongeveer hetzelfde gevaar. Dus worden in toenemende mate militaire middelen ingezet: infra-roodcamera’s, warmtesensoren, elektronische afrasteringen, patrouilles, honden, helikopters.” [7]

Nieuwe kandidaatleden, zoals Letland, Estland, Malta, Polen, Tsjechië, Slowakije, Slovenië en Hongarije  worden strenge criteria opgelegd qua grensbeheer voor ze worden toegelaten. Ze worden slechts tot de EU toegelaten in 2004 nadat ze kunnen aantonen dat hun buitengrens potdicht zit.

De EU gaat uit van zero-migratie politiek. De landen aan de Middellandse Zee pasten hun migratiebeleid aan de vereisten van Schengen terwijl hun verhitte economie nood had aan migratie. Dit is de eerste paradox. Ze slagen er niet in om de nodige migratie legaal te regelen.  In plaats van vertreklanden voor migratie werden ze bestemmingslanden zoals de landen van de EU voor 1974:

“… de Zuid-Europese landen als Portugal, Spanje, Italië en Griekenland (en nu ook Malta en Cyprus) moesten een compromis vinden tussen twee tegenstrijdige factoren. Ten eerste waren ze verplicht om strikte controle uit te oefenen op de migratie, maatregelen ter nemen om illegale migranten op te sporen en uit te zetten, en andere gemeenschappelijke procedures van de EU en de Schengen Conventie toe te passen. Ten tweede hadden ze af te rekenen met het feit dat ze economische aantrekkelijk waren voor migranten en het algemeen bureaucratisch onvermogen om de migratie te reguleren.” (Baldwin-Edwards, Martin,2004, vertaling door de auteur)

Migratie via de straat van Gibraltar was in de jaren 1960 een gewone zaak, toen duizenden Marokkanen naar Frankrijk trokken. Een visum voor Spanje hadden ze toen niet nodig, een geldig paspoort volstond. Dit bleef zo tot aan het einde van de jaren 1980. In 1991 echter voerde Spanje de visumplicht in voor Noord-Afrikanen en de klandestiene migratie nam het over. (Lahlou, Mehdi, 2005, p. 10) Maar Spanje en Portugal lieten de deur op een kier staan. Voor de invoering van Schengen hadden Latijns-Amerikaanse toeristen geen visum nodig om rond te reizen in  Portugal of Spanje en  dit geldt nog altijd behalve voor Ecuador sedert 2003 en Bolivia sedert 2007 (Padilla, Beatriz, 2007). Van 1981 tot 2005 werden via regularisatie meer dan 3,5 miljoen MZP geregulariseerd in Frankrijk, België, Griekenland, Italië, Portugal en Spanje (Levinson, Amanda, 2005; Arango, Joaquín, Jachimowicz, Maia, 2005).

Het Europese asielbeleid wordt tenslotte geharmoniseerd en opgenomen in het Verdrag van Amsterdam in 1997, geïmplementeerd in 1999[8]. Het verdrag van Amsterdam vormt  de Europese Gemeenschap om tot de Europese Unie. Het werkt het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid verder uit. Het bepaalde ook dat er over migratie- en asielbeleid voortaan supranationaaal beslist kan worden. Het verdrag van Amsterdam, met enkele wijzigingen aangebracht in het verdrag van Nice wijzigde ook de beslissingsmechanismen binnen de  EU grondig. Het Europarlement krijgt een beperkte wetgevende bevoegdheid. Voor wijzigingen in de het migratiebeleid echter blijft de Europese Raad bevoegd, waar met eensgezindheid moet beslist worden, maar de uitvoering van de asiel- en migratiepolitiek blijft een zaak van de Commissie (Doukouré, Ounia en Hellen Oger, 2007, p. 9). Dit is het recept voor een ondemocratisch en stug beleid. En dit is de tweede paradox, gouw zal blijken dat dit niet vol te houden is.

In 1999 op de top van Tampere wordt de Europese zero-migratie politiek voor de eerst schuchter verlaten en besluiten de landen van de EU hun asielpolitiek te moderniseren[9]. De argumenten hiervoor waren de veroudering van de Europese bevolking en het tekort aan arbeidskrachten voor bepaalde beroepen. Deze nieuwe politiek zal 3 peilers hebben: (1) asielmigratie, (2) strijd tegen de klandestiene migratie en (3) het openen van nieuwe kanalen voor selectieve migratie. In 2002 wordt daar een vierde peiler aan toegevoegd op de top van Sevilla, namelijk (4) de externalisering van de Europese migratiepolitiek naar de landen van oorsprong en de zogezegde transitlanden. Met alle buurlanden, vooral deze aan de overkant van de Middellandse Zee zoekt de EU bilaterale akkoorden af te sluiten waarin ze dringend verzocht worden mee te werken aan de restrictieve Europese migratiepolitiek: dezelfde strenge wetgeving, dezelfde strikte controles aan de eigen grenzen en gelijkaardige inzet aan militair/politionele middelen als de EU landen zelf. Nu Schengen volledig was gefinaliseerd was het tijd voor de volgende stap.

Dit zijn in grote lijnen de Conventies die de Europese politiek aan zijn buitengrenzen hebben bepaald en waarvan we de realisatie in de Middellandse Zee in een van de volgende hoofdstukken zullen beschrijven. In dat verband is het belangrijk om ook de conferentie van Barcelona van 1995 te vermelden, maar dan om dat daarvan weinig is terecht gekomen. In Barcelona werd het Europees Middellandse Zee Partnership (EMP) gelanceerd. Het Barcelona proces bevatte 3 thema’s: (1) politieke dialoog over veiligheid, stabiliteit en de bevordering van democratie en mensenrechten; (2) financiële en economische samenwerking met het oog op een vrije markt zone; (3) dialoog over sociale en culturele onderwerpen met de bedoeling de mensenrechten te verstevigen en de relaties tussen de burgers in de verschillende landen te verbeteren. Van die mensenrechten is echter weinig in huis gekomen (Doukouré, Ounia en Hellen Oger, 2007, p. 5).

De militaire opbouw (1990-1999)guardia-civil

Na de val van het communistisch regime in Albanië in 1991 staken zo’n 50.000 Albanezen de Adriatische Zee over naar Italië in de straat van Otranto. Een tocht van 70 km.  In militaire termen zouden we dit de periode van de schermutselingen kunnen noemen. Pijnlijk is hierbij te bedenken dat in voormalig Joegoslavië echte schermutselingen aan de grenzen plaatsvonden die tot een echte oorlog hebben geleid. De militaire paraatheid of moeten we zeggen bereidheid om het Balkan conflict in de kiem te smoren was er echter in het geheel niet. Daar is men dan wel bommen beginnen gooien toen het allang te laat was. Een tweede golf van zo’n 30.000 Albanezen vertrok vanuit Albanië toen in 1997 de het  frauduleuze piramide systeem ineenstortte. Bovendien werd Albanië tegen het einde van de jaren 1990 ook al gebruikt door migranten uit o.a. Turkije, Irak, Pakistan, Afghanistan om de EU binnen te komen. Daarbij werden mensensmokkelaars ingezet en die werden al snel gerelateerd aan de Albanese maffia, ook al wordt dit fel betwist (Monzini, Paola, 2004, p.52-56). In plaats van de kustwacht ‘Guardia Costiere’ zette de Italiaanse overheid de ‘Guardia di Finanza’ in tegen de klandestiene migratie. Deze guardia is, alhoewel ze onder het Ministerie van Financiën valt, militair georganiseerd en beschikt over een grote vloot. Het budget van de ‘Guardia de Finanza’ groeide van 1,11 miljard euro in 1989 tot 3,1 euro in 2000. Het personeelsbestand groeide in diezelfde periode van 52.280 tot 66.983. Alhoewel deze semi-militaire politie reeds over volwaardige oorlogsschepen beschikte, werd er nog zwaar geïnvesteerd in materiaal, zoals warmtegevoelige camera’s en FLIR (Forward-Looking InfraRed) om ‘s nachts te patrouilleren en bootvluchtelingen te onderscheppen  Tussen 1989 en 1999 groeide de vloot van 330 tot 582 boten. In diezelfde periode nam het aantal helicopters toe van 68 naar 90. En er  werden nu ook vliegtuigen ingezet.  Tegen 1999 waren dat er al 14 (Lutterbeck, Derek, 2006, p.65-66).

De Italiaanse Navy is van bij aanvang betrokken bij de jacht op vluchtelingen. Het aantal manuren voor operaties tegen klandestiene migratie steeg van 2706 manuren in 1991 tot 17513 manuren in 1999. De Italiaanse marineschepen legden er zich vooral op toe om vaartuigen met vluchtelingen aan boord op volle zee rechtsomkeer te laten maken. De zeemacht had daarbij de toestemming om geweld te gebruiken zolang dit proportioneel bleef. Dat dit moest uitlopen op een ramp bleek in 1997, toen een Italiaans oorlogsschip een boot met vluchtelingen aan boord ramde. Meer  dan 100 Albanese vluchtelingen verdronken volgens de ‘Corriere della sera’ van 29 maart 1997. De Italiaanse regering logenstrafte het incident. Niettemin was het de Zeemacht na dit incident niet meer toegestaan om geweld te gebruiken (Lutterbeck, Derek, 2006, p.68).

Het aantal bootvluchtelingen in de straat van Gibraltar was aanvankelijk bescheiden maar groeide gestaag. In 1996 werden 1.573 bootvluchtelingen onderschept, in 2000 warde dat er al 14.893. In Spanje wordt de Guardia Civil ingezet tegen de klandestiene migratie. Het militaire allure van de Guardia was reeds berucht voor Franco aan de macht kwam. De dichter Frederico Garcia Lorca heeft er een van zijn meest lugubere ballades aan geweid in zijn bundel ‘Romancero Gitano’. Ook het budget van de Guardia Civil  groeit geleidelijk van 1,26 naar 1,83 miljard euro van 1990 tot 2000. De inzet is aanvankelijk iets bescheidener dan in Italië. De Guardia Civil had om te beginnen geen boten, maar zal er toch al 50 hebben in 2000. Het helicopterpark groeit van 16 tot 36 en vanaf 2000 hebben ze ook een vliegtuig beschikbaar. (Lutterbeck, Derek, 2006, p.66-67).De grote doorbraak zal er komen op het einde van de jaren 1990. In 1999, keurt de Spaanse regering een plan goed om intensiever in de Straat van Gibraltar te gaan patrouilleren. Een geïntegreerd hightech bewakingssysteem  (SIVE) is de hoeksteen van het plan en wordt gebudgetteerd op 150 miljoen euro voor de periode tussen 1999 en 2004 en nog eens 110 miljoen euro tussen 2004 en 2008.  De basis principes van SIVE zijn vroege detectie en een centraal commando. De Guardia Civil beheert het systeem. Er wordt gebruik gemaakt van mobiele radar, infrarood cameras, videocamera’s en helicopters voor detectie. Dit systeem wordt geleidelijk aan uitgebouwd vanuit Gibraltar om verder de hele Spaanse zuidkust en de Canarische eilanden te bestrijken. (Lahlou, Mehdi, 2005, p. 21-22).

In de periode 1990 tot 2000 beginnen ook de doden te vallen in de Middellandse Zee. Volgens de mensenrechten organisatie APDHA verdronken er 4000 migranten tussen Spanje en Marokko in het laatste decennium van de 20ste eeuw. De intercepties in Spaanse wateren neemt toe van 1573 personen in 1996 naar 14893 personen  in 2000 (Lutterbeck, Derek, 2006, p.63).

Escalatie van een grensconflict (1999-2007)

De kostprijs per onderschepte vluchteling is niettemin hoog voortgaande om de cijfers van de Guardia. Tussen 1999 en 2004 ligt die rond 1.800 euro (Carling, Jørgen, 2007). Een dik maandloon voor een arrestatie, wat een schitterend resultaat. Tenslotte lossen die captaties op zee het probleem niet op. Zodra de vluchtelingen de 12 mijl grens hebben overschreden kunnen ze niet meer teruggedreven worden[10]. Aangezien Spanje de Conventie van Genève moet toepassen moet elke onderschepte migrant nu de asielprocedure doorlopen. Onmiddellijke terugzendingen zijn verboden volgens het principe van non-refoulement[11] in de Conventie van Genève.  Tussen oktober 2004 en maart 2005 stuurt Italië een groot aantal vluchtelingen die landen op het eiland Lampedusa toch onmiddellijk terug naar Libië, waarmee het het non-refoulement principe overtreedt. Het Europees parlement veroordeelt deze acties.bootvluchtelingen

Indien een bootvluchteling asiel geweigerd wordt of er geen aanvraagt werd moet hij/zij uitgezet worden naar het land van herkomst.  Maar dit is niet vanzelfsprekend, de vluchtelingen hebben hun paspoorten overboord gegooid en zelfs als men de nationaliteit achterhaald heeft blijft er op dat moment een probleem, omdat heel wat landen onder de Sahara weigeren om vluchtelingen terug toe te laten. Bovendien mogen de vluchtelingen volgens de Spaanse wet maar 40 dagen vastgehouden worden.  Als ze binnen die periode niet kunnen teruggestuurd worden moeten ze vrijgelaten worden. Ze krijgen dan een bevel om het land te verlaten, maar de meeste duiken onder, alhoewel ze niet officieel kunnen werken, ze verdwijnen dus in het irregulier circuit.

De zeemacht van Frankrijk neemt nu ook deel aan operaties tegen klandestiene migratie. In januari 2000  startte de Franse marine operatie ‘Amarante’ op. Opzet van deze operatie is de klandestiene migratie te verhinderen in het oostelijk deel van de Middellandse Zee en in het kanaal van Sicilië (Lutterbeck, Derek, 2006, p.67).

In 2004 wordt binnen de EU het Frontex[12] Agentschap opgericht met de bedoeling om de bewaking van de buitengrenzen te coördineren. De taken van Frontex met zetel in Warschau behelzen: onderzoek en risicoanalyse, operationele coördinatie en opleiding van de nationale grenswachten, technische en operationele steun en het organiseren van gezamenlijke uitzettingen[13]. Daarnaast wil Frontex ook aandacht besteden aan samenwerking met derde landen met de bedoeling ‘partnerships’ op te zetten voor bewaking van de grenzen. Marokko is de beste leerling van de klas,  maakt van zijn poort naar de wereld, Tanger een militaire vesting en neemt deel aan gemeenschappelijke grenspatrouilles met Spanje in de straat van Gibraltar. De bootvluchtelingen richtten zich nu vooral op de Canarische eilanden waar SIVE nog niet operationeel is (Carling, Jorgen, 2007). In 2005 zijn 16.369 van de 25.468 vluchtelingen die door Spanje gerepatrieerd worden Marokkanen (Coslovi, Lorenzo, 2007, p. 3).

Van dit ‘partnership’ zagen we reeds in september 2005 een triestig voorbeeld toen de Marokkaanse politie, na technische bijstand van Spanje,  het vuur opende op vluchtelingen die de Spaanse enclaves Ceuta en Melila in Marokko probeerden binnen te dringen. Op 2 weken tijd vielen 11 doden en verscheidene gewonden. De vluchtelingen werden teruggedreven naar de woestijn er werden daar achtergelaten zonder eten of drinken[14]. Hierdoor wordt  het principe van non-refoulement flagrant overtreden. Naar aanleiding van de incidenten riep de Marokkaanse minister van Binnenlandse Zaken, Mustapha Sahel,  de Europese landen op om de mogelijkheden voor legale immigratie te vergroten. Ook wou Sahel dat er een ‘Marshall-plan’ werd opgesteld voor de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara[15].  Toch denkt men er binnen de EU niet aan om de migratie politiek te herzien of te gaan praten met de Afrikaanse landen over migratie[16]. Reeds in de jaren 1990 was er binnen de UNO een dringende vraag van landen in het Zuiden om naar het voorbeeld van andere internationale conferenties zoals met de milieutop van Kiyoto of de mensenrechten conferenties van Helsinki, een internationale conferentie bijeen te roepen over migratie (Noll, Gregor, 2006).  Europa blijft doof langs die kant. Een jaar later vallen er terug doden aan de enclaves. Amnesty International stelt nog een resem andere overtredingen vast zoals het gebruik van overdreven geweld, massale uitzettingen en onmiddellijke illegale uitzettingen.[17].

Met de ontplooiing van SEVI aan de Spaanse zuidkust, veranderen de bootvluchtelingen hun route en steven ze af op de Canarische eilanden.  In 2004 zwikt Marokko onder de voortdurende kritiek van de EU en Spanje en gaan ze meewerken met de EU tegen de klandestiene migratie. Er worden gezamenlijke grenspatrouilles op touw gezet.  Als gevolg van deze gezamenlijke patrouilles van de Spaanse en Marokkaanse politie verleggen de vluchtroutes zich terug in  2006. Asielzoekers vertrekken nu vanuit Mauritanië en varen zo naar de Canarische eilanden. Daarop heractiveert Spanje vroegere akkoorden met Mauritanië en sluit het een nieuw akkoord dat levering van materiaal en training van de Mauretaanse grenswacht inhoudt. De vluchtroutes verleggen zich opnieuw en vertrekken nu vanuit Senegal voor een reis van 2000 kilometer naar de Canarische eilanden[18]. Het gevolg was natuurlijk dat het aantal drenkelingen toenam. Volgens de Spaanse regering bereikten tussen Januari en September 2006 in totaal toch nog 28.000 vluchtelingen de Canarische Eilanden[19]. Het SIVE systeem wordt daar nu ook ontplooid. Het enige effect van Frontex blijkt de diversificatie van de vluchtroutes te zijn, waarbij steeds meer risico’s worden genomen door de vluchtelingen.

Voor 2006 sprong het aantal onderscheppingen op zee ineens omhoog naar 31.000 maar ook het aantal verdrinkingen ging pijlsnel naar omhoog. Volgens een bulletin van ECRE van april 2007 is rond de Canarische Eilanden het aantal geverifieerde doden als gevolg van de opgedreven bootpatrouilles op een jaar tijd verdrievoudigd: van 369 in 2005 tot 1,167 in 2006[20] . Dit zijn  de resultaten van Frontex operatie ‘Hera III’.

Dat het gevoerde politionele/militaire beleid enorme kosten met zich meebrengt blijkt uit het feit dat een operatie in het kader van Frontex in de Straat van Sicilië, ‘Nautilus’, tijdelijk moest worden afgeblazen bij gebrek aan middelen (Paleologo, Fulvio Vassallo, 2007a; Gubbini, Cinzia,  2007). Het gevoerde politionele/militaire beleid is een gigantische en roekeloze verspilling van middelen. De herhaalde incidenten aan onze grenzen zijn een humaan en sociaal Europa onwaardig:

Eindelijk is de EU dan toch bereidwillig gevonden om een conferentie over migratie in het kader van de VN te beleggen in Rabat (juli 2006). De plotse stijging van het aantal doden kwam ook aan bod in de Europese media[21]. Welke nieuwe klemtonen heeft de conferentie van Rabat gelegd. Een tekst van de Europese Commissie: “Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement – Eén jaar algehele aanpak van migratie: naar een alomvattend Europees migratiebeleid” van 30/11/2006[22] geeft enkele aanwijzingen. Het budget 2007-2013 ziet er als volgt uit:

“Het bedrag van 4,020 miljard euro dat de begrotingsautoriteit voor de periode 2007-2013 aan het kaderprogramma „ Solidariteit en beheer van migratiestromen ” heeft toegewezen, is verdeeld over vier afzonderlijke instrumenten, die elk andere doelstellingen inzake het beheer van de migratiestromen naar de EU nastreven: het Buitengrenzenfonds (1,820 miljard euro), het Terugkeerfonds (676 miljoen euro), het Europees Vluchtelingenfonds (699 miljoen euro) en het Integratiefonds (825 miljoen euro). Voor elk fonds zal het grootste deel van de middelen rechtstreeks naar de lidstaten gaan uit hoofde van regelingen voor gedeeld beheer . Deze nieuwe instrumenten zijn specifiek en vormen een aanvulling op andere financiering van de Gemeenschap voor het aanpakken van migratiekwesties, met inbegrip van instrumenten voor regionaal beleid.”

In percentages uitgedrukt: 45% voor FRONTEX , ong 17% voor het terugkeer beleid, ongeveer 17% voor het vluchtelingenbeleid en 20% voor integratie van vluchtelingen. Het Euro-Afrikaans Actieplan[23] dat werd afgesproken in Rabat (10-11 juli 2006)[24] bevat 28 paragrafen over migratie en ontwikkeling, 14 over legale migratie en 14 over controle van illegale migratie, blijkbaar heeft men voor enig tekstueel evenwicht gezorgd. Dit evenwicht vindt men niet meer terug in de inzet van de financiële middelen en nog minder in de concrete maatregelen die onmiddellijk na de conferentie door de EU genomen werden. Van de afschaffing van de Europese exportsubsidies voor de landbouw, waardoor de Afrikaanse landbouwers uitgehongerd worden is geen sprake.

De laatste creatie van Frontex  goedgekeurd door het Europees Parlement op 26 april 2007 zijn de ‘Rapid Border Intervention Teams’ (RABIT), die snel moeten tussenkomen waar klandestiene migranten een bres slaan in de Europese muur[25]. Ondertussen nemen migranten uit zwart Afrika steeds grotere risico’s. De ‘flow’ via Libië en Morocco naar  Italië en Spanje neemt af op het ene moment, maar het aantal vertrekkers vanuit Mauritania, Senegal and Guinea Conakry richting Spanje, en van Algerije, Tunisië, door  Griekenland naar Italië, Sicilië,  Sardinia en Puglia, neemt toe op het andere moment. (Paleologo, Fulvio Vassallo,  2007b).

Export van een repressief beleid

De  Europese migratie- en asielpolitiek is niet alleen stug en ondemocratisch, hij wil ook dat de buurlanden hun migratie en asielbeleid afstemmen op dat van de EU. De associatieverdragen voor vrijhandel met de MENA landen (Midden Oosten en Noord Afrika) worden gebruikt als middel om de Europese asielpolitiek aan die landen op te leggen. Clausules over repatriëring vormen een onderdeel van het totaalpakket in overeenkomsten met Algerije, Egypte Libanon en Syrië. Alle associatieverdragen bevatten aanbevelingen in verband met  illegale immigratie (Doukouré, Ounia en Hellen Oger, 2007, p. 12-13). Op deze manier slaagt de EU erin zijn repressieve politiek tegenover migratie op te dringen aan de Noord-Afrikaanse landen[26]. Aan respect voor de mensenrechten wordt hier echter geen aandacht besteed:

“What is relevant for our analysis is the fact that neither the actions envisaged for Morocco, nor those proposed for other countries worldwide, include concrete measures to ensure that the implementation of migration control measures does not result in the infringement by States of their obligations towards refugees under International Refugee and Human Rights Law.” (Gil-Bazo, María-Teresa, 2005, p. 3)

Op de EU top van Sevilla voorgezeten door Aznar van de PP dreigden verschillende EU-landen ermee de financiele hulp stop te zetten aan landen die niet meehielpen de klandestiene migratie te bestrijden. Marokko voelt zich geviseerd want het ontvangt 20% van Europese fondsen die de MENA-landen krijgen[27]. Gevolg, zowel Marokko (mei 2003) als Tunesië (februari 2004) voeren een wet in om de klandestiene migratie te bestrijden. Marokko doet nu ook ijverig mee aan de mensenjacht. In 2003 werden 20.974 vluchtelingen het land uitgezet, waarvan 1.513 Algerijnen. Daarbij sparen noch kinderen, noch zwangere vrouwen alhoewel die beschermd zijn door de niuewe wet. Ze lappen gewoon de nieuwe wet aan hun laars. Volgens de overheid zijn ze er in 2004 in geslaagd de ontscheping van 26.000 vluchtelingen te verhinderen. In de pers verschenen preciezere cijfers: 18.319 klandestiene migranten, waaronder 2003 Algerijnen, werden het land uitgezet (Lahlou, Medhi, 2005, p.14-120). En toen vertrokken de bootvluchtelingen maar vanuit Nouadhibou (Mauritanie), Dakar of Saint-Louis (Sénégal).

Met het uitbreken van de oorlog in Irak, en de vrees voor vluchtelingen uit Irak dachten een aantal specialisten dat het tijd was om een versnelling hoger in te schakelen: de oprichting van opvangkampen voor bootvluchtelingen buiten de grenzen, in Noord Afrika. De vluchtelingenkampen in Macedonië tijdens de oorlog in Kosovo dienden als voorbeeld. In Juli 2004 pakte de Duitse Minister van binnenlandse zaken na snel overleg met zijn Italiaanse collega Pisanu met het voorstel voor de oprichting van ‘Auffanglager’. Nieuw was dit voorstel eigenlijk niet, het VK deed reeds gelijkaardige voorstellen in 2000 en 2003 (Gil-Bazo, María-Teresa, 2005 p. 2). Begin Oktober 2004 begon Italië, enigszins vooruitlopend op wat zou komen, onderschepte bootvluchtelingen onder te brengen in kampen in Libië met het oog op hun uitzetting. De EU ministers besloten om 5 dergelijke kampen op te zetten in Algerije, Libië, Mauritanië, Marokko and Tunesië op een nog af te spreken datum. De Marokkaanse minister van Binnenlandse Zaken deelde mee dat Marokko daar nog niet klaar voor was. Op 14 oktober besliste het Europees Parlement echter om het voorstel af te blazen omdat ze een gevaar inhielden voor de mensenrechten. Exit Guantanamo Bay Light[28].

Maar de druk die door Europa uitgeoefend wordt op de Afrikaanse landen heeft niettemin geleid tot oprichting van kampen in Noord-Afrika, zei het dan door de Noord-Afrikaanse regeringen zelf. In 2006 rapporteerde Elie Goldsmith:

“Still, the effective exportation of EU anti-migration policy to European borderlands proceeds. EU pressure and, in compensation, the promise of Barcelona process benefits seem to have created a similar pattern in all of the southern Mediterranean countries. Internment camps have been created in Tunisia and Libya. Since the incidents in Morocco, Algeria has deported thousands of sub-Saharan Africans to its southern frontier. In January 2006, Egyptian police fell upon a demonstration of Sudanese asylum seekers, killing at least 27 and probably many more, according to NGO sources.” (Goldschmidt, Elie, 2006)

In de periode van September-Oktober 2005 is het grensbied in de Marokkanse Sahara als ‘zone rouge’ uitgeroepen. Het 6de regiment van de grondtoepen is er nu gestationeerd met als enig doel er de irreguliere migranten te controlleren (Collyer, 2006 p. 23).

De mythe van een Afrikaanse invasie

In Juli 2004 verklaarde de Italiaanse minister van Binnenlandse zaken Pisanu dat er in Libië 2 miljoen Afrikanen en Aziaten zaten te wachten om naar Europa over te steken. De media, politici en zelfs sommige onderzoekers typeren de migratie vanuit de Sahel en Midden-Afrika als een dijkbreuk, onstuitbaar en massaal. De Sahara is de nieuwe autosnelweg naar Europa, gedreven door de honger en door de armoede. Parijs-Dakar, maar dan in omgekeerde richting.  De verklaring voor het fenomeen is afhankelijk van de ideologie die men aanhangt. Volgens de Malinese antropoloog Seydou Keïta staat het neoliberaal discours tegenover het marxistisch discours (Keïta, Seydou, 2006). Geen van beiden geeft echter een afdoende verklaring. Er is de theorie van de begerige Afrikaan en de theorie van de uitgehongerde Afrikaan. Volgens Silvie Bredeloup en Olivier Pliez – zij betwisten de link tussen armoede en migratie – strijdt het discours van de veiligheid met dat van de compassie. Beide luiden ze de alarmklok en geven ze aanleiding tot paniek:

“La faible portée explicative de tels arguments a maintes fois été soulignée par les spécialistes des migrations internationales. Elle ne fait que valider le lien entre pauvreté et migration, argumenté par des approximations statistiques dont on ne voit pas très bien comment elles ont pu être produites. Elle valide également, mais indirectement, le discours de ceux qui brandissent l’épouvantail de l’invasion de l’Europe par les nouveaux barbares que sont les migrants.”[29]

Afgaande op die alarmerende berichten is de zaak hopeloos. Voor de neoklassieken zijn migranten individuen, avonturiers op zoek naar hun eldorado. De marxisten zien de migratie als een globale sociale strijd. Beide theorieën zoeken een strikt economische verklaring voor de migratie, ze zouden het gevolg zijn van een ongelijke verdeling van kapitaal en werkkrachten wereldwijd. Volgens de neoliberalen zullen de krachten van de markt, de verplaatsing van kapitaal en werkvolk op termijn zorgen voor een nivellering. De andere visie gaat er vanuit dat de economische ontwikkeling van het Zuiden zal zorgen voor het opdrogen van de migratiestromen. Volgens Jean-Pierre Guengant is deze redenering te simplistisch. Ontwikkeling leidt aanvankelijk eerder tot toename van de emigratie (Guengant, Jean-Pierre, 2002).

Deze redeneringen kunnen ook niet verklaren waarom de migratie niet massaler was sedert het begin van de industriële revolutie in Europa  (Arango Joaquin, 2000). Globaal blijft deze tot vandaag nog altijd rond de 2,5%  hangen, enkel het aandeel vluchtelingen binnen de groep migranten is toegenomen in Afrika. Vergeleken met de globale migratie stijgt hun aandeel van 1% in 1960 tot 10% in 1970, 25 %  in 1980, 33%  in 1990 en daalt dan weer naar 22% in 2000. (Zlotnik, Hania, 2004). Het is wel ironisch dat onze overheid van de tegenovergestelde redenering uitgaat. Het  inkomensverschil tussen Mali, Burkina Faso en Niger bedraagt 1:20.  en toch is hun aandeel in de migrantenbevolking van Europa eerder beperkt. De migranten komen eerder uit landen die op wereldschaal tot de middengroep behoren: Turkije, Marokko, Algerije waar het BNP  5 tot 15 maal hoger ligt dan dat van Mali, Burkina Faso en Niger; (Guengant, Jean-Pierre, 2002).

Geen van de aangehaalde theorieën zegt dus iets over de realiteit van de migratiestromen, over hun samenstelling, over hoe ze werkelijk ontstaan, waar ze naar toe gaan en hoe ze evolueren. Het volstaat niet aan te geven dat mensen redenen hebben om te vertrekken zonder stil te staan bij de vraag of ze wel de mogelijkheid hebben om te vertrekken:

“Pour émigrer, en particulier d’un pays pauvre vers un pays riche, il faut disposer d’atouts et de connaissances : argent du départ, minimum d’éducation et de santé, relations dans le pays de destination, qui sont hors de portée de bien des citoyens du tiers monde, en particulier des moins éduqués et des plus pauvres.” (Guengant, Jean-Pierre, 2002)

Migratie veronderstelt de mogelijkheid om te reizen, de ontwikkeling van een transport- en communicatiestructuur, een minimum aan opleiding om te kunnen communiceren onderweg,  de aanwezigheid van infrastructuur voor internationale geldtransfer, migrantennetwerken waarop kan teruggevallen worden… Statische theorieën die enkel uitgaan van economische en demografische push- en pull factoren schieten tekort en verzieken het debat. De complexiteit van de migratie in een land als Marokko, dat momenteel tegelijkertijd fungeert als vertrekland en bestemmingsland, kan hierdoor niet verklaard worden. Daarom bombardeerde men Marokko maar als transitland waar internationale criminele bendes het verkeer regelden. We zullen die simplistische verklaringen even moeten opzij zetten en ons conceptueel kader verruimen.

Hein de Haas stelt 3 fasen voor in de ontwikkeling van een land die elke een verschillende vorm van migratie laten zien. In de eerste fase, in de landen met het laagste BNP en een grote bevolkingsgroei is de migratie beperkt zowel in ruimte als in tijd. Migratie kost geld en houdt een risico in. Het is pas in een volgende ontwikkelingsfase dat mensen die kosten kunnen dragen en het risico kunnen nemen om te vertrekken. In landen zoals Mexico,  de landen van Noord Afrika, de Filipijnen en Indonesië, dalen de geboortecijfers maar de werkende bevolking groeit nog sterk aan. De beperkte economische groei is echter onvoldoende om die stijging op te vangen maar gaat wel gepaard met  een zekere urbanisatie en verstedelijking. De algemene scholingsgraad stijgt. De transport- en communicatiestructuur is voorhanden en bereikbaar. De landbouwsector verliest zijn dominante positie. De derde fase is deze van een stabiliserende bevolkingsgroei en een economische groei die immigratie aantrekt (de Haas, Hein, 2005, p.2-4).

Marokko zit duidelijk in de tweede fase in zijn ontwikkeling. De bevolking in de steden groeit sneller dan op het platteland. In 2000 concentreerde 55,2% van de Marokkanse bevolking zich in de steden. Ook het platteland wordt meer en meer geurbaniseerd. De wegeninfrastructuur wordt uitgebouwd (de Haas, Hein, 2005, p.16). Het aantal geboortes per familie daalt (van 6.89 in 1972 naar 2.75 in 2002) De bevolkingsaangroei stagneert (idem, p.22). Medhi Lahlou, professor toegepaste economie in Rabat houdt de vinger aan de pols van de Marokkaanse immigratie. In tegenstelling tot de migratie van voor 1973, die voornamelijk bestond uit ongeschoolden,  komen er maar 10% ongeschoolden voor in het staal dat hij onderzocht  in 2004 (Lahlou, Medhi, 2005, p.16). Wat de Marokkaanse migranten betreft wijst Lahlou erop dat de werkloosheid in de steden (19,3%) hoger ligt dan op het platte land (3,4%) en hoger ligt bij de intellectuelen (24%) dan bij de ongeschoolden (5,7%). Het is dus de uitzichtloosheid van de intellectuelen die hen er toe aangezet heeft om te migreren. De meesten waren werkloos (idem, p.10). De migratie uit Marokko, Tunesië en Algerije is echter niet aangegroeid sedert 1990, alleen verloopt ze nu in de clandestiniteit (de Haas, Hein, 2007, p 25). Hier kunnen we ook niet echt spreken van een probleem van braindrain. Dit ligt in de Sub-Sahara anders, waar het niet zozeer de werkloosheid is die de migranten drijft, maar de dikwijls de onzekere toestand, de discriminatie en ook wel de droom van een beter leven. Maar velen van hen bereiken Europa niet en moeten hun dromen opgeven. De migranten komen zover als hun kapitaal reikt beweert Van Hear. Kapitaal moet dan wel begrepen worden zoals het door Bourdieu werd uitgewerkt als een combinatie van en de relatie tussen verschillende vormen van kapitaal: economisch, sociaal, cultureel en menselijk kapitaal (Van Hear, Nicolas, 2004). We zullen moeten vaststellen dat dit klopt.

De ‘pan-Afrikaanse’ migratie politiek van nationalistisch Libië en zijn gevolgen

Na de oliecrisis van 1973 kende de olie-industrie een hausse in de Golfstaten. Het geld stroomde binnen. Libië en in mindere mate Algerije trokken migranten aan uit Mali, Niger en Tsaad.  De meeste oliebronnen bevinden zich in de achterlanden van de Sahara en de lokale bevolking zag het blijkbaar niet zitten zich daar in het zweet te werken. Deze migratie van nomaden (Touaregs en Toubous) naar Libië legde de basis voor de migratie door de Sahara in de jaren 1990 (Bredeloup, Sylvie, Pliez, Olivier, 2005; Bensaad, Ali, 2007). Deze immigratie werd schoorvoetend verwelkomd in Algerije waar men volk tekort kwam in de dun bevolkte gebieden rond Tamanrasset voor de mijnindustrie. Kadhafi zette zijn landgrenzen open afhankelijk van de nood aan werkkrachten. Libië zou wel vrij snel het belangrijkste emigratieland van Noord-Afrika worden, maar de meeste ‘gastarbeiders’ kwamen uit Egypte, Tunesië en Sudan, de islamitische broederlanden. (de Haas, Hein, 2007, p.5)

Door het wapen- en vliegembargo geraakte Libië geleidelijk aan geïsoleerd. Kadhafi was teleurgesteld over het gebrek aan steun in de Arabische wereld en als een reactie daarop gooide hij in 1990 zijn grenzen open voor de immigratie uit de Sub-Sahara. Sudan, Chad en Niger werden transit-landen voor immigratie uit de Sub-Sahara. De Touaregs, traditioneel handelaars, lieten de migratie voor wat ze was en werden nu transporteurs door de woestijn. Voor de kolonisatie kende Afrika geen grenzen. Migratie was in vele regio’s een doodgewone zaak. Door  de Sahara[30] trokken traditioneel nomadenvolkeren. In de Sahel[31] ten zuiden van de Sahara, een overgangsgebied tussen woestijn en savanne,  was migreren dikwijls ook een kwestie van overleven omwille de steeds terugkerende droogtes. De Sahara was ook traditioneel een handelsroute, de link tussen zwart Afrika en de Magreb, maar tijdens de kolonisatie ging die functie verloren.

migration-flow-in-the-sahar

Volgens Ali Bensaad[32] nam de Sahara nu weerwraak en ontwikkelde ze zich opnieuw als ‘zone de contact’ tussen de Magreb en zwart Afrika, zoals voor de kolonisatie. Woestijnsteden die volledig vervallen waren zoals Agadez, Dirkou, Tamanrasset, kwamen terug tot ontwikkeling. De wegen langs waar vroeger nomaden trokken en waarlangs de slaven verhandeld werden, worden nu terug intensief gebruikt. Getuige van het racisme waarvan de migranten uit zwart Afrika in Libië het slachtoffer zijn sedert de rassenrellen van 2000 zou je kunnen stellen dat ook de verhoudingen van vroeger terugkeren. In Libië krijgen de migranten uit de Sub-Sahara die daar werken  scheldnaam ‘slaaf’ naar hun hoofd geslingerd (Bensaâd, Ali, 2001).

De nieuwe migratie naar Libië werd getolereerd maar de migranten verwierven geen legaal statuut. Zoals in de jaren 1980 werden er regelmatig migranten uitgezet, maar de Libische economie was van hen afhankelijk geworden. Egyptenaren werkten vooral in de landbouw en het onderwijs, de goedkope handenarbeid werd verricht door de migranten uit de Sub-Sahara (Pliez, Olivier, 2004).lost-in-the-sahara

Tot eind de jaren 1990 was de migratie vanuit de Sub-Sahara voornamelijk gericht op Libië zelf, het is enkel na de hevige rassenrellen in 2000 dat deze migratie ook de weg naar Europa neemt (de Haas, Hein, 2007, p.11). In September 2000 vielen 130 doden tijdens racistische rellen alhoewel de Libische overheid het houdt bij 6 (Pliez, Olivier, 2004):

“The Libyan authorities, in an apparent attempt to respond to growing popular resentment against immigrants, which were blamed them for rising crime, disease (HIV/AIDS) and social tensions, instituted a number of repressive measures. These include more restrictive immigration regulation, lengthy and arbitrary detention of immigrants in poor conditions in prisons and camps, physical abuse, and the voluntary and forced repatriation of tens of thousands of immigrants including asylum seekers, most of them to Niger, Chad, Sudan, Nigeria and Ghana (Hamood 2006, Pliez 2004, Schuster 2005). Expulsion would continue in subsequent years. Between 2003 and 2005, the Libyan government would have deported approximately 145,000 irregular migrants, mostly to sub-Saharan countries (HRW 2006).” (de Haas, Hein, 2007, p.8-9)

Op deze manier geeft Kadhafi er de schijn van te voldoen aan de eisen van de EU als deze Libië als transit-land aanwijzen alhoewel de nationalistische en racistische politiek van Libië aan de basis ligt van de transmigratie naar Europa (de Haas, Hein, 2007, p.12). De Libische economie is groot geworden dank zij die migratie, legaal en illegaal. Het aantal migranten wordt in Libië op 2 miljoen geraamd. In verband met de invasie van Europa merken Pliez en Bredeloup op:

“Le nombre de migrants africains qui accostent en Europe demeure infime en dépit d’une forte médiatisation des naufrages et arrestations au cours des dernières années. Au regard des estimations récoltées, l’île de Lampedusa a vu passer 20 500 clandestins entre 2002 et 2004. A ce rythme là, il faudra plus de deux siècles pour que 2 millions de clandestins traversent à cet endroit la Méditerranée.” (Bredeloup, Sylvie, Pliez, Olivier, 2005).

Hoe kan de EU de mensenrechten en democratie aanprijzen in Libië als ze Kadhafi argumenten om een racistische politiek te voeren op een blaadje geeft?

De klandestiene migranten uit de Sub-Sahara in Marokko

Uit het onderzoek van Bensaad in 2001 blijkt dat van de 65.000 migranten die jaarlijks door Agadez trokken er 80% naar Libië trokken en 20% naar Algerije.  Deze die naar Algerije trokken, hadden als bestemming Marokko. Nigeria levert het leeuwendeel van de migranten: 45 %, Ghana 30%. Uit Niger komt slechts 13%, uit Mali 6% en uit Tsaad 2%. Nog eens 5% kwam uit Centraal Afrika. (Bensaad, Ali, 2006; Escofier, Claire, 2006, p. 96). De reis door de Sahara is hard (Bredeloup, Sylvie, Pliez, Olivier, 2005) en de Europese media die het graag hebben over de ‘reisagentschappen’ in Agadez draaien het publiek een rad voor de ogen. De camions voor de transport voor het transport van Migranten zijn gammel. Ze werden vroeger gebruikt voor transport van zout of meel. Tijdens de trip van Agadez naar Dirkou waar Bensaad meereed bovenop de lading hadden ze 3 maal panne. Op het traject van 700 Km waren ze 5 dagen onderweg. Regelmatig rijden transporten verloren in de woestijn. Soms worden ze gered, maar soms ook niet. In mei 2001 bijvoorbeeld erden 140 lijken gevonden in de woestijn[33]. Sedert  Marokko zijn repressieve vreemdelingenwet aannam is repatriëring wel een onderdeel van het reispakket. In tegenstelling tot de jaren 1990 toen de Trans-Sahariens nog legaal konden logeren worden ze nu regelmatig uitgezet.

“Even in 2002 it was common to see large groups of Sub-Saharan Africans in the medinas of Tangier or Tetouan, where the cheapest accommodation is located. In the Western Sahara, local associations reported that between 2000 and 2002 migrants would come into towns such as Layounne or Smara to buy food. The geography of this presence began to change in 2003 as, in the face of growing pressure from the European Union, improved relations with Spain and new legislation criminalising undocumented migration, controls became more and more frequent.” (Collyer, Michael, 2006, p. 22-23)

De 100 klandestiene migranten die Collyer interviewde waren gemiddeld 1,73 keer door de Marokkaanse politie uitgezet, sommige 2, 3, 4 maal (Collyer, Michael, 2006, p. 22-23). Collyer koppelde dit cijfer aan het aantal aanhoudingen gerapporteerd door de Marokkaanse politie en kon op basis daarvan vrij nauwkeurig het aantal ‘Trans-Sahariens’ in Marokko bepalen in 2004:

car-breakdown-in-the-sahara“The first important finding of this research is that despite their very significant media and policy profile, this is not, numerically, a significant group of migrants. Although precise knowledge of undocumented migrants remains impossible, this research has reported evidence that the number of illegal migrants in Morocco is not greater than 10,000. To put this in context, this represents one thirtieth of a percent of the population of Morocco and slightly over one percent of the population of illegal migrants to have benefited from the two amnesties in Spain since 2002.” (Collyer, Michael, 2006, p. 27, onderlijning door de auteur)

Hoe dichter ze de Middellandse Zee kust naderen hoe meer ze ook af te rekenen kregen met geweld van de overheid. In een rapport van Artsen Zonder Grenzen geciteerd door Coyller krijgen daarvan een goed beeld. AZG hield 9.350 consultaties van Maart tot Mei 2005 in Tangier, Nador en Oudja bij klandestiene migranten. 23,3% van de medische hulp werd verstrekt voor kwetsuren als gevolg van geweld (Collyer, Michael, 2006, p. 8). Daarvan werd 60% toegeschreven aan de Spaanse of Marokkaanse politie. In tegenstelling tot in Libië hebben klandestiene migranten in Marokko niet de leiden onder racisme van de bevolking zoals blijkt uit diepte onderzoek van Mehdi Alioua (Collyer, Michael, 2006, p. 9). Natuurlijk kan men zich afvragen of het optreden van de overheid onder druk van de EU dit op den duur niet in de hand zal werken.

Wat voor velen paradoxaal in de oren zal klinken, maar volgens Bensaad komt de migratie uit de Sub-Sahara niet uit de armste lagen van de bevolking. Het zijn niet de hongerlijders die vertrekken. Degenen die hun land verlaten hebben daar ook de middelen voor:

“Ainsi, il n’est pas fortuit que ce soit le Nigeria qui fournisse la part la plus importante de migrants. L’importance de sa population ne peut expliquer une telle disproportion. Ce qui explique la prépondérance des migrants originaires du Nigeria, c’est, paradoxalement, la relative richesse de ce pays pétrolier (lui-même pays d’immigration), son niveau de développement plus élevé, l’extraversion de son économie et, surtout, la démesure de son urbanisation, qu’illustre bien la tentaculaire Lagos, bien plus peuplée que toute la région Ile-de-France ! Autant d’éléments qui produisent des urbains plus ouverts à la modernité, plus tournés vers l’extérieur et donc plus nourris à l’imaginaire migratoire. ” (Bensaad, Ali, 2005)

De tocht is echter lang en verloopt voor de meesten in verschillende etappes (Escoffier, Claire, 2006, p. 13). In het onderzoek van Escoffier waren ze al gemiddeld 19 maanden onderweg (Escoffier, Claire, 2006, p. 103). Na elke etappe moeten de ‘Trans-Sahariens’ een tijdje werken om het volgende stuk te kunnen betalen (Coyller,Michael, 2006, p. 16-17, 22). De armsten blijven in Marokko hangen.  Uit het onderzoek van Coyller bleek dat ze gemiddeld 15,4 maanden in Marokko verbleven op het moment dat ze daar werden geinterveiwd (Coyller,Michael, 2006, p. 14). Bensaad merkt daarbij op dat meestal de financieel zwaksten zijn, die er door de repressieve politiek van de EU niet in slagen om tot in Europa te geraken. Eens in Marokko zijn de problemen om te overleven dikwijls enorm. Slechts een kleine minderheid vind er betaald werk. Clandestiene migranten die op de markt werken worden betaald in natura. Enkelen krijgen via Western Union geld opgestuurd van hun familie in het moederland of van een familielid dat reeds in Europa verblijft (Collyer, Michael, 2006, p.25).

Ook de andere onderzoekers bevestigen de vaststelling van Bensaad over de oorsprong van de migratie. De meesten waren ‘computer litterate’ en hun GSM was onafscheidelijk. (Escofier, Claire, 2006, p 150). Claire Escofier die zo’n 321 personen interviewde geeft aan dat ze allemaal Engels of Frans spraken.  64% had secundair onderwijs genoten, waarvan ongeveer de helft, 48% een secundair getuigschrift had gehaald. 17 % van de mannen had een diploma van universiteit of hoger onderwijs. 23% zei dat ze hun universitaire studies hadden afgebroken en hoopten die verder te zetten in Europa (Escofier, Claire, 2006, p. 99).. De beperkte salarissen in de families van de studenten volstaan meestal niet om voor elk kind hogere studies te betalen. Beursen naar het buitenland zijn meestal enkel aan een elite voorbehouden en als je bij de oppositie behoort heb je pech (idem, p. 101-102).

In het onderzoek van Escoffier had de helft een beroepsbezigheid alvorens te vertrekken, enkelen hadden een ‘petit commerce’ en slechts enkelen bewerkten het veld, de rest was werkloos. De migranten die ze ondervroeg kwamen uit een middenklassengezin, meestal uit de steden, zelden van het platte land (idem, p. 101). Het rapport van CIMADE vermeldt slechts 12% werklozen en 15% studenten. Verder  28% handelaars en handwerkslieden, 21% arbeiders/bedienden, 6% vrije beroepen en 6% ambtenaren. Het rapport bevestigt in grote lijnen de scholingsgraad vastgesteld door Escofier (Wender, A., el al., 2004, p. 14).

Michael Collyer die 100 clandestienen langdurig interviewde geeft een gedetailleerd beeld van  hun economische achtergrond. Zes van de geïnterviewde was met het vliegtuig naar Marokko gekomen, waarvan 3 met een geldig visum en 3 met vervalste documenten. Nog eens 18 was in een ruk over het land gekomen. De overige 76 had eerst lang elders verbleven. Sommigen hadden er zelf 10 jaar over gedaan voor ze binnenkwamen in Marokko. De relatieve armoede van die laatste groep bleek uit het feit dat slechts 1 van hen had geprobeerd om een visum te krijgen voor Europa. (Collyer, Michael, 2006, p. 16) Escoffier gaf aan dat 250 van de 310 ondervraagden over land naar Rabat waren gekomen, 19% was dus met het vliegtuig gekomen. Een geldig paspoort volstaat om naar Cassablanca te vliegen, een visum is niet vereist (Escoffier, Claire, 2006, p. 104). Visa voor Europa daarentegen kosten hopen geld in Midden-Afrika waar de corruptie schering  en inslag is. Visa zijn meestal enkel gegund aan de elite. Vele klandestiene migranten voelden zich het slachtoffer van discriminatie:

“Ce refus était jugé discriminatoire car les demandeurs avaient souscrit à toutes les conditions requises (acceptation dans une Université en France ou dans une Ecole d’infirmiers, prise en charge financière etc.) et pourtant ils se voyaient refuser l’attribution du visa demandé.” (Escoffier, Claire, 2006, p. 104-105).

De reiskosten  varieerden tussen enkele maanden tot meerdere jaren gemiddeld loon in het moederland. 3 vluchtelingen rapporteerden dat familie land, huizen of andere kostbare eigendom had verkocht om de reiskosten te betalen. De migrant heeft dikwijls een schuld af te lossen aan zijn familie, waardoor terugkeren geen optie is (Collyer, Michael, 2006, p.16).

Wat de motieven voor hun vertrek aangaat stelt Collyer enigszins de bevindingen van Bensaad bij. Migranten hadden dikwijls een goede reden om te vertrekken: vervolging, dreigend gevaar en relatieve armoede. Deze combinatie kwam het meest voor bij mensen die aanvankelijk een betrekkelijk inkomen hadden maar dit verloren tijdens politieke opstanden en conflicten (Collyer, Michael, 2006, p. 15). Ook meer dan de helft van de 320 ondervraagden in het onderzoek van Escoffier zegt dat ze hun land verlaten hebben omwille van de oorlog (Escoffier, Claire, 2006, p. 106). 71% gaf wel aan Europa als reisdoel te hebben (idem, p. 108). Dit laatste kwam veel minder naar voor uit de rapporten van CIMADE[34] en Coyller. Gebrek aan toekomstperspectieven, discriminatie en onveiligheid zijn de meest voorkomende motieven om te vertrekken.

De term transitmigratie is misleidend: velen blijven jaren hangen in Marokko. De invasie van Europa via Marokko is een hersenspinsel van de media opgeklopt door de media:

“Assuming that 65,000 and 120,000 sub-Saharans enter the entire Maghreb yearly (Simon 2006), this leads us to estimate that between 20 (25,000/120,000) and 38 (25,000/65,000) percent of trans-Saharan migrants eventually cross to Europe. This clearly counters common views that reduce North Africa to a transit zone. It appears that between one half and two thirds of irregular entries goes undetected, and that these irregular entries would represent approximately one third of total West African (regular and irregular) immigration of around 100,000. Although irregular immigration has apparently accelerated in 2006 with increasing boat migration from West Africa to the Canary Islands, this clearly dispels any idea of an African exodus.” (de Haas, Hein, 2007, p. 25)

Hiermee is aangetoond dat wat versleten wordt als een transit-migratie er feitelijk geen is. De titel van het onderzoek van Van Hear: ‘I went as far as my money would take me’, krijgt hier een bittere bijsmaak. Meer dan de helft van de Trans-Sahariens is op zoek naar veiliger oorden, iets wat ze oorspronkelijk in Marokko vonden, maar waar de EU nu ook een stokje voor gestoken heeft. De vluchtelingen verzamelen nu massaal in Rabat. Begin 2005 heeft het Hoog Comissariaat voor Vluchtelingen daar een bureau geopend. Gemiddeld honderd personen per maand vragen asiel aan, maar slechts 17% van de aanvragers krijgen ook asiel. Maar ook dit levert weinig op. De overheid ziet het niet zitten dat asielzoekers zich iin Marokko installeren. Ze verstrekken geen verblijfspapieren noch een ‘permis’ om te werken. Bovendien worden asielzoekers evengoed tijdens de razzia’s terug over de grens gezet (Boukhari, Sophie, 2007).

De passeurs groot of klein grut?

In tegenstelling tot wat politici, media en bepaalde onderzoekers beweren behoren de mensensmokkelaars in de Middellandse Zee niet tot de hiërarchische gestructureerde internationale misdaadbendes die de mensenhandel domineren. Deze houden zich wel bezig met mensenhandel, maar niet met mensensmokkel, waarschijnlijk omdat de winsten daar niet hoog genoeg zijn. Waarom sommige onderzoekers beweren dat er moeilijk een onderscheid te maken is tussen mensenhandel en -smokkel begrijp ik niet. Wie de praktijken van dichtbij bekijkt valt het direct op dat mensenhandelaars bijna altijd achteraf willen betaald worden, kwestie van hun slachtoffers verder te kunnen chanteren en uitbuiten. Mensenhandelaars blijken over grote kapitalen te beschikken om de kosten van het transport voor te schieten, hun waar is een investering om het cru uit te drukken. Smokkelaars willen op voorhand betaald worden en meestal is er een gratis 2de poging of zelfs een pay-back garantie als de overtocht niet lukt.

Wat de trajecten naar Italië betreft blijkt uit onderzoek van de rechtbankverslagen die gaan over opgepakte smokkelaars dat het om bendes gaat die lokaal opereren (Pastore et al., 2006). Voor het traject Albanië-Albanië vermeldt Monzini zelfs dat de plaatselijke maffia, de ‘Sacra Corona Unita’ in de streek van Lecce, de streek waar de boten uit Albanië toekwamen aanvankelijk argwanend stond tegenover de nieuwe bedrijvigheden aan hun kusten. Zij gebruikten natuurlijk ook de zee voor drug- en wapensmokkel en deze activiteiten liepen gevaar door de overvloedige aanwezigheid van politie op zee. In het midden van de jaren 1990 leefde de hele regio rond Vlöre in Albanië van de smokkel, zodanig zelfs dat het aantal diefstallen in de streek ineens naar beneden gingen.  De prijzen van de overzet vanuit Albanië varieerden van 450$ tot 650$ afhankelijk van het feit of men rechtstreeks de schipper kon aanspreken of men moest beroep doen op een tussen persoon. (Monzini, Paola, et al. 2004, p. 52-56). Sommige bronnen vermelden dat er voor buitenlanders een toeslag van 250€ werd gevraagd. Het traject uit Albanië naar Italië droogt geleidelijk op na 2002, deels door de strenge controles op zee en de bilaterale overeenkomst tussen Italië en Albanië voor snelle repatriëring, maar vooral door een akkoord met Bulgarije en Roemenië (kandidaatleden van de EU), omdat de Italiaanse irreguliere economie de Albanese irreguliere migranten kan vervangen door reguliere  Roemen en Bulgaren die volkomen legaal met visa voor 3 maand komen werken, aan dezelfde prijs. Een aantal entrepreneurs hebben ondertussen hun bedrijf verplaats naar Albanië waar ze mensen kunnen tewerkstellen aan 100€ per maand. De Albanese migranten vallen uit de boot, sommige voor de 2de maal (Albahari, Maurizio, 2006, p 22).

Volgens professor Medhi Lahlou van de universiteit van Rabat rekenen de ‘passeurs’ voor  Marokkaanse mannen tussen de 5000 en 8000 Dirham (500€ à 800€) aan voor de overtocht. De vrouwen betalen minder, gemiddeld 5000 Dirham. Voor kinderen onder de 16 geldt een tarief van 2000 Dirham. De vluchtelingen van buiten Marokko betalen meer: de franstaligen gemiddeld 8000 Dirham, de engelstaligen die als rijk worden aanzien 12000 Dirham. Voor de overtocht wordt een afgedankte sloep gebruikt. De ‘passeurs’ gaan niet meer mee aan boord, te veel risico, en zo sparen ze een plaatsje uit. De tocht is enkel begeleid in Marokko zelf, eens op zee moeten de vluchtelingen hun plan zien te trekken (Lahlou, Medhi, 2005, p. 10-11). Wie het reisverslag leest van Ali Bensaad, krijgt een heel ander beeld van de klandestiene migratie vanuit de Sahel en Midden-Afrika.  Enkele fragmenten:

“A côté des Agadésiens qui tiennent les «agences de voyages», des camions de transport et des commerces d’alimentation pour l’approvisionnement nécessaire à la traversée, s’active une multitude de migrants. Forts de leur propre expérience, ils se sont reconvertis dans la prestation de services à leurs compatriotes et tiennent des gargotes, des maisons-dortoirs, des commerces d’accessoires (bidons pour l’eau, lampes torches, couvertures…) ou autres «salons» de coiffure.

(…)

Pour «clandestin» qu’il soit, notre embarquement se fait quand même en présence de la police. Moins pour maintenir l’ordre que pour prélever la dîme. Alors que l’agence enregistre les partants et paye une taxe pour chacun d’eux, la police va multiplier les barrages où, sous prétexte de contrôles, les ressortissants étrangers se font racketter. La somme varie entre 1000 et 2000 francs CFA (entre 1,53 et 3,06 euros) Rien que pour sortir des limites d’Agadez, nous passerons quatre «barrages».” (Bensaâd, Ali, 2001)

Collyer die veldonderzoek deed in Marokko en 100 klandestiene migranten uit de Sub-Sahara interviewde rapporteert:

“As much of the research on transit migration highlights, smuggling on these routes does not fit with the common image of people smugglers as internationally organised gangs of professionals. Migrants typically report paying for one leg of the journey at a time, a difficult stretch, or an individual border. Smugglers are frequently other migrants, with some experience of particular border crossings making the most of the opportunity to make a little money themselves to fund their onward journey.” (Collyer, Michael, 2006, p.18)

Als dit allemaal  internationale criminele netwerken moet voorstellen, moet ik iets gemist hebben. Zoals we stelden in onze inleiding komt point-to-point trafiek vanuit Azië naar Europa of de VS wel voor. Coyllyer vermeldt dat er in Marokko een grote groep migranten uit Bangladesh aanwezig was die waren ingevlogen via Dhubai en dan verder naar Marokko getransporteerd waren. Ze verbleven er in ‘safe houses’, in tegenstelling tot de anderen,  vanwaar ze 2 per 2 op jetski’s naar Ceuta werden gebracht. Ze hadden voor hun trip tussen 6.000€ en 12.000€ betaald. Er waren echter ook mensen uit Bangladesh aanwezig in Marokko die niet via dit systeem reisden (Collyer, Michael, 2006, p.19-20). Natuurlijk mogen we onze ogen niet sluiten voor de realiteit van criminele bendes die zich op de arbeidsmigratie werpen om grof geld te verdienen. Bovendien is een grondige analyse ervan even dringend als de analyse van de misdadige politiek van de Europese Eurocraten, maar ze moet wel interdisciplinair zijn, anders kan ze alleen maar eenzijdig zijn en zoals zoveel expertverslagen dienen als vehikel van rechtse tot extreemrechtse politiek. Dit willen we ten allen koste vermijden, maar zelfs al zouden de arbeidsmigratie uit Afrika volledig beheerst worden door criminele bendes, verantwoordt niet de repressieve aanpak van de EU in de Middellandse zee, want die heeft alleen maar voor gevolg dat die bendes meer greep krijgen op de arbeidsmigratie.

Europa verliest zijn geloofwaardigheid en wakkert de xenofobie aan

Als men een politiek voert die niet doet wat hij zegt te doen, dan gooit men zijn geloofwaardigheid te grabbel. De contradictie van politioneel/militaire grenzen met een de ‘facto’ tewerkstellingspolitiek van mensen zonder papieren is daar een voorbeeld van.

Begin 2007 is het aantal arrestaties aan de Spaanse kust gedaald. In vergelijking met de 17.433 arrestaties tijdens de eerste zeven maanden van 2006, telde de Spaanse overheid er in 2007 nog 7934[35]. Het totaal aantal asielzoekers is in gans Europa reeds dalend sedert 2002. Op 5 jaar tijd is het aantal asielzoekers gehalveerd[36]. Voor de 27 landen van de EU zijn er in 2006 nog zo’n 192.000 asiel aanvragen. Als we dit een beetje in historisch perspectief bekijken is dit peanuts vergeleken met de 670.000 van 1992 voor de 15 landen van de Europese Gemeenschap. In België krijgen jaarlijks tussen de 10 à 15 procent van de asielaanvragers ook werkelijk het statuut van vluchteling. In Afrika ligt het aantal vluchtelingen in de totale migratie rond de 22%. Door de oorlog in Irak is dit percentage terug aan het stijgen. De dubbele filter van de EU tegenhouden aan de grenzen en ongehoord strenge selectie van de asielaanvragen en de realiteit van de ‘Van Hear’ regel treft de politiek vluchtelingen zwaar. In het jaarlijks EU-rapport klinkt het een beetje laf als we daar lezen:

“Although it is recognized that the country of last residence and the country of citizenship may differ, the geographical proximity between the relevant countries of citizenship and destination is an important factor.”[37]

Volgens schattingen van de crime-unit van de UN, ONUDC wordt slechts 1 op 3 van de klandestiene migranten uit Afrika tegengehouden[38].  Ik weet niet wat ik moet denken van die cijfers aangezien de totale aantallen niet kloppen met wat blijkt uit veldonderzoek, maar uit de regularisaties in Italië kunnen we wel afleiden dat in 2002 slechts 2 op 5 klandestiene migranten via de Middellandse Zee Italië was binnengekomen, in 2004 was dit nog 1 op 8. Als het de bedoeling is van de militaire operaties om de klandestiene migratie te stoppen blijken ze niet te slagen in hun opzet.

Wel blijft het aantal verdrinkingen stabiel in 2007 volgens ‘Fortress Europe’. De mensensmokkelaars blijven actief alleen nemen ze minder en minder  risico’s. Ze sturen vluchtelingen op zee in kleine gammele bootjes met enkel een kompas, een kaart en een zaklamp om zo te ontsnappen aan de radars [39]. Gevolg meer doden. Erika Feller, van de ‘UN High Commissioner for Refugees’ (UNHCR) stelt in Augustus 2007:

“It is clear people are still dying in very dramatic circumstances. It proves that the disincentives are not enough to discourage quite large numbers of people from putting their lives at risk at sea.”[40]

De verbetenheid waarmee men op klandestiene migranten blijft jagen  in de Middellandse zee blijkt uit  tientallen incidenten[41]. Daarbij schuwt men niet het internationaal zeerecht met de voeten te treden. Zeven Tunesische vissers werden aangehouden beschuldigd van hulp aan illegale immigratie, omdat ze 44 inzittenden op een zinkende opblaasboot hadden gered en afgezet op het Italiaanse eiland Lampedusa. Onder druk van Europarlementariërs zijn ze intussen vrijgelaten, maar er wacht hen nog altijd een proces[42]. De herhaalde incidenten aan onze grenzen zijn een humaan en sociaal Europa onwaardig:

“Ze zijn de uiting van een falende politiek, maar ook van de geleidelijke corrosie van burgerzin, verantwoordelijkheid, en uiteindelijk van een vorm van menselijkheid zonder dewelke geen enkele beschaafde maatschappij kan overleven.” (Sassen, Saskia 2003, onze vertaling)

Rekening houdend met de enorme maatschappelijke kosten is deze militaire strategie bovendien inefficient, zinloos en een enorme verspilling van middelen. Het enige resultaat is dat de Europese mensenrechtenpolitiek totaal ongeloofwaardig is geworden. Uit een onderzoek door Marco Martiniello en Andrea Rea bij mensen zonder papieren die in België verblijven blijkt dat sommige vluchtelingen die wel een beroep zouden kunnen doen op asiel, zich de moeite niet meer getroosten om asiel aan te vragen:

“While Belgium’s current political climate has promoted the unmasking of “economic refugees” allegedly masquerading as political refugees, qualitative research indicates that many undocumented aliens have emigrated for political reasons, yet do not wish to apply for asylum. Interviews indicate that more of the undocumented population could meet 1951 Convention criteria than have applied. This suggests that there may be more legitimate refugees in Belgium than are indicated by official statistics. These individuals prefer to live without formal recognition because they fear the government, the police, and the rejection of their application.” (Martiniello, Marco en Andrea Rea, 2004)

Het enige echte resultaat van SIVE en Frontex is afschrikking (Carling, Jørgen, 2007), een afschrikking die niet blijkt te werken zoals bleek begin 2006. Er kunnen wel spectaculaire beelden van geschoten worden en de bootvluchtelingen zijn regelmatig een item in de Europese journaals. De vraag kan gesteld wordt of met SIVE en Frontex niet eerder een probleem gecreëerd is  dan er een opgelost is. Door de repressie zijn de bootvluchtelingen steeds verder opgeschoven langs de Afrikaanse West-kust. Waar ze vroeger alleen vertrokken vanuit Noord-Afrika, vertrekken ze nu zelfs vanuit Senegal, een lange en gevaarlijke tocht van 2000 Km over zee. De repressie heeft eerder voor een verspreiding van de klandestiene migratie gezorgd in West-Afrika dan ze die heeft ingedijkt.

De voorstelling van zaken in de media en door de overheden klopt niet met de werkelijkheid van de migratie. Men schetst een apocalyptisch beeld van die migratie vanuit Afrika, als een bedreiging, een overrompeling, terwijl we ook zouden kunnen typeren als het leegbloeden van de Sub-Sahara. In deze groteske voorstelling van zaken wordt  Marokko tot springplank gebombardeerd. Daarbij gaat men voorbij aan het feit dat de Arabische golfstaten zelf al meer dan 30 jaar functioneren als bestemmingslanden voor migratie uit West- en Oost-Afrika.  Tot begin de jaren 1990 trokken 120.000 Marokkaanse migranten jaarlijks naar Libië op contractbasis en verschillende tienduizenden naar de andere golfstaten (de Haas, Hein, 2005, p. 11). Tussen de 60 en 80 procent van de migratie uit zwart Afrika door de Sahara verlaat Afrika niet.  Alleen zal het niet geïnformeerde publiek wel afleiden uit al die spectaculaire acties, dat er wel degelijk een invasie aan de gang is. Dit soort volksverlakkerij, de lakse politiek  tegen irreguliere arbeid die de inkomens van de meest kwetsbare (meest vervangbare) werknemers naar beneden drukt en de criminalisering van de ‘mensen zonder papieren’ wakkert de xenofobie ongetwijfeld aan.

Een onderzoek van het FEMAGE-project dat uitgaat van de noodzaak van vrouwelijke migratie en hun integratie in het verouderende Europa was weinig hoopgevend in dat verband. Het onderzoek baseerde zich op de standpunten van 21.000 autochtonen in Duitsland, Estland, Hongarije, Finland, Oostenrijk, Polen, Slovenië en Tsjechië. Twee derden van de respondenten in Duitsland, Estland, Hongarije, Polen, Slovenië en Tsjechië vonden dat er teveel vreemdelingen in hun land waren. In Oostenrijk was dat de helft. Enkel de Finse respondenten leken te aanvaarden dat de veroudering van de bevolking migratie zou noodzakelijk maken[43]. Nu is het wel zo dat in Duitsland en Oostenrijk xenofobie reeds wijd verspreid waren en dat alle andere landen, behalve  Finland, voormalige Oostbloklanden zijn, zonder lange democratische traditie en waar het nationalisme de overhand kreeg na jaren verdringing onder het communisme (zie bijvoorbeeld de vervolging van de Roma in verschillende landen), toch zijn die resultaten weinig hoopgevend.

(Daniël Verhoeven, donderdag 4 oktober 2007)

Referenties

Adepoju, Aderanti, (2007), Highly skilled migration: balancing interests and responsibilities and tackling brain drain, Human Resources Development Center, Nigeria, online http://smooz.gfmd-civil-society.org/gfmd/files/Session_1.pdf

Albahari, Maurizio, (2006), Death and the Modern State: Making Borders and Sovereignty at the Southern Edges of Europe, The Center for Comparative Immigration Studies CCIS, University of California, San Diego, Working Paper 137, May 2006

Anti-Slavery International (2006) ‘Trafficking for Forced Labour: UK Country Report’, 2006, printed from http://www.antislavery.org/homepage/resources/PDF/PDFforcedlabour.htm

Arango Joaquin, (2000), « Expliquer les migrations : un regard critique », in « La migration internationale en 2000 », Revue internationale des sciences sociales, septembre 2000, n° 165, Unesco/Erès, pp. 329-342.

Arango, Joaquín en Jachimowicz, Maia, (2005), Regularizing Immigrants in Spain: A New Approach, Complutense University of Madrid, September 2005, online http://www.migrationinformation.org/Feature/display.cfm?id=331

Asociaćion Pro Derechos Humanos de Andalucia (APDHA) (2005) Informe sobre les violacions des derechos humanos en Marruecos hacia el colectivo migrante de origen subsahariano online http://www.apdha.org/media/inforsubsaharianos.pdf

Baldwin-Edwards, Martin, (2004), The Changing Mosaic of Mediterranean Migrations, Mediterranean Migration Observatory, Panteion University, Athens, June 1, 2004, online http://www.migrationinformation.org/Feature/print.cfm?ID=230

Bhabha, Jacqueline, (2005), Trafficking, Smuggling, and Human Rights, Migration Information Source, online http://www.migrationinformation.org/Feature/display.cfm?id=294

Bensaâd, Ali, (2001), Voyage au bout de la peur avec les clandestins du Sahel, Le Monde Diplomatique, Septembre 2001, online http://www.monde-diplomatique.fr/2001/09/BENSAAD/15645

Bensaâd, Ali, (2005), Les migrations transsahariennes, une mondialisation par la marge, El Watan, 29 octobre 2005, online http://www.algeria-watch.org/fr/article/analyse/bensaad_migrations_1.html

Bensaâd, Ali, (2007), Agadez, carrefour migratoire sahélo-maghrébin, Revue Européenne des Migrations Internationales , Volume 19 , Numéro 1 , p. 7-28,  publié en ligne le 16 mai 2007, online http://remi.revues.org/document336.htm

Black, R., Collyer, M., Skeldon, R. and Waddington, C. (2005) A survey of the illegally resident population in detention in the UK, Sussex Centre for Migration Research, University of Sussex, Online Report 20/05, online http://www.homeoffice.gov.uk/rds/pdfs05/rdsolr2005.pdf

Boukhari, Sophie, (2007), La longue traque des migrants clandestins au Maroc, Le Monde Diplomatique, Mai 2007, online http://www.monde-diplomatique.fr/2007/05/BOUKHARI/14710

Bourdieu, Pierre, (1978), Ce que parler veut dire, Intervention au Congrès de l’AFEF, Limoges, 30 octobre 1977, parue dans Le français aujourd’hui, 41, mars 1978, pp. 4-20 et Supplément au n° 41, pp. 51-57. Repris dans Questions de sociologie, Les éditions de Minuit, 1980, pp 95- 112., online august 2007 op http://www.homme-moderne.org/societe/socio/bourdieu/varia/cequep.html

Bredeloup, Sylvie, Pliez, Olivier, (2005), Migrations entre les deux rives du Sahara, autrepart, Revue de sciences sociales au Sud, no 36, online http://www.autrepart.ird.fr/editos/edito36.html

Castles, Stephen, (2003), A fair migration policy – without open borders, OpenDemocracy, online august 2007 op http://www.opendemocracy.net/people-migrationeurope/article_1657.jsp

Carling, Jørgen, (2007), The Merits and Limitations of Spain’s High-Tech Border Control, The Merits and Limitations of Spain’s High-Tech Border Control, International Peace Research Institute, Oslo (PRIO), June 2007, online http://www.migrationinformation.org/Feature/display.cfm?ID=605

Chikezie, Chukwu-Emeka (2005), African agency vs the aid industry, OpenDemocracy, online august 2007 op: http://www.opendemocracy.net/globalization-G8/aid_2650.jsp

Chomsky, Noam and Herman, Edward S. (1988). Manufacturing consent: the political economy of the mass media. New York: Pantheon Books

Collyer, Michael, (2006), States of insecurity: Consequences of Saharan transit migration, Centre on Migration, Policy and Society, Working Paper No. 31, University of Oxford, 2006

Coslovi, Lorenzo, (2007), Brevi note sull’immigrazione via mare in Italia e in Spagna, Centro Studi di Politica Internationale, Roma, januari 2007, on line http://www.cespi.it/PDF/mig-mare.pdf

CPTA, (2007) LIBRO BIANCO, I Centri di Permanenza temporanea e Assistenza in Italia un’indagine promossa dal Gruppo di Lavoro sui CPTA in Italia, A cura di Nicoletta Dentico e Maurizio Gressi Gruppo di Lavoro Sui CPTA in Italia, online http://www.comitatodirittiumani.org/LB.htm

Danckaerts, Tine, (2007), Migrantendollars: extra cash voor ontwikkeling, MO, 27 juni 2007, online http://www.mo.be/index.php?id=62&tx_uwnews_pi2[art_id]=18499

Danckaerts, Tine, Mario de Queiroz en Els Scholiers (2007), Oversteek naar Fort Europa blijft dodentocht, MO, online http://www.mo.be/index.php?id=69&no_cache=1&tx_uwnews_pi2[art_id]=19004

de Haas, Hein, (2005), Morocco’s migration transition: trends, determinants and future scenarios, Centre for International Development Issues Nijmegen (CIDIN) Radboud University, Nijmegen, Global Migration Perspectives No. 28, April 2005, online  http://www.gcim.org/attachements/GMP%20No%2028.pdf

de Haas, Hein, (2007a), Irregular migration from Africa to Europe: Questioning the transit hypothesis, (draft paper), International Migration Institute, James Martin 21st Century School, University of Oxford, August 2007, online http://www.iss.nl/content/download/8507/82412/file/Panel1_deHaas.pdf

de Haas, Hein, (2007b), North African migration systems: evolution, transformations and development linkages, International Migration Institute, James Martin 21st Centruy School, University of Oxford, online http://www.imi.ox.ac.uk/pdfs/WP6%20North%20African%20Migration%20Systems.pdf

Djurfeldt, Göran, Holmen, Hans, Jirström, Magnus, Larsson, Rolf, (Editors) (2004), African Food Crisis – the Relevance of Asian Experiences, CABI publishing, Wallingford, UK

Doukouré, Ounia en Hellen Oger, (2007), The EC External Migration Policy: The Case of the MENA Countries,  Research Reports 2007/6, European University Institute, RSCAS, online http://www.eui.eu/RSCAS/e-texts/CARIM-RR_2007_06.pdf

Düvell, Franck  (ed), (2005), Illegal Immigration in Europe. Beyond Control, Houndmills: Palgrave/Macmillan

Düvell, Franck,(2006), Crossing the fringes of Europe: Transit migration in the EU’s neighbourhood, Working Paper No. 33, University of Oxford, 2006, Centre on Migration, Policy and Society, online http://www.compas.ox.ac.uk/publications/Working%20papers/WP0633-Duvell.pdf

Escoffier, Claire, (2006), Communautés d’itinérance et savoir-circuler des transmigrant-e-s au Maghreb, Université Toulouse II, doctroraatsthesis ‘Sociologie et Sciences Sociales’, Toulouse le 2 Juin 2006

FAO, IFPRI, (2005), Looking Ahead Long-Term Prospects for Africa’s Agricultural Development and Food Security,Discussion Paper 41, by Mark W. Rosegrant, Sarah A. Cline, Weibo Li,Timothy B. Sulser, and Rowena A. Valmonte-Santos, online  http://www.ifpri.org/2020/dp/vp41.pdf

Gil-Bazo, María-Teresa, (2005), The European Union’s external dimension of asylum and migration policies from an International Refugee and Human Rights Law perspective, Refugee Studies Centre, University of Oxford. Paper was presented at the Workshop held in University of Oudja (Morocco) in February 2005, online http://www.fmreview.org/pdf/gilbazo.pdf

Goldschmidt, Elie, (2006), Storming the Fences: Morocco and Europe’s Anti-Migration Policy, Middel East Report, online http://www.merip.org/mer/mer239/goldschmidt.html

Gubbini, Cinzia, (2007), Migranti, la fortezza Europa si inceppa, progetto Melting Pot Europa, online august 2007 op  http://www.meltingpot.org/articolo10937.html

Guengant, Jean-Pierre, (2002), Quel lien entre migrations internationales et développement, CERAS – revue Projet n°272, Décembre 2002., online http://www.ceras-projet.com/index.php?id=1758

Hooghe, Marc, Jaak Biliet, Johan Leman, Bart Meuleman, Tim Reeskens, Ann Trappers, (2006), Waarom migranten naar Europa komen, De Gids op Maatschappelijk Gebied, 97(7), 4-14

Jones, Ibiduni, (2006), Source Of Human Trafficking & Illegal Migration In Africa, online august 2006 op http://www.maec.gov.ma/migration/Doc/Human%20Trafficking%20Development.pdf

Keïta, Seydou, (2006), Migration et politiques d’expulsion : répression, droits humains et développement, Penser pout Agir, online http://www.penserpouragir.org/spip.php?article212

Lahlou, Mehdi, (2005), Les migrations entre le Maghreb et l’Union Européenne: evolutions récentes, Rapports de recherche 2005/3, Institut universitaire européen, RSCAS

Lehti, Martti,(2003) Trafficking in women and children in Europe, The European Institute for Crime Prevention and Control, affiliated with the United Nations, online http://www.heuni.fi/uploads/to30c6cjxyah1l.pdf

Levinson, Amanda, (2005), Why Countries Continue to Consider Regularization, Migration Information Source, September 2005, online http://www.migrationinformation.org/Feature/display.cfm?ID=330

Lutterbeck, Derek, (2006), Policing Migration in the Mediterranean, Mediterranean Politics, Vol. 11, No. 1, 59-82, March 2006

Massey, Douglas S., (2005), Backfire at the Border: Why Enforcement without Legalization Cannot Stop Illegal Immigration, Washington, Trade Policy Analysis, nr 29, online http://www.cato.org/new/06-05/06-13-05r.html

Martiniello, Marco, Rea and Andre Rea, (2003), Belgium’s Immigration Policy Brings Renewal and Challenges, Migration Information Source, October 2003, online, http://www.migrationinformation.org/Profiles/display.cfm?ID=164

Martiniello, Marco en Andrea Rea,(2004), Belgium’s Undocumented Hold Lessons for EU, Free University of Brussels, February 2004, online http://www.migrationinformation.org/Feature/display.cfm?ID=195

Monzini, Paola., Pastore, F. & Sciortini, G., (2004), L’Italia promessa. Geopolitica e dinamiche organizzative del traffico di migranti verso l’Italia (The promised Italy. Geopolitics and organizational dynamics of human trafficking towards Italy), CeSPI Working Paper, 2004/9, online http://www.cespi.it/PASTORE/Wp9-cnr.pdf vertaling in het engels op http://www.cespi.it/cnr/human_smuggling.htm

Moreno Fuentes, Francisco Javier, (2005), The regularisation of undocumented migrants as a mechanism for the ’emerging’ of the Spanish underground economy, Madrid, Unidad de Políticas Comparadas (CSIC), Working Paper 05-06, online http://www.iesam.csic.es/doctrab2/dt-0506.pdf

Newland, Kathleen,(2005), Drop in Asylum Numbers Shows Changes in Demand and Supply, Migration Policy Institute, April 2005, http://www.migrationinformation.org/Feature/display.cfm?ID=303

Noll, Gregor, (2006), The Euro-African migration conference: Africa sells out to Europe, OpenDemocracy, online

http://www.opendemocracy.net/people-migrationeurope/migration_conference_3738.jsp

Oezcan, Veysel, (2004), EU Sees Sharp Drop in Asylum Applications, Social Science Research Center Berlin, April 2004,  http://www.migrationinformation.org/Feature/display.cfm?id=218

Padilla, Beatriz, (2007), Latin American Immigration to Southern Europe, CIES, University Institute of Management, Social Sciences and Technology, Lisbon, João Peixoto, ISEG, Technical University of Lisbon, June 2007, online http://www.migrationinformation.org/Feature/display.cfm?id=609

Paleologo, Fulvio Vassallo, (2007a), D’Alema in Libia ridefinisce le nuove frontiere della “Fortezza” Europa, progetto Melting Pot Europa, online http://www.meltingpot.org/articolo10186.html

Paleologo, Fulvio Vassallo,  (2007b), Southern Maritime Borders And Irregular Migration, Intervention European Parliament, July 3, 2007, online http://www.europarl.europa.eu/hearings/(20070703/libe/vassallo_en.pdf

Pastore, F., P. Monzini, en G. Sciortino., (2006), ‘Schengen’s soft underbelly? Irregular migration and human smuggling across land and sea borders to Italy’, International Migration 44:95-119.

Petros, Melanie, (2005), The costs of human smuggling and trafficking, Global Migration Perspectives No. 31, April 2005, Migration Research Unit, University College London, online http://www.gcim.org/attachements/GMP%20No%2031.pdf

PICUM (ed.), (2002), Book of Solidarity, printed from http://www.picum.org/Publications/bos1.pdf

PICUM (ed.), (2007a), Undocumented Migrants – Symptom, Not The Problem, Brussels, A PICUM Policy Brief by Don Flyn and Frank Düvell, printed from http://www.picum.org

PICUM (ed.), (2007b), Human Trafficking and Forced Labour: What Perspectives to Challenge Exploitation?, by Don Flynn, PICUM Chair, April 2007, online http://www.picum.org/HOMEPAGE/Human%20Trafficking%20and%20Forced%20Labour.pdf

Pliez, Olivier, (2004) “De l’Immigratoin au Transit? La Libye dans l’Espace Migratoire Euro-Africain,” in La Nouvelle Libye: Sociétés, Espaces et Géopolitique au Lendemain de l’Embargo. Edited by O. Pliez. Paris: Editions Karthala

Pugh, M. (2000) Europe’s Boat People: Maritime Cooperation in the Mediterranean, Chaillot Paper No. 41, July (Paris: European Union Institute for Security Studies), online http://www.iss-eu.org/chaillot/chai41e.pdf

Sassen, Saskia, (2003), A universal harm: making criminals of migrants, OpenDemocracy, online http://www.opendemocracy.net/people-migrationeurope/article_1444.jsp

Sassen, Saskia, (2007),  Migration policy: from control to governance, OpenDemocracy, online http://www.opendemocracy.net/people-migrationeurope/militarising_borders_3735.jsp

Schneider, Friedrich, (2004), “The Size of the Shadow Economies of 145 Countries all over the World: First Results over the Period 1999 to 2003”, IZA Discussion Paper No. 1431, online http://www.dur.ac.uk/john.ashworth/EPCS/Papers/Schneider.pdf

Schuster, Liza, (2003), Asylum-seekers and state racism in Europe, OpenDemocracy,: online http://www.opendemocracy.net/people-migrationeurope/article_1547.jsp

Scott, P. (2004). Undocumented migrants in Germany and Britain: the human rights and wrongs regarding access to health care. Electronic Journal of Sociology, online http://www.sociology.org/content/2004/tier2/scott.html

Taran, P. & Geonimi, E. (2003) Perspectives on Labour Migration: Globalisation, Labour and Migration – Protection is Paramount. International Migration Programme, International Labour Organisation, online http://www.ilo.org/public/english/protection/migrant/download/pom/pom3e.pdf

UDEP-Anrwerpen, (2007), Opleiding en tewerkstelling van Antwerpse mensen zonder papieren, Een bevraging door Udep-Antwerpen, Juli 2007, online

http://www.udep-antwerpen.be/ExterneBestanden/verslag%20enquete%20opleidingwerk.htm

UNO, (1989), Convention on the Rights of the Child, United Nations General Assembly, online august 2007 op  http://www.ohchr.org/english/law/pdf/crc.pdf

UNO, (1990) International Convention on the Protection of the Rights of All Migrant Workers and Members of Their Families,1990, Adopted by General Assembly resolution 45/158 of 18 December 1990, online    http://www.ohchr.org/english/law/pdf/cmw.pdf

Van Hear, Nicolas, (2004), ‘I went as far as my money would take me’: conflict, forced migration and class’ COMPAS Working paper 04-06, online http://www.compas.ox.ac.uk/publications/Working%20papers/WP0406.pdf

van Moppes,David, (2006), The African Migration Movement: Routes to Europe, Research Group Migration and Development (Department of Human Geography), Radboud University, Nijmegen

van Thijn, Ed (2006), Human rights of irregular migrants, Report Committee on Migration, Refugees and Population,4 May 2006, online  http://assembly.coe.int/Main.asp?link=/Documents/WorkingDocs/Doc06/EDOC10924.htm

van Wijk, Joris, (2005), Forces to migrate from Angola to the Netherlands, SOCIUS Working Papers, Nº 7/2005, SOCIUS – Centro de Investigação em Sociologia Económica e das Organizações, Instituto Superior de Economia e Gestão, Universidade Técnica de Lisboa, online http://pascal.iseg.utl.pt/~socius/publicacoes/wp/wp200507.pdf

Zlotnik, Hania, (2004), International Migration in Africa: An Analysis Based on Estimates of the Migrant Stock, United Nations DESA/Population Division, September 2004, http://www.migrationinformation.org/Feature/display.cfm?id=252

Väyrynen, Raimo, (2003), Illegal Immigration, Human Trafficking, and Organized Crime, United Nations University, World Institute for Development Economics Research, Discussion Paper No. 2003/72, October 2003, online http://www.wider.unu.edu/publications/dps/dps2003/dp2003-072.pdf

Wender, A. (2004) Gourougou, Bel Younes, Oujda: La situation alarmante des migrants subsahariens en transit au Maroc et les consequences des politiques de l’Union Europeenne Paris: Cimade, online http://www.cimade.org/downloads/rapportMaroc.pdf


[1] http://www.dofi.fgov.be/nl/reglementering/belgische/wet/wet.pdf

 

[2] http://www.un.org/documents/ga/res/45/a45r158.htm

[3] Zie voor een update http://www.december18.net/web/general/page.php?pageID=79&menuID=36&lang=EN#eleven

[4] Zie toespraak op 13 September 2007 in Lisabon http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=SPEECH/07/526&format=HTML&aged=0&language=EN&guiLanguage=en

[5] Zie voor een update: http://fortresseurope.blogspot.com/

[6] Zie http://www.unhcr.org/home/RSDLEGAL/3ae6b31b83.html

[7] Zie http://www.burojansen.nl/artikelen_item.php?id=100

[8] Zie de richtlijnen voor de praktische toepassing van het verdrag van Amsterdam: http://www.vluchtelingenwerk.be/thema/uitvoering_amsterdam.php

[9] In eerste insantie zijn het enkel Duitsland, Spanje, Italië en het VK die selectieve recruteringsprogramma’s opstarten.

[10] Tenzij er een deportatie akkoord met het land van herkomst bestaat zoals tussen Italië en Libië, Spanje en Marocco en ook recent tussen Spanje en Senegal.

[11] Zie http://www.unhcr.org/home/RSDLEGAL/437b6db64.html

[12] Zie http://www.frontex.eu.int/ en http://frontexwatch.wordpress.com/

[13] Zie http://www.frontex.eu.int/origin_and_tasks/tasks/

[14] Zie http://hrw.org/english/docs/2005/10/13/spain11866.htm

[15] Zie http://www.elsevier.nl/nieuws/buitenland/artikel/asp/artnr/67008/index.html

[16] Dit terwijl er in Spanje zelf wel initiatieven zijn om een migratieplan op poten te zetten cfr het Greco plan http://www.migrationinformation.org/Profiles/display.cfm?ID=97

[17] Zie http://web.amnesty.org/library/index/fraeur410092006

[18] Zie eveneens http://web.amnesty.org/library/index/fraeur410092006

[19] Zie http://www.ecre.org/resources/ecran_weekly_update_17_11_2006

[20] Zie http://www.ecre.org/ecran_weekly_update_13_04_2007

[21] Zie bvb http://news.bbc.co.uk/2/hi/africa/5142066.stm

[22] Zie http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:52006DC0735:NL:NOT

[23] http://www.maec.gov.ma/migration/Doc/PA%20final%20EN.pdf

[24] http://www.maec.gov.ma/migration/

[25] Zie http://www.europarl.europa.eu/oeil/file.jsp?id=5373052

[26] De eerlijkheid gebiedt ons hier op te merken dat Algerije altijd al repressief optrad tegen klandestiene migratie. Het Algerijnse regime, ideologisch een mengeling van socialisme en nationalisme, ziet in migratie een vorm van landveraad. Ook het Libische nationalisme van Kadhaffi leidt tot racistische uitbarstingen in Tripoli in 2000.

[27] Zie http://www.monde-diplomatique.fr/2007/05/BOUKHARI/14710

[28] Zie http://www.nolager.org/more/display.php?id=3

[29] S. Bredeloup en O.Pliez in ‘L’Afrique en mouvement’ – Le Monde – 27 maart 2006, online http://www.temoust.org/spip.php?article179

[30] De Sahara strekt zich uit in het Westen van aan de Atmantische kust tot aan Egypte in het Oosten. Het bevat grote delen van Marokko, Westelijke Sahara, Mauritanië, Mali, Niger, Algerije, Tunesië, Libië, Tsjaad, Egypte en Soedan.

[31] De Sahel is een van der armste regio’s in de wereld. Ze loopt over Senegal, Gambia, Mauritanië, Mali, Burkina Faso, Niger, Nigeria, Tsjaad, Soedan, Ethiopië, Eritrea, Djibouti, Somaliland, Somalië, het noorden van Ivoorkust, Ghana, Togo en Benin.

[32] Ali Bensaad werkt als lector aan de universiteit Aix-Marseille-I en als onderzoeker aan het ‘Institut de recherche et d’étude du monde arabe et musulman’ (IREMAM). In 2001 ging hij zelf mee op reis met de klandestiene migranten vanuit Agadez door de woestijn naar Libië, zie voor een reisverslag: http://www.monde-diplomatique.fr/2001/09/BENSAAD/15645

[33] Zie http://www.monde-diplomatique.fr/2001/09/BENSAAD/15645

[34] Voor het CIMADE rapport moet wel gezegd worden dat het in de eerste plaats een onderzoek  naar vluchtelingen was zoals ook in het rapport wordt aangegeven.

[35] Zie http://mo.be/index.php?id=61&no_cache=1&tx_uwnews_pi2[art_id]=19004

[36] Zie http://epp.eurostat.ec.europa.eu/cache/ITY_OFFPUB/KS-SF-07-110/EN/KS-SF-07-110-EN.PDF

[37] Eerder aangehaald rapport p. 5

[38] Zie http://www.unodc.org/pdf/research/Migration_Africa_French.pdf

[39] Zie http://fortresseurope.blogspot.com/2006/01/july-2007.html

[40] In de International Herald Tribune: http://www.iht.com/articles/2007/08/26/news/immig.php

[41] Regelmatig verschijnen berichten over de incidenten aan onze grenzen op de site van http://frontexwatch.wordpress.com/,  in de nieuwsbulletins van PICUM http://www.picum.org/

[42] Zie http://www.angolapress-angop.ao/noticia-e.asp?ID=558489 en http://www.migreurop.org/article1206.html

[43] Zie http://www.bib-demographie.de/femage/

Advertisements

One thought on “Militarisering van de Europese Middellandse Zee grenzen en de Mythe van de Afrikaanse invasie

  1. Pingback: Het Taboe van de Clandestiene Arbeid doorbreken « Mensen zonder Papieren

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s