Reis naar een land dat niet meer bestaat (deel 12/16)

Djevojka: Pisak, Donderdag 23 juni 1988, 15:00

‘…Trouwens ik vraag toch geen speciale gunsten alhoewel jij een rijke tourist bent en ik een arm Joegoslavisch meisje,’ Zo begon onze eerste kleine ruzie.

‘Eerst en vooral ik ben niet rijk, ik verdien goed mijn brood, meer niet…’

‘Ferre, ik woonde een jaar in Engeland, ik ken het verschil. Ik leef in een arm land,’ zei ik onderbrekend en toen toverde hij een konijn uit zijn hoed.

‘Misschien, maar de mensen hier zijn gelukkig. Ik zou naar Joegoslavië willen komen wonen eens ik mijn diploma informatica  heb. Ik ben een dissident in mijn eigen land.’ Hij trok zich zachtjes los en keek me ernstig aan. Hij meende het. Wat nu gezongen?

‘Glupan! De mensen immigreren vanuit Joegoslavië omdat ze hier geen werk vinden. Het geld wordt hier alle jaren minder en minder waard. Jij weet niet wat je zegt. Als alles goed komt ga ik ook in het buitenland studeren.’ Hij keek me verwonderd aan.

‘Echt?’ Hij leek een beetje aangeslagen van mijn reactie.

‘Ja natuurlijk is het echt.’ Hij zweeg lange tijd.

Toen had hij nog een lumineus idee: ‘We zouden kunnen misschien kunnen samenwonen in België dan?’ Dat was niet de bedoeling.  Maar wat ging er achter die frons? Ik merkte dat hij een fijn vertikaal groefje heeft tussen zijn ogen.

‘Ik dacht dat je een dissident was in België, en nu wil je daar  ineens toch blijven.’ Hier had hij niet van terug. Hij aarzelde lang. Het groefje tussen zijn ogen werd dieper.

‘Ja, maar ik wordt toch niet vervolgd zoals dissidenten in Polen of Tsecho-Slovakije. België is wel nog een democratie,’ twijfelde hij. ‘Waarom wil jij feitelijk in het buitenland studeren, hou jij niet van je land?’.

‘Omdat daar betere universiteiten zijn dan hier. Als ik een visum kan krijgen en een beurs ga ik volgend jaar naar Londen. Ik wil studeren aan  een  universiteit in Londen, ik heb daar familie wonen. Alles is zo goed als geregeld.’

‘ Ja maar in België zijn ook goede universiteiten, weet je. Leuven, Gent, Brussel. Ben ik niet een beetje familie?’

‘Dan moet ik eerst Nederlands of Frans leren. Engels kan ik al. Trouwens Engels is een wereldtaal.’

‘OK, maar als je me graag ziet, wil je dan niet dichter bij mij zijn?’

‘Ferre, ik ben nog jong, ik weet niet of ik mij nu al wil binden.’

‘Maar, je maakt me gek! Denk er eens over na. Ik wil best gaan werken terwijl jij nog studeert.’

‘En Ilonka dan? Moet jij niet voor Ilonka zorgen?’ Hierop had hij niet zo direct een antwoord. Hij zat er maar wat verloren bij te kijken.

‘Wat betekent: ‘tko ćeka, doćeka’?’ vroeg hij ineens ontwakend uit zijn verdoving. Waar sloeg dat nu op?

‘Het is iets wat mensen hier voortdurend zeggen: Wie kan wachten kan van alles overkomen. Beter kan ik het niet vertalen. Het kan vele betekeinssen hebben.’

‘Dat zei je toen in de slaapkamer,’ zei hij.

‘Dat weet ik niet meer, Ferre, het betekende dat je moest wachten tot ik terugkwam met de verbanddoos.’  Dat zinnentje was blijven hangen blijkbaar.

We deden we de scène die zich op mijn kamer had afgespeeld nog eens over. Ik zat ruggelings op zijn schoot en hij liet zijn lul bij de opening van mijn gleuf heen en weer glijden, naar achter naar voor. Ik draaide met mijn kont en neep mijn vagina dicht. Nu en dan liet ik zijn pik eventjes maar, een paar centimeter in mijn natte spleet glijden. Hij hijgde en  zijn lul trilde. Ik schudde met mijn hoofd bedolf zijn hoofd in mijn krullen. Hij probeerde me om te draaien, maar ik hield hem tegen. Uiteindelijk liet ik hem toch toe. Ik ging boven hem hangen, zwiepte mijn haar naar voor, plaagde hem ermee en liet dan mijn hete opgezwollen kut over zijn penis zakken. Zalig. Hij ging diep binnen in mij, nam mijn billen stevig vast met zijn beide handen en zo duwden we en sleurden we tegen elkaar. Plots schoot zijn pik er helemaal uit, maar ik stopte er hem gouw terug in met mijn beide handen. Eens ik van zijn vlees had geproefd was mijn honger niet meer te stillen. Ik bereed hem tot hij slap werd.

***

Ik denk niet dat Ferre echt begreep wat het betekende in dit land te leven en elke zomer de rijke Duitse en Oostenrijkse toeristen uw dorp zien overrompelen met hun dikke Mercedessen of blinkende Audi’s. Onze wegen zijn niet eens gemaakt voor zo’n grote wagens. Ze kunnen zich meestal niet draaien of keren hier in de bergen. Als ze een weggetje inrijden moeten ze er dikwijls achteruit weer uitrijden. En de spullen die ze hebben: badhanddoeken zo groot als een beddenlaken, leuke sportassen, blitse zonnebrillen – moet je die lompe modellen zien die je hier in de winkels kunt kopen – kleren in de fijnste stoffen, jeans waarin je als gegoten zit, geen slappe namaak, en hun schoenen… Er zijn er die speedboten hebben waarmee ze over de golven scheren, terwijl de vissers hier  nog met een roeiboot op zee gaan. Ik geloof niet dat hij het meent wanneer hij zegt dat hij naar hier wil komen wonen. Is hij echt het Noorden kwijt?  Hij komt hij er telkens op terug.  Maandag vertrekt hij terug naar België, hij zal daar wel wat afkoelen. Hij wil contacten leggen voor ‘job opportunities’. Hij bleef maar aandringen. Ik heb moeten improviseren. Ik stelde hem voor om enkele degelijke woordenboeken te halen in Split met de belofte om hem voor te stellen aan Mate, onze computerspecialist, een ex.  Ik heb er niks bij te verliezen en Mate, dat is een Nerd.  Hij was 18 toen hij mijn vriendje was en studeerde elektrotechniek in Split. Nu studeert hij ingenieurs-wetenschappen in Zagreb. Hij heeft een kamer in de buurt van het jeugd-café.  We hebben afgesproken in het een ‘slasticarna’ vlak bij de markt.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s