Reis naar een land dat niet meer bestaat (deel 11/16)

Ferre: Pisak, Woensdag 22 juni 1988, 16:00

In  Joegoslavië zijn nog echte socialisten  en het is er gezellig. De levensstandaard in het Noorden is  er vergelijkbaar met die in Italië, Spanje, Zuid-Frankrijk. Een ingenieur kon zich een Golf permitteren. Petar heeft trouwens een Volkswagen Passat.  Bovendien heb je in Joegoslavië arbeiderszelfbestuur in de fabrieken en werkplaatsen,  in de Belgische fabrieken  is het  nog  Stalinisme ‘pur sang’. Dat onderga ik dagelijks op ‘t fabriek. Gezondheidszorg en onderwijs zijn gratis in Joegoslavië. Abortus is mogelijk zonder grote problemen. Alle mogelijke varianten  van anticonceptie zijn toegelaten en je krijgt bij ieder kind minstens een jaar zwangerschapsverlof. Boeken van dissidenten uit andere Oost-Europese landen: Michail Boelgakov, Milan Kundera, Adam Michnik … zijn vrij te krijgen. De landbouwgrond is in Joegoslavië nooit genationaliseerd.  80% van de landbouw is in handen van privé-boeren.  In 1948 al brak Tito met het Sovjetblok van Stalin. Internationaal is Joegoslavië onafhankelijk. Het schippert tussen de twee grote machtsblokken. Het was een ongelukje van de geschiedenis, een foutje van Malta. In 1967 voerde Joegoslavië een joint-venture wet in die buitenlandse investeringen toeliet. De Joegoslaven mogen vrij naar het buitenland reizen. De zon, de prachtige natuur heb je in Joegoslavië gratis, er is geen overdreven luxe, maar de mensen helpen mekaar. In plaats van mekaar te helpen, bijten de mensen in België liever mekaar de strot af.

België wordt dag na dag stinkender en lelijker. Als ik vroeger van Gent terugkeerde naar den buiten, rook je het verschil, nu niet meer. De stank hangt overal. En ondertussen is mijn geboortedorp ook volgebouwd met grote lelijke villa’s. Iedereen zijn kleine burcht met kijkgaten. De loopbruggen worden opgehaald.  Als de bange burgers ‘s avonds iemand in hun straat zien lopen die ze niet kennen bellen ze  naar de politie. Het is vrienden van me overkomen die in een dorp een ludieke aktie wilden op touw zetten voor het behoud van een bos.  Ze zijn allemaal opgepakt en hebben een nacht in de gevangenis mogen doorbrengen.  In sommige tuinwijken organiseren ze burgerwachten. Er zou meer politie op straat moeten,  zeggen de de ‘kattekoppen’.  Informatie is commercie geworden, maar net zoals de commercie niet gediend is met de waarheid, is de waarheid niet gediend met die commercie. Leugen of waarheid, het speelt geen rol meer, als het maar verkoopt. De propagandamachine draait op volle toeren en spuugt alle dagen verse bagger.

***

Hugo is mijn beste maat op Sidmar. Een prima electro-mechanieker. We zaten in dezelfde ploeg. Hij is 10 jaar ouder dan mij en heeft al een grote dochter. Onlangs zijn hij en zijn vrouw, de moeder van die dochter uit mekaar gegaan. Alles moest opgedeeld worden. Zijn vrouw had  zijn wagen ‘perte totale’ gereden met haar nieuwe vriend in Frankrijk. We wisselden om de week om naar ‘t fabriek te rijden. De ene week reed ik, de andere week hij. Nu heeft hij geen auto meer. Ik rij alleen, hij wil mij betalen omdat hij mee mag rijden, maar ik wil dat niet. Hij heeft het natuurlijk financieel wat moeilijk nu. Ik zeg hem: ‘dat komt wel goed, Hugo. Ik weet dat gij hetzelfde zoudt doen als ik in de shit zit’. Tot daar. Op een dag wordt er ingebroken bij zijn dochter. Of er echt ingebroken is weet hij niet zegt hij, er ontbrak alleen een duur fototoestel. Bon, ‘t zou kunnen dat er ingebroken is, er lopen de laatste tijd nogal wat junkies rond in Gent. Maar de clou van het verhaal moet nog komen. Die avond dat er ‘zogezegd’ ingebroken werd bij zijn dochter staan er 3 rijkswachters aan zijn deur.’Mogen we eens binnenkomen’, vragen ze, ‘er is ingebroken bij uw dochter’. Direct bezorgd en zich van geen kwaad bewust laat Hugo die ‘gardevils’ binnen.’ We hebben gehoord dat je in financiële problemen zit’, zeggen ze, ‘mogen we eens rondkijken’. Ze zochten, echt waar, naar de buit in zijn huis. In het huis waar hij diezelfde dochter nog pampers had aangedaan. Hij had inderdaad financiële problemen. Madame had zijn auto aan diggelen gereden en hij wachtte nog altijd op het geld van de verzekering. Gelukkig had ze een reisverzekering. Had hij geëist. Maar het wrak stond nog ergens in het zuiden van Frankrijk. En zolang dat niet ofwel gerepatrieerd was of verkocht was, wou de verzekering de zaak niet afhandelen. Hugo zijn ‘congé’ was op, met die scheiding,hij kon niet weg. Hugo was natuurlijk witheet razend en weigerde. ‘Als we niet mogen rondkijken, zullen we dat noteren in het proces-verbaal,’ wisten ze daarop te zeggen. Hij heeft ze dan toch maar laten zoeken, maar ze hebben natuurlijk niks gevonden. Maar daarmee was de kous niet af. Er was blijkbaar een anonieme getuige opgedoken die beweerde dat Hugo gezien was aan de ingang van het appartement van zijn dochter op de dag van de inbraak. Hij werd naar het politiebureau geroepen, en natuurlijk had hij geen alibi, hij was alleen thuis. Maar hij woont ook alleen, dus ja? Ze hebben zijn foto en vingerafdrukken genomen.  Daarna is hij nog eens moeten terugkeren voor een line-up om geconfronteerd te worden met de zogezegd anonieme getuige. Hij heeft die evenwel nooit te zien gekregen. En, geloof het of niet,  de getuige herkende hem tussen de twee dienders in burgerkleren. Surprise! Achteraf is aan het licht gekomen dat die zogezegd anonieme getuige zijn ex was. Ze heeft ergens een nonkel die een hoge pief is bij de rijkswacht.  Ze had blijkbaar iets geregeld.

‘Van wie wisten ze  dat ik in de  financiële problemen zat?’ Vroeg hij mij verontwaardigd terwijl we naar het werk reden. ‘ Ze zouden beter de bende van Nijvel pakken in plaats van eerlijke werkmensen lastig te vallen.’

‘Bij een schieding zijn er altijd wrijvingen,’ probeerde ik hem te’ sussen.

‘Die trut heeft er godverdomme zelf voor gezorgd dat problemen had! Ze wil dat huis waar ik mij aan gecreveerd heb. Ze wil mij op de korenmarkt krijgen[1].’

‘En uw docher?’, vroeg ik hem. Hij beet op zijn tanden maar zei niks. Na een tijdje zuchte hij: ‘Kweet nie, Ferre. Kweet nie. Ze wil niemeer klappen met mij.’ Dus die zat waarschijnlijk ook in ‘t spel, maar die hypothese hield ik voor mezelf. Meer politie op straat? Waarvoor? Om de werkmensen een beetje te koejonneren? De politie in Joegoslavië. Daar had ik geen problemen mee. We hebben eens een boete moeten betalen om te snel te rijden. Ze waren vriedelijk. Ik heb die boete met de glimlach betaald en nooit meer te snel gereden. Als ge uw gat verbrandt moet ge op de blaren zitten, maar als uw enige misdaad is dat ge arm zijn en ze pakken u daarop. Dat is om op de muren tegenop te lopen.

***

Joegoslavië heeft weliswaar een grote buitenlandse schuld, maar België doet het niet veel beter op dat vlak. Joegoslavië zoekt een derde weg tussen een centralistische planeconomie en de vrije markt: ‘contractuele economie’ noemen ze het.  Het confederalisme is al een feit , terwijl wij in België nog liggen te sukkelen en te bakkeleien over communautaire kwesties. Het hangt  me de keel uithing. Het recht op afscheiding van Slovenië, Kroatië, Bosnië, Montenegro, Macedonië en Servië is opgenomen in de grondwet sedert 1974.  En zoals ik al zei, ik ben een introverte sukkelaar maar hier voel ik me thuis. Misschien speelt mijn verlegenheid hier wel in mijn voordeel. Ik loop alvast niet met die arrogante tronie rond die Duitse een Oostenrijkse toeristen opzetten. Misschien maak ik daarom zo makkelijk contact met de mensen hier. Ik wil opgaan onder de mensen en dat lukt aardig. Het gebeurt zelfs dat toeristen aan mij de weg komen vragen. Soms laten de Joegoslaven me voorgaan in de supermarkt of in de bank, wat ik obstinaat weiger. Ik ben geen imperialistische Duitser of een Oostenrijker. Van ‘der Keiser’ moet ik niet weten. Wat mij vooral aanstaat is dat iedereen zijn eigen waardigheid heeft in Joegoslavië. Serviele obers die buigen als een knipmes, vals onderdanige winkeliers, als ze je maar kunnen  beduvelen, heb je hier niet. Op de markt worden de prijzen wel aangepast voor de toeristen, maar als je erbij loopt als een Joegoslaaf heb je daar geen problemen mee. Je moet natuurlijk altijd eerst de prijs vragen voor je iets koopt.  Wijzen en vragen: ‘Koliko kosta?’ voor het enkelvoud of ‘Koliko kostaju?’ voor het meervoud.  Zo simpel is het.

Nu er zijn wel dingen die me tegenvallen. De mannen in de kleine bergdorpjes gedragen zich als triestige macho’s. Nu vroeger was het bij ons in België niet anders. Toen kwamen ook nog geen vrouwen op café in mijn dorp. Alleen zopen de mannen bij ons bier, terwijl ze hier witte wijn in hun keel gieten. In Omis, Pisak zie je uitsluitend mannen op café, geen vrouwen. Ze zuipen en zingen al lijkt het soms meer op brallen. Ze spelen hier dus zelf voor jukebox, bij ons is die al uitgevonden. Zelfs de liederen die ze hier zingen doen me denken aan mijn kindertijd.

Tamo daleko

Daleko kraj mora

Tamo je selo moje

Tamo je ljubav moja

Daar ver weg

Ver weg bij de zee

Daar is mijn dorp

Daar is mijn liefde

Tamo daleko

Gede cveta limun zut

Tamo je srpsko vosci

Jedini bio put

Daar ver weg

Waar de gele citroenboom bloeit

Daar is voor het Servisch leger

De enige weg.

Ik heb het mijn moeder nog horen zingen maar met een andere tekst.

Daar bij die molen

Die mooie molen

Daar staat mijn huisje

Zo klein en fijn

Het tijdsverschil tussen stad en platteland brengt altijd een cultuurschok teweeg. Ik heb natuurlijk geen zin om terug te keren in de tijd, naar mijn dorp van vroeger. Ik ga natuurlijk niet in zo’n vergeten gat als Omis wonen. In Ljubljana, Zagreb, Split, Dubrovnik, Banja Luka, is de tijd niet blijven stilstaan. Daar zie  je wel vrouwen op terrassen en in bars. Je kan er zelfs een ongedwongen gesprek mee aanknopen. Maar in Omis en Pisak is de vrouwenemancipatie nog niet doorgedrongen. Met het chauvinisme valt het best mee. Integendeel, meertaligheid lijkt hier een tweede natuur. De oude Petrov sprak zowel Duits als Italiaans. Behalve die ene klootzak:  Darko. Darko sprak ook vloeiend Duits, zei hij zelf, hij was veel in het buitenland geweest. Hij was een gewezen kampioen hardlopen.  ‘Nisam komunist.  Jesam Hrvat!’ (Ik ben geen communist. Ik ben een Kroaat). In Pisak kwam Darko werken aan zijn datsja. Hij hangt er de grote meneer uit. Hij liet zich altijd koffie brengen door Jelena, de oudere zus van Djevojka. Een keer  hoorde ik haar gillen nadat hij met zijn grote handen onder haar rokken probeerde te zitten. Rood aanlopend en vloekend stormde ze naar buiten. ‘Voortaan moest hij zijn koffie zelf maar halen,’ zei ze. Darko lustte zijn koffie met pruimen-jenever.


[1] ‘Op de korenmarkt geraken” is een Gentse uitdrukking. Vroeger werden de spullen van mensen die hun schulden niet konden betalen in een openbare verkoping door deurwaarders op de Korenmarkt verkocht.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s