Kan een netwerk tussen de 5 grootste Belgische steden het communautair conflict omzeilen?

Auteur: Daniël Verhoeven

“Laat de racistische en nationalistische taalobsessievelingen maar stikken in hun kleigrond, ik zal wel elders mijn heil zoeken. Brussel, de enige échte grootstad van dit land, komt dan aardig in de buurt van een alternatief niemandsland waar ik, omringd door andere minderheden, mijn fortuin kan zoeken. Bye bye rechts Vlaanderen, Brussel lonkt en roept me bij zich.” Nadia Fadil

De kennis van Brussel is bij de meeste Vlamingen beperkt tot de Nieuwstraat, De Grote Markt, Manneke Pies en een of ander taalconflict dat ze hoogst persoonlijk meemaakten maar in 9 op de 10 gevallen berust op horen zeggen. De wetenschappelijke kennis, kennis gebaseerd op statistieken en ernstig veldonderzoek, is in Vlaanderen praktisch onbestaande. Het zijn nochtans ook onderzoekers aan de KUL, Ugent en UA die een pak interessante gegevens over Brussel verzamelen. Door een gelukkig toeval – hoewel toeval, ik was ernaar op zoek – kreeg ik contact met enkele van die onderzoekers. Ze leverden me artikels aan die ik met krullende tenen las. Toen ik echter de referenties van die papers Googelde, kwam ik ze nergens tegen in de litteratuurlijsten van andere Vlaamse studies, wel in ‘Brussels Studies’, het elektronisch wetenschappelijk tijdschrift voor onderzoek over Brussel, in onderzoeken aan allerlei buitenlandse universiteiten, beleidsteksten van de Brusselse regering, maar niet in Vlaamse studies of beleidsteksten. Hoe blind kan men zijn? Leeft hier nog altijd het beeld van het Brussel van 50 jaar geleden? Ik vrees van wel. Tijd om daar verandering in te brengen.

Brussel is nochtans de laatste vijftig jaar fundamenteel veranderd, het Brussel van de wereldtentoonstelling Expo 58 heeft een kosmopolitische facelift gekregen. Het is een smeltkroes van culturen geworden maar ook een kruitvat, waar de tegenstellingen tussen arm en rijk de pan uit swingen, waar arbeidsmigranten uit de hele wereld elkaar ontmoeten, waar de armoede stilaan schrijnende vormen begint aan te nemen. Kesteloot en Loopmans beschrijven het als volgt:

“The fast diversification of the Brussels population altered the character of the city considerably. The foreign population in Brussels comes from all over and comprises ((grand) children of) earlier guest workers, Euro officials, multinational expats, refugees and illegal immigrants; some of whom are extremely rich and some extremely poor. This diversity leads to problems and conflicts including mutual racism and discrimination, riots and other expressions of abhorrence towards “the other”; origin and colour also seem to have a significant influence on the opportunities for climbing the social ladder.” (Kesteloot, Loopmans, 2009, p. 4)

Internationaal heeft Brussel dan weer een totaal andere betekenis. Daar gaat het niet over de mensen die er wonen maar over de politieke macht die er uitgeoefend wordt.  Brussel is voor veel Europeanen de plaats waar achter hun rug over van alles en nog wat beslist wordt. Het Brussel van de absurde regeltjes. Zoals we onlangs nog konden vaststellen, toen men ineens vanuit Brussel besliste dat je in plaats van 3 maand nog maar 1 maand in het rood mag staan bij je bank. De banken en de regeringen staan overal in het rood, maar de kleine burgerman, o wee. Echter de wildgroei van kredietkaarten die door grootwarenhuizen e.d. gratis verstrekt worden aan banden leggen, dat zag men dan in België in toepassing van diezelfde Europese richtlijn weer niet zitten[1]. Brussel laat bij velen in Europa, gewone burgers, verarmde boeren, kleine producenten, arbeidsmigranten… een wrange nasmaak achter. De ‘stille staat’ heeft intussen ook een uit de kluiten gewassen repressieapparaat op poten gezet met FRONTEX en andere aan iedere controle ontsnappende instellingen. Big Brother Europa en natuurlijk ook het anti-sociale neoliberale Europa. Hierover wil ik het ook hebben. Welke rol speelt dit Europa in onze maatschappij, onze democratie?

Dus gaat dit artikel over twee dingen (1) Over Brussel als een van die unieke wereldsteden, bekend tot in de verste uithoeken van de wereld en (2) Brussel als hoofdstad van Europa. Maar er is ook nog een (3) en daar stellen we ons de vraag of het Brussel dat de grote struikelblok in het communautair discours van zowel de nationalisten van links als van rechts, in het Noorden en Zuiden, ook niet de oplossing ervan aanreikt.

(1) Brussel als wereld stad

De verarming van Brussel

Vanaf midden de jaren negentig zijn er goede analyses beschikbaar van de sociaaleconomische ontwikkeling van de Brusselse regio. Het is vooral dank zij Christian Kesteloot en zijn team dat we een beter inzicht krijgen in de ontwikkeling van de armoede in Brussel. Het team gaat niet uit van het Hoofdstedelijk Gewest, wat een louter politieke en administratieve indeling is, maar van een geografische indeling, het Brussels stadgewest. De functionele en morfologische grenzen daarvan rijken verder dan de 19 gemeenten. Tezelfdertijd voeren ze volgens dezelfde criteria ook een gelijkaardig onderzoek uit in de stadsgewesten Luik, Charleroi, Antwerpen en Gent. Bovendien delen ze Brussel in verschillende deelgebieden in. De agglomeratie bevat 36 gemeenten, inclusief de 19 gemeenten van het Gewest. 28 gemeenten vormen de Brusselse rand. Binnen de agglomeratie maken ze dan nog eens een onderscheid tussen de gemeenten van de eerste kroon en de tweede kroon. De eerste kroon: Brussel-Stad, Anderlecht, Molenbeek, Elsene, Sint-Joost, Sint-Gillis, Schaarbeek  was al verstedelijkt voor de Eerste Wereldoorlog (19de eeuwse gordel) en de tweede kroon, de overige gemeenten van het Brusselse Gewest, verstedelijkte later (Kesteloot et alii, 1998, p. 128).

Alhoewel de bevolking van het Brussels stadsgewest in 1994 nog altijd een hogere levensstandaard heeft de het Belgisch gemiddelde, is in 14 jaar tijd zijn voordeel geslonken van +20% naar +7%. In de Waalse stadsgewesten doet zich een gelijkaardige daling voor, Antwerpen blijft op hetzelfde niveau en Gent gaat er zelfs op vooruit. Maar deze globale verslechtering camoufleert enkele paradoxale en alarmerende tendensen. In de agglomeratie stellen we een sterke daling van de inkomens vast terwijl in de rand de inkomens naar omhoog gaan. Dit verschijnsel doet zich ook wel voor in de andere stadsgewesten, maar veel minder uitgesproken als in Brussel. In de 1ste en de 2de kroon daalt het inkomen respectievelijk 19% en 20% onder het nationaal gemiddelde. Daarmee zitten ze ongeveer op het niveau van Charleroi en ruim onder de cijfers van de andere grote steden (Kestelloot et alii, 1998, p. 128-129). Het Brussels stadsgewest heeft niet alleen de rijkste gemeente van België binnen zijn grenzen, Lasne, maar ook de armste, Sint-Joost-ten-Node.

En die polarisatie in Brussel gaat maar door tot vandaag. Op onderstaande grafiek waar het belastbaar inkomen per deciel wordt weergegeven is de verwijdende kloof tussen hoogste en laagste inkomens duidelijk zichtbaar. (Kesteloot, Loopmans, 2009, p.2)

En op deze kaart kan je goed zien dat de armoede zich concentreert in de agglomeratie en de rijkdom in de rand. (Kesteloot, Loopmans, 2009, p.3)

De overall situatie van het Brussels Gewest is er nog op achteruit gegaan in 2005. Was het gemiddelde gezinsinkomen er in 1963 nog 160% van het Belgische gemiddelde, dan is het in 2005 al gedaald naar 85%. In 1993 was het gemiddelde belastbaar inkomen van Sint-Joost maar 48,4% van dat van Lasne, in 2005 is het gezakt tot 42,6%. De werkloosheidgraad van 21,1% (cijfers 05/05/2010) is er gewoon desastreus.

Een alarmerende opmerking vanuit een andere studie: de verarmde bevolking van de agglomeratie wordt ook al verdrongen uit zijn arme getto’s. Jonge starters vestigen zich tijdelijk in de arme wijken en drijven zo huur- en huisprijzen verder de hoogte in. Deze proleten verhuizen echter niet naar de rand, maar gaan lotgenoten vervoegen in Gent, Ronse, Charleroi… (Van Criekingen M., 2006). De rijkdom van Brussel verspreidt zich als een olievlek rond Brussel, zoals de flaminganten zo graag beweren, de armoede is eerder een in de lucht uiteenspattende verfbom, die langs alle kanten grote vlekken achterlaat in de steden.

De oorzaken van de verarming en polarisatie in Brussel

In Brussel zijn 2000 buitenlandse bedrijven gevestigd die instaan voor 234.000 banen en 40 % van het Brusselse BNP. De economische groei lag er tussen 1995 en 2005 2,2% hoger dan Vlaanderen en Wallonië, in Vilvoorde was dat 2,9% en in Nijvel zelfs 4%. Terwijl 1 op de 4 gezinnen in Brussel onder de armoedegrens leven is er ook een elite van 10 à 15% transnationale topverdieners.  (Kesteloot, Loopmans, 2009, p.1-3). Dit is een bizarre paradox, terwijl de economische bedrijvigheid toeneemt, stijgt ook de armoede neemt de polarisatie toe.

In 1998 stelde Kesteloot al vast dat de helft van Brusselse arbeidsplaatsen door Walen en Vlamingen werd bezet. In 2006 gaat het over 230.000 Vlamingen en 126.000 Walen. (Kesteloot et alii, 1998, p. 130-131). Vandaag, als we het Brussels stadsgewest als geheel bekijken, gaat het over 700.000 jobs in totaal waarvan intussen 60% door forenzen wordt ingenomen (Vandermotten Chr. et alii, 2009, p. 5). In de Belgische context is een herverdeling van inkomsten tussen de rand en het arme centrum echter ondenkbaar. Ook het gemeentefonds komt zo goed als niet tussen. De forenzen van buiten Brussel, gebruiken wel de diensten in Brussel en zitten veelal in overheidskantoren waar de Brusselse Regering geen kantoorbelastingen op kan heffen.

Waarom vinden de Brusselse migranten geen werk meer? Omdat er tegenwoordig maar 2 soorten jobs voor handen zijn in Brusselse agglomeratie. Jobs voor hoogopgeleiden en jobs die onderbetaald worden, klotejobs dus. Alle industriële bedrijvigheid is verdwenen in de Brusselse agglomeratie.

Van de 158.000 industriële jobs in Brussel en in de strook Vilvoorde, Clabecq in 1970 zijn er nu nog 38.000 over. Wat overblijft aan industriële jobs heeft vooral te maken met onderhoudsactiviteiten maar niet langer met productie. 51% van die activiteiten heeft te maken met witteboorden-jobs waar deze nationaal slechts 35% vertegenwoordigen. Van 1991 tot 2006 verdwenen 30.000 industriële werkplekken, in de rest van wat vroeger Brabant was verdwenen er nog eens 24.000 in dezelfde periode. De overblijvende industrie heeft ook een heel hoge productiviteit, de hoogste van Europa, waardoor nog meer laag gekwalificeerde jobs verdwijnen.  (Vandermotten Chr. et alii, 2009, p. 3)

Zo krijgen we een werkloosheidspercentage in de ganse Brusselse regio van 17%. Bij de jongeren onder de 25 moet dit percentage meer dan verdubbeld worden, daar is het 35%. Hier worden de verschillen tussen de verschillende onderdelen van het stadsgewest nog feappanter. De werkloosheidsgraad in Halle-Vilvoorde is slechts 4% terwijl hij in Waals Brabant niet meer dan 9% bedraagt, dus nog onder het ùbelgisch gemiddelde ligt.

Men moet de opslorpingscapaciteit van Vlaanderen niet overschatten voor dit gebrek aan jobs in Brussel. Van 36,000 Brusselaars die in Vlaanderen werken is 46% hoog gekwalificeerd en slechts 26% laag gekwalificeerd (Vandermotten Chr. et alii, 2009, p. 5). Aangezien de meeste armen van Brussel eentalig zijn komen ze niet in aanmerking voor de jobs in de rand. En het feit alleen al dat ze uit Sint-Joost, Koekelberg, Anderlecht, Molenbeek en Saint-Gilles… afkomstig zijn maakt ook dat ze niet aan hun trekken komen. Ze worden gestigmatiseerd. Een gevolg van de ‘gettovorming’ en armoede is ook dat de armen minder mobiel zijn. Ze zitten als het ware gevangen in hun wijken.

De jobs die de armen in Brussel wel nog vinden zijn geenszins van die aard dat ze uit de armoede zullen geraken. Olivier Pintelon, een wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor Sociaal Beleid aan de Universiteit Antwerpen, schrijft over de werkende armen in België, die maken zowat 3,5% uit van de Belgische bevolking. Maar onderstaande tabel uit een studie van Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck Universiteit Antwerpen laat zien dat Brussel hier weer oververtegenwoordigd is (Ive Marx et alii, 2009, p. 16).

Dit gaat enkel over de reguliere jobs, er zijn ook de irreguliere jobs die weelderig uit de grond schieten in de globale steden (Saskia Sassen, 1998, p. 84-85). Er zijn een aantal sectoren waarin zwartwerk lijkt te floreren. Het betreft sectoren waarin de kwalificatievereisten van de werknemers laag zijn. Deze sectoren zijn welbekend: de bouwsector, confectie, seizoensarbeid, horeca, kleine winkeltjes (etnisch ondernemersschap), huispersoneel, … (Krzeslo, 2002). Volgens Nouria Ouali is dit de hedendaagse slavernij in het hartje van de moderniteit (Ouali, Nouria,2004).

Na de eerste golf van migratie in de jaren zestig, zeventig trok zich een nieuwe golf op gang begin de jaren negentig. Het is hierbij opmerkelijk dat in de jaren tachtig, toen het economisch slechter ging, er geen werk voor handen was, ook minder migratie van buiten af was. Maar met de val van de muur was het hek weer van de dam. De eerste golf werd veroorzaakt door de oorlog in Ex-Yougoslavië, maar andere golven uit zowel Afrika, Zuid-Amerika, Azië volgden snel. Het klopt niet dat deze arbeidsmigranten de al aanwezige werkloze arbeidsmigranten kwamen vervoegen. Als algemene regel kan men stellen dat arbeidsmigranten migreren naar plaatsen waar werk voor handen is Maar het is irregulier werk dat hen lokt, slecht betaalt werk: het dagelijkse onderhoud van kantoorgebouwen, afwassen in de keukens van de catering, irreguliere thuisarbeid, gezinshulp etc. De meesten leven schrijnende omstandigheden. In een onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming wordt de aanwezigheid van illegale immigranten verbonden met de aanwezigheid van irreguliere arbeid. Ook het aangehaalde internationale onderzoek in die studie wijst in die richting. (Geets, Johan et alii, 2002, p. 16-19; 93-94). Trouwens de ramingen van de schaduweconomie gaan voor België tot 21% van het BNP volgens onderzoek van Friedrich Schneider, maar hiervoor hebben we verder geen differentiaties.

En toch is Brussel, een van de 20 Global Cities

En toch, ondanks die om zich heen grijpende armoede, stijgt Brussel op de ranglijst van globale steden. Terwijl belangrijke steden in de VS uit de lijst verdwijnen, stijgt Brussel in de lijst van de 20 meest geconnecteerde steden van de 15de naar de 13de plaats (Ben Derudder et alii, 2010, p. 1868). Het aandeel van het Brussels Gewest in het BBP is 18,7 %, terwijl het gewest maar een 10 % uitmaakt van de Belgische bevolking. Hier is het irreguliere circuit niet inbegrepen. Doe daar maar 5% bij, een snelle raming, want hier is Brussel natuurlijk ook de kampioen. Maar als we het stadsgewest Brussel zoals hierboven omschreven nemen, dan staat dit 2006 in voor 32.7% van het BBP tegenover 31,5% in 1995 (Vandermotten Chr. Et alii, 2009, p. 1).

Brussel staat op de 11de plaats in de ‘global cities index’. In de survey van  Knight Frank LLP i.s.m. de Citibank krijgt het zelfs de 6de plaats toegewezen. De rol van Brussel als zetel van zowel de NAVO als de EU speelt natuurlijk ook een rol, daaraan dankt het ook zijn 18de plaats in de ‘global power city index’, maar het is vooral op het vlak van de communicatie en de connectiviteit dat Brussel zo hoog scoort. Maar het zijn enkel de Vlaamse en Waalse middenklassen en transnationale topverdieners in de rand die van deze boost profiteren, de armer worden er alleen maar armer.

Wat we in Brussel zien is  super-uitbuiting, terwijl in datzelfde Brussel tientallen bedrijven actief zijn die super-winsten maken, managers rondlopen die super-bonussen binnenrijven. Brussel is een kruitvat. Het is een gedegenereerde vorm van kapitalistische uitbuiting die je nergens anders in België aantreft, maar wel in steden zoals Londen, Nex-York, Bombay, Parijs, Shangai… de globale steden.

Deze globale steden zijn onmisbare schakels in het transnationale netwerk van het financieel kapitalisme. Binnen dit netwerk worden kapitalen en mensen van de ene dag op de andere verplaatst. Het communiceert voornamelijk via digitale kanalen. Maar, zoals Saskia Sassen opmerkt, dit wil niet zeggen dat het globale kapitalisme geen strategische uitvalsbasissen meer nodig heeft. De grote globale economische groepen hebben wel nog communicatiecentra nodig, ze zijn sterk afhankelijk van snel transport. Hun voortdurende nood aan research en aan hoog opgeleide kaders noopt hen om dicht bij belangrijke universiteiten te blijven. In die globale steden vinden we de beurzen, advocatenkantoren, boekhoudkantoren, de zetels van de grote monopolies zelf, de hoofdzetels van de grote globale bedrijven en banken (Saskia Sassen, 1998, p. 80).

(2) Brussel de stad van de Eurocraten, de spin in het web

Geboorte van de Europese sterke staat

Velen zullen het Verdrag van Maastricht in 1992, de oprichting van de Europese Unie, aanduiden als het politieke kantelpunt in Europa. En inderdaad met dat verdrag werd in Europa de basis gelegd voor verdere vormen van samenwerking op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid, op juridisch en intern vlak, en voor de vorming van de Economische en Monetaire Unie. Maar dit was het eindpunt van een proces dat al bezig was. Ik verkies het Schengen Verdrag in 1990 als keerpunt. Hier begint ook de geschiedenis van de buitengrenzen.

De geschiedenis van de staat Europa begint met het afschaffen van de binnengrenzen en het beschermen van de buitengrenzen. Onderwerpen van de Conventie van Schengen zijn bewaking van de externe grenzen, visa, immigratie, asiel, politiële samenwerking en onderlinge rechtsbijstand. De Conventie  wordt ondertekend in 1990 en zal definitief in voege treden in 1995. Het proces van volledige integratie zal echter zo’n 17 jaar in beslag nemen (1985-2002). Ierland bijvoorbeeld treedt pas in 2002 toe tot het Schengengebied. Het Schengen Informatie Systeem tegen grensoverschrijdende criminaliteit wordt opgezet. Ondertussen heeft men al een tweede versie van dat informatiesysteem gebouwd, het werd operationeel in 2008. Dit bevat ook biometrische gegevens.

In de landen van het Schengengebied werkt men sinds de implementatie in 1995 met gescheiden terminals in de luchthavens, een terminal voor EU burgers en een terminal voor de derde landen. 139 landen krijgen visumverplichting opgelegd. De oude grenscontroles tussen EU-landen verdwijnen een na een, maar in plaats daarvan zijn er nu mobiele controles. De grenzen zijn in feite een flink stuk opgerekt. Het Schengen verdrag stipuleert ook een lijst van 45 landen waarvan de burgers aan de buitengrenzen moeten worden gecontroleerd, waaronder natuurlijk alle landen van Centraal en Oost Europa die niet tot de EU behoren. Na de val van De Muur wou Europa duidelijk een ‘cordon sanitaire’ tegen het voormalige Oostblok optrekken. Nadat men de burgers van achter het ‘ijzeren gordijn’ jarenlang met open armen ontving en asiel verleende slikt men die ‘gastvrijheid’ nu haastig in. ‘First things first’.

Voor 1990 waren het de tanks waarvoor we moesten vrezen, nu zijn het de mensen, en dit is in essentie een xenofoob uitgangspunt. Bij de uitvoering van de Schengenconventie  werden de Europese visa voorwaarden voor derde landen vastgelegd en werden de controles aan de buitengrenzen gestandaardiseerd. In principe heeft men een visum nodig vanuit elk niet-EU land. De voorwaarden waaraan men moet voldoen om een visum te verkrijgen zijn heel streng en de controle wordt opgedreven. Zo krijgen vanaf 1995 luchtvaart- en scheepvaartmaatschappijen strenge boetes als ze reizigers meenemen zonder geldig visum. De voorwaarden waaraan men moet voldoen om een visum te verkrijgen zijn gericht op rijke toeristen, niet op vluchtelingen of arbeidsmigranten. Zo is men verplicht van een reisverzekering te nemen die een som van 30.000 € dekt voor eventuele repatriëringkosten, moet men een geldige verblijfplaats hebben in het land van bestemming en moet men kunnen bewijzen dat men zijn verblijfkosten zal kunnen dragen, tenzij men op bezoek gaat bij familie. Zelfs een geldig visum garandeert niet altijd dat je toegelaten wordt. Als je bij aankomst geen bewijs van een hotelreservering of ander geldig verblijf kan voorleggen kan het zijn dat je terug op het vliegtuig in de andere richting gezet wordt.

Waarom het zo lang duurde om iedereen aan het strakke koord van Schengen te laten lopen? Terwijl al in 1973 een halt werd toegeroepen aan de migratie in de meeste landen van de EU, hadden enkele landen wel nog nood aan migratie, dit geldt voor Spanje en Italië. Deze economieën groeiden snel en konden het niet redden met enkel binnenlands werkvolk. Dan waren er ook nog landen zoals het VK en Ierland die bvb binnen het Britse Gemenebest aan andere internationale verdragen verbonden waren. Maar de sfeer aan de buitengrenzen is voorgoed naar de vaantjes. De verdere geschiedenis van dit xenofoob Europa willen ik u hier besparen, je vindt ze uitvoerig beschreven in “Militarisering van de Europese Middellandse Zee grenzen en de Mythe van de Afrikaanse invasie”.

Het antisociale, neo-liberale Europa

Van bij de oprichting van de commissie stond het vrijmaken van de markt op de agenda. Het gouden kalf van de ‘vrije markt economie’ werd aanbeden zonder reserve. Allerlei diensten die tot dan toe grotendeels door de staten werden geregeld, telefonie, spoorwegen, de post enz. moesten gedenationaliseerd worden, want daar lagen de winsten voor het rapen. Aangezien sommige van die diensten sterk gebureaucratiseerd waren en zo niet naar behoren presteerden, bleek die ingreep – waar verder geen enkele democratische beslissing aan te pas kwam – best op enige sympathie bij het publiek te kunnen rekenen. Maar al gouw kwamen velen van een koude kermis thuis. De denationalisering van de Britse Spoorwegen was een ramp. In België ontstonden twee oligopolies in de communicatiesector die zorgden voor de hoogste prijzen van Europa, in de energiesector is er nog altijd en quasi—monopolie van Electrabel intussen een dochter van SUEZ, alleen nu hebben we er niets meer aan te zeggen. In Frankrijk heb je in de energiesector nog enkel EDF en SUEZ. In beide bedrijven heeft de overheid een poot van respectievelijk 85% en 35%. Zo vrij blijkt die markt achteraf niet. En meestal kon Europese burger fluiten naar lagere lagere prijzen en betere dienstverlening.

De vrijmaking van de markt was dus niet zo’n groot succes bekeken vanuit de Europese consument, maar als het er op aankwam om de werknemers van de verschillende landen tegen elkaar uit te spelen, arbeiders uit landen zonder sociale bescherming tegenover arbeiders uit landen met een uitgebreid systeem van sociale bescherming, dan lukte het al veel beter. Wel is het de regel dat de sociale wetten in het land waar de arbeid plaats vindt gelden, hier wordt echter rond heen geschaatst met het nep-zelfstandigen-statuut. Maar ook al is dat niet het geval, de Poolse, Tsjechische, Roemeense arbeiders of chauffeurs zijn tevreden met een veel lager loon dan de Belgische. In hun land is de werkloosheid immers immens hoog.  Niet alleen Belgische arbeiders werden hiervan het slachtoffer, ook vele kleine bedrijven in de sectoren van de bouw en het vrachtvervoer zijn zo door oneerlijke concurrentie verdwenen. In plaats van de eerlijke concurrentei te bevorderen, organiseert de EU oneerlijke concurrentie, die de verdere concentratie in deze sectoren in de hand werkt. Europa wou zelfs nog verder gaan en schepen niet langer laten lossen door locale havenarbeiders, maar door de veel goedkopere niet-Europese matrozen uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Het is de vakbonden tot nu toe echter wel gelukt daar via het Europees Parlement een stokje voor te steken.

Qua sociale verworvenheden is Europa tot nu toe een lege doos gebleven. Een Europees minimumloon vind je nergens terug. Arbeidsongevallenverzekering is wel verplicht, maar naar een controle-orgaan die deze verzekering op de werf moet gaan controleren zal je lang kunnen zoeken, het is er gewoon niet. Delocalisaties en sluitingen van bedrijven die zich binnen Europa van het ene EU-land naar het andere EU-land verplaatsen zijn de laatste 20 jaar legio. Ook hier laat de EU zonder de minste bemoeienis sociale bloedbaden aanrichten. Bij de ondertekening van het verdrag van Lissabon had men nochtans voldoende gelegenheid om ook een sociale clausule op te nemen in de nieuwe Europese pseudogrondwet. In de Nieuwsbrief nr. 7 voor een Socaal en Rechtvaardig Europa lezen we echter:

“Het Europese Parlement heeft deze week zijn bezorgdheid uitgesproken over de aantasting van werknemersrechten als gevolg van uitspraken van het Europese Hof van Justitie bij de behandeling van het rapport Anderson. Echter een voorstel voor een Sociale Clausule als onderdeel van het Europese Verdrag waarmee klip en klaar geregeld zou kunnen worden dat fundamentele sociale rechten voorrang hebben boven de regels van de interne economische markt, kreeg geen meerderheid. ‘Men had nu de daad bij het woord kunnen voegen. Dit is een verkeerd signaal. Dat is erg jammer en een gemiste kans’ zo vindt de SP.En dat vindt ook de Europese vakbeweging. Die riep bij monde van haar voorzitter Monks na het debat in het Europese Parlement op, om de eis van een Sociale Clausule niet te laten vallen en daar serieus werk van te maken. Monks is blij dat het Europese Parlement zijn zorgen deelt maar overweegt Europese mobilisatie door de vakbeweging nu steun ontbreekt voor de Sociale Clausule in het Europees Parlement.”

En wat verder lezen we:

“Daarnaast staan er de komende maanden voorstellen op de agenda van het Parlement, over de Europese Arbeidstijden richtlijn en een erg afgezwakt voorstel voor een richtlijn over de instelling van een Europese Ondernemingsraad, die tot een storm van kritiek hebben geleid en voor de vakbeweging onaanvaardbaar zijn. Een voorlopige datum voor actie vanuit de vakbeweging is 16 december in Straatsburg wanneer daar besluiten worden genomen over de Arbeidstijdenrichtlijn en de Europese Ondernemingsraad.”

Terwijl de EU allerlei regeltjes uitvaardigt van waterkwaliteit van de oppervlaktewaters, over visserij, landbouw, gezondheid, onderwijs, vrij verkeer van werknemers, vrij verkeer van goederen, fiscaliteit (BTW), ondernemingsrecht…. tot hygiëne in kaasmakerijen – voor wie er een idee wil van krijgen zie Eur-Lex – laat ze een sector compleet gedereguleerd: de bankensector. Ja, de crisis in de bankwereld hadden ze even niet zien aankomen. En nu is het pompen of verzuipen om de Euro te vrijwaren van speculatie, in Griekenland, in Ierland… En wie zal de kosten van al die reddingsoperaties dragen. Jan met de pet, die moet maar inleveren of meer belastingen ophoesten.

Het is duidelijk dat de EU-commisie en de bedrijven dezelfde globale agenda hebben. De Europese bedrijvenlobby BusinessEurope kon op dinsdag 28 oktober 2008 zowaar beschikken over drie verdiepingen in het Charlemagnegebouw van de Europese Commissie voor een conferentie over “Global Europe”, de handelsstrategie van de EU. Een duidelijke indicatie van de intieme band tussen de Commissie en de bedrijfswereld.

BusinessEurope kreeg min of meer de sleutels van de lokalen waar EU-ambtenaren het handelsbeleid van de Unie uittekenen. De conferentie maakte de balans op van twee jaar “Global Europe”, de strategie die erin bestaat de voor de bedrijfswereld een zo groot mogelijk speelveld te scheppen door met zoveel mogelijk landen vrijhandelsakkoorden af te sluiten. BusinessEurope kreeg vorig jaar niet alleen 750.000 euro subsidies van de Europese Commissie, de groep werd ook op vertrouwelijke wijze op de hoogte gehouden van de vorderingen in diverse vrijhandelsgesprekken. Een dergelijke blik in de coulissen van de macht is vertegenwoordigers van vakbonden, kleine bedrijfjes of ngo’s niet gegund (Bron IPS).

Volgens het Corporate Europe Observatory, een waakhond die de invloed van de bedrijven op de Europese politiek observeert, dient de strategie uitsluitend om de winsten van de Europese bedrijven te vergroten. Het gevolg van de vrijhandelsakkoorden is vaak dat de partnerlanden minder beleidsruimte hebben voor regels om het milieu of de rechten van werknemers te beschermen. (Bron IPS)

Dat men voor die winsten iedereen omverloopt bleek nog maar eens uit een rapport van de Conflict Research Group (CGR) aan de UGent. An Vranckx stelt daarin dat de lidstaten zich te veel laten leiden door commercieel gewin bij wapenexporten. De Europese lidstaten passen de criteria, vastgelegd door de EU (Code of Conduct van 1998) niet uniform en niet strikt genoeg toe. Als de commerciële belangen groot zijn worden de criteria simpleweg genegeerd. Er worden allerlei omwegen gebruikt om toch wapens te leveren aan conflictgebieden zoals Tjaad en Soedan. Er zijn gewoon geen controles meer (De Morgen, 23 nov. 2010, p.10). Van het vreedzame Europa, het Europa dat tot stand kwam na 2 vernietigende oorlogen, blijkt niet veel meer over te zijn.

Europa en de fascistoïde trekjes van de neo-liberale globalizering

Nemen we het woord fascistoïde niet te gouw in de mond als het over conservatief gaat, als het over rechts gaat. Misschien maar toch betoog ik dat deze trekjes aanwezig zijn zowel in sommige Europese instellingen als bij sommige blinde verdedigers van die instellingen. Maar eenvoudig is het niet. Laten we beginnen met enkele feiten, helaas minder bekend bij het grote publiek, op een rijtje te zetten. We begonnen dit hoofdstuk met de implementatie van het Schengen verdrag. Er zijn ondertussen Europese databanken met biomedische gegevens… maar aan de buitengrenzen is het daar niet bij gebleven.  Daar greep ook een indrukwekkende politioneel/militaire opbouw plaats.

In plaats van de kustwacht ‘Guardia Costiere’ zette de Italiaanse overheid de ‘Guardia di Finanza’ in tegen de klandestiene migratie. Deze guardia is, alhoewel ze onder het Ministerie van Financiën valt, militair georganiseerd en beschikt over een grote vloot. Het budget van de ‘Guardia de Finanza’ groeide van 1,11 miljard euro in 1989 tot 3,1 euro in 2000. Het personeelsbestand groeide in diezelfde periode van 52.280 tot 66.983. Alhoewel deze semi-militaire politie reeds over volwaardige oorlogsschepen beschikte, werd er nog zwaar geïnvesteerd in materiaal, zoals warmtegevoelige camera’s en FLIR (Forward-Looking InfraRed) om ‘s nachts te patrouilleren en bootvluchtelingen te onderscheppen  Tussen 1989 en 1999 groeide de vloot van 330 tot 582 boten. In diezelfde periode nam het aantal helikopters toe van 68 naar 90. En er  werden nu ook vliegtuigen ingezet.  Tegen 1999 waren dat er al 14 (Lutterbeck, Derek, 2006, p.65-66).

De Italiaanse Navy is van bij aanvang betrokken bij de jacht op vluchtelingen. Het aantal manuren voor operaties tegen klandestiene migratie steeg van 2706 manuren in 1991 tot 17513 manuren in 1999. De Italiaanse marineschepen legden er zich vooral op toe om vaartuigen met vluchtelingen aan boord op volle zee rechtsomkeer te laten maken. De zeemacht had daarbij de toestemming om geweld te gebruiken zolang dit proportioneel bleef. Dat dit moest uitlopen op een ramp bleek in 1997, toen een Italiaans oorlogsschip een boot met vluchtelingen aan boord ramde. Meer  dan 100 Albanese vluchtelingen verdronken volgens de ‘Corriere della sera’ van 29 maart 1997. De Italiaanse regering logenstrafte het incident. Niettemin was het de Zeemacht na dit incident niet meer toegestaan om geweld te gebruiken (Lutterbeck, Derek, 2006, p.68).

Dezelfde militair/politionele opbouw zien we in Spanje. In de periode 1990 tot 2000 beginnen ook de doden te vallen in de Middellandse Zee. Volgens de mensenrechten organisatie APDHA verdronken er 4000 migranten tussen Spanje en Marokko in het laatste decennium van de 20ste eeuw. De intercepties in Spaanse wateren neemt toe van 1573 personen in 1996 naar 14893 personen  in 2000 (Lutterbeck, Derek, 2006, p.63). Ook Frankrijk is intussen gaan deelnemen met zijn maritieme vloot.

De kosten van al die operaties lopen de spuigaten uit en ze zijn bovendien weinig effectief. Tussen 1999 en 2004 ligt de kost per onderschepte vluchteling rond 1.800 euro (Carling, Jørgen, 2007) Goed dan springt de EU maar ter  hulp. In 2004 wordt binnen de EU het Frontex Agentschap opgericht met de bedoeling om de bewaking van de buitengrenzen te coördineren. De taken van Frontex met zetel in Warschau behelzen: onderzoek en risicoanalyse, operationele coördinatie en opleiding van de nationale grenswachten, technische en operationele steun en het organiseren van gezamenlijke uitzettingen. Daarnaast wil Frontex ook aandacht besteden aan samenwerking met derde landen met de bedoeling ‘partnerships’ op te zetten voor bewaking van de grenzen. Marokko is de beste leerling van de klas,  maakt van zijn poort naar de wereld, Tanger een militaire vesting en neemt deel aan gemeenschappelijke grenspatrouilles met Spanje in de straat van Gibraltar. De bootvluchtelingen richtten zich nu vooral op de Canarische eilanden waar SIVE nog niet operationeel is (Carling, Jorgen, 2007). In 2005 zijn 16.369 van de 25.468 vluchtelingen die door Spanje gerepatrieerd worden Marokkanen (Coslovi, Lorenzo, 2007, p. 3).

Migratie Routes

Velen zullen dit verhaal van Frontex, dat we hier voorlopig afbreken, want het escaleert in feite nog veel verder, niet kennen, maar ze zullen misschien ook hun schouders ophalen en zeggen, ja maar elke staat heeft toch het recht zijn grenzen te beschermen. Maar er is ook nog iets heel eigenaardigs mee aan de hand mee. Uit veldonderzoek en uit de regularisaties in Italië kunnen we afleiden dat in 2002 slechts 2 op 5 klandestiene migranten via de Middellandse Zee Italië was binnengekomen, in 2004 was dit nog 1 op 8 (Coslovi, Lorenzo, 2007, p. 1). Als het de bedoeling is van de militaire operaties om de klandestiene migratie te stoppen blijken ze niet te werken. Vele arbeidsmigranten komen gewoon binnen met toeristenvisa en blijven dan achter.

Bovendien is de restrictieve aanpak van migratie tweeslachtig. Er is een officiële migratiestop terwijl – maar men is daarover heel discreet – in bijna alle landen van de EU terug selectieve recruterings-programmas lopen. Men haalt vandaag liever opgeleide verpleegsters uit Bulgarije, dan hier werklozen op te leiden. De Bulgaarse optie is goedkoper. De EU is ook bezorgd over zijn positie in de kenniseconomie. Volgens EU commissaris Frattini zit Europa met een imagoprobleem, slecht 5% van de ‘skilled labour’ komt in Europa terecht terwijl de VS 55%  binnenhaalt. Wat is dan de bedoeling van gans die afschrikkingsmachine? Volgens Saskia Sassen:

“Ze zijn de uiting van een falende politiek, maar ook van de geleidelijke corrosie van burgerzin, verantwoordelijkheid, en uiteindelijk van een vorm van menselijkheid zonder dewelke geen enkele beschaafde maatschappij kan overleven.” (Sassen, Saskia 2003, onze vertaling)”

Deze afschrikking creëert een sfeer bij de bevolking van xenofobie tegenover alle arbeidsmigranten. De gevolgen daarvan zijn al meetbaar. Een onderzoek van het FEMAGE-project dat uitgaat van de noodzaak van vrouwelijke migratie en hun integratie in het verouderende Europa was weinig hoopgevend in dat verband. Het onderzoek baseerde zich op de standpunten van 21.000 autochtonen in Duitsland, Estland, Hongarije, Finland, Oostenrijk, Polen, Slovenië en Tsjechië. Twee derden van de respondenten in Duitsland, Estland, Hongarije, Polen, Slovenië en Tsjechië vonden dat er teveel vreemdelingen in hun land waren. In Oostenrijk was dat de helft. Enkel de Finse respondenten leken te aanvaarden dat de veroudering van de bevolking migratie zou noodzakelijk maken.

Dit was heel in het kort het verhaal van Frontex, maar in 1999 werd ook Europol actief, een Europese politiemacht. Niet dat we per se tegen politie zijn, maar deze politiemacht opereert zonder enige democratische controle, en daar zijn we wel tegen. Nog zo’n schimmige organisatie van de EU is Eurojust. Eurojust is opgericht in 2002 en gevestigd in Den Haag. Eurojust ondersteunt de samenwerking tussen de gerechtelijke autoriteiten in de hele EU in de strijd tegen grensoverschrijdende zware criminaliteit, onder meer computercriminaliteit, fraude, corruptie, witwassen van geld en milieucriminaliteit. Democratische controle? Onbestaand.

Deze xenofobe afschrikkingspolitiek heeft zijn parallellen in het binnenland. In Brussel kiest men eerder voor repressie van de arme arbeidsmigranten, dan voor inclusie. In Frankrijk laat Europa Sarkozy quasi ongestraft Roma  deporteren. In bijna alle gewezen Oost-Blok landen loopt het racisme de spuigaten uit.

En dan hebben we de ingewikkelde vraag, wat moeten we denken van partijen als de PVV in Nederland, het VB en de N-VA in België. Velen zullen geen problemen hebben met het bestempelen van PVV en VB als extreem-rechts, fascistoïd. Maar klopt dat wel. Als we de definitie van fascisme op Wikipedia erop naslaaan, dan voldoen ze niet aan de definitie. Een belangrijk criterium is daar dat ze geweld gebruiken om hun doel te bereiken, en dat is voor geen van de 3 partijen het geval. Maar ik vind dit persoonlijk een beetje naïef. Als we denken dat het fascisme zich op dezelfde manier zal voordoen als in de jaren dertig dan is er in Europa geen enkele fascistische partij. Maar het is intussen wel duidelijk, dat de staat zijn monopolie van geweld niet meer zal uit handen zal geven zoals in de jaren dertig. Dat zou trouwens direct opvallen. Het gehalte aan democratie is vandaag toch stukken hoger dan in de jaren dertig van vorige eeuw. Bovendien is het individualisme zodanig doorgedrongen in ons maatschappelijk weefsel dat het soort dwepers als Mussolini alleen maar een glimlach zouden losweken.

Nee vandaag zal het geweld van de individuele staten komen. Dat hebben we gezien op de top in Genua, waar de eerste anti-globalist werd doodgeschoten. Dat zien we vandaag in Griekenland waar op elke hoek van de straat een soldaat of politieagent staat na de vele rellen die er geweest zijn. Alleen moet die repressieve staat, die repressie verkiest boven inclusie, wel voldoende legitimatie krijgen bij de bevolking. En aan die vereiste voldoen alle drie de partijen die we opnoemden, ze legitimeren een repressieve staat, een staat die uitsluit.

Maar in feite zit het nog dieper in het hedendaags politiek weefsel, zowel nationaal als internationaal. Hetzelfde patroon van verarming en polarisering met uitsluiting voor gevolg zien we zowel in de stad Brussel als aan de grens van de Spaanse enclave Ceuta in Marokko,  waar vluchtelingen op een mensonwaardige wijze behandeld worden, maar daar hebben we wreedheid in het kwadraat. En natuurlijk is dit fenomeen niet beperkt tot Europa. Op de grens tussen Mexico en de VS loopt de Rio Grande, waar ondertussen ook al honderden doden gevallen zijn bij de arbeidsmigranten die clandestien deze grens trachten over te steken. En dit patroon vinden we op vele plaatsen in de huidige geglobaliseerde wereld terug. En dit is niets anders dan de dagelijkse praktijk van het neo-liberale globalisering project dat per definitie exclusief is, dat uitsluit. En al het gelul over links en rechts, conservatief en progressief (waar Femke Alsema ineens mee komt opdraven) kunnen we hier rustig op een hoopje vegen. Wie dit spel van uitsluiting verdedigt is rechts – en ik pleit hier niet voor alle grenzen open, want dat kan ons sociaal weefsel ook niet dragen, maar er is een verschil tussen er iets willen aan doen, de problemen die ermee gepaard willen aanpakken zonder repressie en zeggen, stuur die armen weg, die vetpotten zijn van ons. Ik denk dat dit de scheidingslijn is die links moet trekken met rechts. En wie dit niet aanvaardt, wie het fundament van exclusie niet in vraag stelt, lult er maar op los.

(3) Het communautair dispuut omzeilen?

Een taalconflict in Brussel of om Brussel?

Brussel, dat momenteel op een belachelijke manier – wij laten Brussel niet los – de hoofdstad is van Vlaanderen is, is een twistappel tussen de twee regio’s. Aan de Brusselaars, voor 50% niet van niet-Belgische oorsprong, wordt daarbij niets gevraagd. De Brusselaars weigeren een condominium te zijn van Vlaanderen en Wallonië, maar ze zien het ook niet zitten bij een van de twee regio’s aan te sluiten.

En dan zijn er de taalobsessievelingen. In de Vlaamse rand rond Brussel mag alleen maar Nederlands gesproken worden aan de loketten. Het begint meer en meer te lijken op ‘linguistic cleansing’. Bijna alle traditionele Vlaamse partijen doen daar aan mee in de rand. De omzendbrief Peeters kwam niet van de huidige Vlaamse Premier en CD&V’er, Chris Peeters, maar wel van Leo Peeters van de Spa. En dan komt men af met eisen van volledige, paritaire tweetaligheid in Brussel. Maar is dit nog realistisch?

Wat is de reële taaltoestand in Brussel vandaag? Onderstaande tabel geeft de verschuivingen weer die er zich heel recent voltrokken.

Figure 3: Main languages spoken in Brussels, 2000 and 2006

Rank year 2000                year 2006

No. of people                         No. of people

who speak who speak

(very) well pct.                   (very) well pct.

1 French 95.52                   French 95.55

2 Dutch 33.29                     English 35.40

3 English 33.25                  Dutch 28.23

4 Arabic 9.99                      Spanish 7.39

5 German 7.61                    Arabic 6.36

Source: Janssens, 2008

(geciteerd in Guy Baeten, 2009, p. 13)

Hier zien we hoe het Nederlands in 2006 zijn tweede plaats kwijtspeelde aan het Engels. Dit is een sociologische realiteit. Als er al een taalconflict is in Brussel of in het Brusselse stadsgewest dan zal het eerder een kunstmatig opgeklopt conflict zijn dat aangepookt wordt door taalobsessievelingen. Ik zal niet ontkennen dat klanten recht hebben zich onheus behandeld te voelen als ze niet in hun eigen taal behandeld worden, maar dit is dan eerder een probleem van klantenservice in de distributiesector. De commerciële sector gaat in Brussel jaar naar jaar achteruit. Behalve de door allerlei etnische culturen gedreven zaken, verdwijnt de kleinhandel ten voordele van grote winkelcomplexen in de rand rond Brussel (Vandermotten Chr. et alii, 2009, p. 3). Als concerns zoals Carrefour, Delhaize, Colruyt etc. niet willen investeren in meertalig personeel, heeft dat niets te maken met de onwil van hautaine Brusselaars om Nederlands te spreken. In ziekenhuizen en andere publieke diensten moeten voldoende taalkaders en tolken aanwezig zijn. Volledige tweetaligheid, of zelfs volledige 3-taligheid, wat natuurlijk een enorm voordeel zou zijn lost daarom nog niet alle problemen op. In Brussel worden tientallen talen gesproken.  Ga gewoon eens de zaterdag naar de markt aan Brussel Zuid, dan weet je genoeg. Brussel is de meest multiculturele stad van Europa. En natuurlijk:

“These‘bottom-up’ non-bilingual cultures are evidently defying the bilingual base of Brussels politics and generate a contradiction between the enduring bilingual antagonism and the cosmopolitanism of everyday life.” Guy Baeten, 2009, p. 14)

Het bewust weigeren Engels of Frans te spreken, ook al is men die taal machtig, aan de loketten van de gemeenten van de Vlaamse rand is wel een pure politieke provocatie. Heeft die stugge intolerantie nog iets te maken met de taalonderdrukking in het verleden? Alleen de oudjes zullen die zich nog herinneren. Het is eerder een complex spel van gentrificatie, verdringing.

Onroerende speculatie ten gevolge van de Europese eenmaking en de inplanting van het Europarlement hebben arme huishoudens verdrongen. In Brussel werden ganse werden ganse buurten plat gegooid voor kantoorgebouwen. Er wordt voorzien in brede toegangswegen en garages zodat de goedbetaalde pennenlikkers uit de rand vanaf hun ontbijttafel tot aan hun bureau kunnen rijden. Wijken werden gesaneerd, maar daar schieten huur- en huizenprijzen de hoogte in.  Daar werden uiteindelijk ook modale gezinnen het slachtoffer van. Maar het is vooral in de rand rond Brussel dat modale gezinnen verdrongen worden door de superverdieners in Brussel. Het gevolg is een begrijpelijke frustratie. Aangewakkerd door het Vlaams nationalistisme werd deze frustraitie rankune.

In onderstaand schema ziet men dat de migratie vanuit Brussel naar de Vlaamse rand de hoofdmoot uitmaakt van de migratiestromen rond Brussel. De migratiestromen vanuit het Waalse Gewest zijn minoritair, er is zelfs een overschot van 1479 migranten die de Vlaaamse Rand verlaten voor Wallonië (Bron: Studiedienst van de Vlaamse Regering, http://www.briobrussel.be/assets/vlaamserand/svr_rapport_2008_2_vlaamserand.pdf). Uit deze gegevens blijkt dat de verontwaardiging van de Vlaams nationalisten wel heel selectief is. Ze getuigt gewoon van slechte wil.

Dus van een invasie vanuit Wallonië kan hier allerminst sprake zijn. Volgens een onderzoek noemt slechts 17% van de Brusselse bevolking het samenleven met mensen van een andere taalgroep een probleem (onderzoek geciteerd in Guy Baeten, 2009, p. 13).  Van een ernstig taalconflict in Brussel kan dus geen sprake zijn, van een onderhuids conflict om Brussel waarschijnlijk wel. De smeltkroes van culturen in Brussel bedreigt natuurlijk het politiek systeem dat gebaseerd is op tweetaligheid.

Vlaanderen en Wallonië nemen op zijn minst een dubbelzinnige houding aan tegenover de problemen dan de hoofdstad. Enerzijds zijn ze er fier op dat Brussel de hoofdstad van Europa is, maar de (financiële) consequenties daarvan willen ze niet dragen. Alhoewel meer dan de helft van de tewerkstelling in Brussel wordt ingevuld door forensen wiens belastingen niet ten goede komen van de Brussel – verdeling van de federale fiscale inkomsten is mits enkel kleine correcties[2] gebaseerd op het aantal inwoners van een gewest. Dit is dus een politiek probleem dat om een oplossing vraagt.

Maar naast het politieke probleem is er een veel groter sociaal-economisch probleem, het probleem van de verarming van de Brusselse agglomeratie, van de polarisatie tussen de agglomeratie en de rand. Als de politieke wil al ontbreekt om het probleem van de financiering van het Brussels Gewest op te lossen, dan lijkt de onwil om iets te doen aan die polarisering nog groter. En hier komt het neo-liberalisme weer bovendrijven als bron van de problemen en niet als oplossing.

De rol van de nationale staten

De rol van de nationale staten is in de globaliseringsgolf veranderd, maar ze is niet verdwenen. De immigratie is een interessant terrein waar we die veranderende rol van de nationale staten kunnen onderzoeken. Immigratie laat als thema een hernationalisering van het debat zien en is daarnaast ook voorwerp van overheidsbeleid en praktische maatregelen (Sassen, 1999, p. 32-39;71-78).

Arbeidsmigratie ligt in alle landen aan de basis van een aparte regelgeving, terwijl er voor de arbeidsmigratie ook een internationale regelgeving is. Maar deze blijft nog altijd dode letter in het rijke Westen. Niet toevallig heeft geen enkel rijk West-Europees land de ‘Conventie van de Rechten van Migranten en hun Families’ (resolutie 45/158 van de UNO goedgekeurd op 18 December 1990) goedgekeurd

In België, meer bepaald in het Noorden van het land, is arbeidsmigratie  een geliefd populistisch onderwerp voor alle nationalistische partijen, van VB tot LDD. Alleen zijn het klunzen als het er op aankomt oplossingen te vinden voor de problemen die eruit voortvloeien. Het is hallucinant om te zien hoe de N-VA op nationaal vlak zich opblaast voor het verstrengen van de asielwetgeving, terwijl N-VA minister Bourgeois er zelfs niet in slaagt enig zinnig beleid op poten te zetten om de intra-Europese migratie in goede banen te leiden. Wat moeten wij ons voorstellen van het onafhankelijke Vlaanderen in Europa, als men er nu al niet in slaagt Europese richtlijnen te implementeren. De problematiek van de Roma wordt al sinds 2008 aangekaart door de Europese Commisie. In maart 2010 nog nam het Europees Parlement een resolutie aan om het beleid van de Europese Commissie te ondersteunen en bij te sturen. Alles wat Bourgeois uit zijn mouw weet te toveren is een Vlaams Roma-plan zonder één extra euro.

Europa stelt massale structurele fondsen ter beschikking en roept lidstaten met aandrang op om deze budgetten aan te wenden voor de integratie van Roma. De Europese Commissie concludeerde tijdens de Roma-top in april 2010 in Cordoba dat deze fondsen absoluut ondermaats worden aangewend. De Vlaamse Gemeenschap zou er goed aan doen om een gecoördineerd plan in te dienen voor alle betrokken steden en gemeenten samen, zodat niet iedereen voor zich op de Europese administratieve mallemolen moet meedraaien en elkaar de markt uitprijzen.

Hieruit blijkt nog eens duidelijk het failliet van nationalistische ideologieën en regionalistisch gekonkel. Wie de tussenkomst van 8 dec. 2010 van N-VA minister Geert Bourgeois in het Vlaams Parlement goed leest kan er niet omheen dat hij nu ook de steden Antwerpen en Gent probeert tegen elkaar uit te spelen, waar hij stelt dat Gent te vrijgevig omspringt met het leefloon. De nationalistische ideologie kiest niet alleen voor polarisatie tussen de regio’s maar ook voor een totaal andere invulling van het politieke bedrijf. De filosoof Koen Raes definieerde politiek ooit als de kunst om mensen bijeen te brengen, dit is ook de ware betekenis van het woord ‘gemeenschap’, de N-VA kiest er overal voor om mensen tegen elkaar op te zetten. Dit geldt niet alleen voor de N-VA, ook de CD&V in de Vlaamse Regering van Chris Peeters volgt dezelfde lijn.terwijl ze nationaal, althans toch in woorden, andere accenten legt.

Alle partijen die momenteel aan tafel zitten bij de regeringsonderhandelingen blijken het eens te zijn over de splitsing van het arbeidsmarktbeleid. Dit kan niet alleen desastreuze gevolgen voor de kansarmen in Vlaanderen, wanneer een VOKA-vriendelijke regering er voor kiest om wachttijd-uitkeringen af te schaffen in Vlaanderen maar het saboteert ook een zinvol arbeids-migratiebeleid. Dit kunnen we nochtans afleiden uit een onverdachte bron. In De Standaard van 10 dec. 2010 pleit Wim Kruisberghs, een ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken (attaché FOD Binnenlandse Zaken) voor een integrale aanpak van de asielpolitiek en arbeidsmigratie. Hij pleit ervoor dat arbeidsmigratie en ontwikkelingssamenwerking op elkaar worden af gestemd:

“Investeren in ontwikkeling waar de te verwachten illegale immigratie het grootst is, en investeren in mobilitiet van kapitaal en kennis van bij ons lmevende diaspora, zodat van hieruit mee de ontwikkeling van het thuisland kan worden gestimuleerd.”

Dit moet voor jobs zorgen landen met een grote uitstroom zoals Georgië, maar zo merkt hij in dit verband ook op:

“Daarnaast zullen beroepsopleidingen worden uitgebouwd om het arbeidspotentieel in Georgië te versterken en de interen markt mee verder op te bouwen. Zo kunnen doelgericht de juiste profielen gecreëerd worden die kunnen helpen om onze vergrijzende economie mee nieuwe impulsen te geven.”

Ik hou mijn hart vast voor de resultaten van de regionalisering van het arbeidsmarktbeleid in deze context, in een land waar politici zichzelf liever in de voeten schieten dan oplossingen uit te werken, wat nog eens bewezen werd in de asiel-opvangkrisis.

Zolang het bekrompen regionalisme en nationalisme de Belgische politiek blijft verzieken kunnen we op die niveau’s geen vooruitgang verwachten. Alleen op het stedelijke niveau, het meest betuttelde en onder-gefinancierde niveau – met dank aan 30 jaar regionalisering – is nog enige politieke dynamiek aanwezig. Dit is ook het niveau dat het dichtst bij de burger staat, dat papieren kan voorleggen in landen zoals Zweden en Zwitserland, we hebben er als burgers dus alle belang bij dit niveau te versterken.

Een Netwerk tussen steden: terug verbinden zonder uitsluiting

Daarom loont het de moeite eens ‘kritisch’ stil te staan bij een oplossing die niet uit een traditionele politieke partij maar eerder uit het middenveld of de civiele maatschappij komt. Ze krijgt zeker in Vlaanderen nauwelijks media-aandacht, maar ze heeft intussen bewezen over een zekere dynamiek te beschikken. Ze zet dingen in beweging.

Het is niet mijn bedoeling om dit netwerk exact te beschrijven. Dit zou ik ook niet kunnen en dit is ook niet nodig want het treedt zelf wel naar buiten als het dit nodig acht. Een van de groeipolen is de interdisciplinaire onderzoeksgroep COSMOPOLIS onder leiding van Eric Corijn. Deze groep is verbonden aan de Sociale Geografie van het Geografisch Instituut (departement Geografie) van de Vrije Universiteit Brussel en is een actief lid van  UAB Urban Studies Network, een netwerk van onderzoekers verbonden aan de Vrije universiteit Brussel en de Erasmushogeschool binnen de Universitaire Associatie Brussel. Dit lijkt op het eerste zicht een academische groep, maar individuele leden nemen wel deel aan politieke discussies en komen nu en dan in de pers. Een opinie van Eric Corijn, die verscheen in De Standaard Plan B, met de B van Brussel, dat een oplossing voor de problemen van Brussel schetst,  verscheen ook op verschillende blogs. Dit vinden de auteurs in het geheel geen probleem, want ze publiceren ook volgens Creative Commons principe.

Hoe ze samenwerken met het middenveld kan je goed zien in de Staten Generaal van Brussel die reeds in 2001 werd opgericht. Ik neem hier gewone een grote brok tekst over van de site:

Wat zijn de concrete doelstellingen van de Staten-Generaal?

Om te beginnen willen we de vele bestaande studies over Brussel verzamelen en synthetiseren. Vervolgens willen we die kennis delen, er de belangrijkste vragen/problemen uit distilleren en mogelijke politieke pistes naar voor te schuiven.

De volgende stap is een publiek debat over de vaststellingen, vragen/problemen en politieke pistes. Via meerdere thematische debatten verzamelen we op een georganiseerde manier de opmerkingen, kritieken en suggesties. Deze kunnen dan helpen bij het formuleren van de grote krachtlijnen die de verschillende thema’s overstijgen en de basis leggen voor een overkoepelende politiek.

Als laatste willen we duidelijk uitmaken welke de meest prioritaire uitdagingen zijn voor Brussel en de bakens uitzetten van een mogelijke visie op dit Stadsgewest. Via de pers en een interactieve website gaan we een en ander ook bij het grote publiek onder de aandacht brengen.

Een mobilisatie in drie fases:

Eerste fase: samenwerking tussen meer dan vijftig wetenschappers en experts, zij brengen hun vaststellingen samen, lijsten hun vragen/problemen op en formuleren de politieke opties in de korte ‘synthesefiches’.

Tweede fase: burgers en diverse organisaties nemen kennis van de stellingen, geven er kritiek op en debatteren over de politieke opties tijdens vooraf aangekondigde fora.

Derde fase: de leden van het platform van de civiele maatschappij, ondersteund door de universiteiten, tekenen de grote lijnen uit van een visie voor het Stadsgewest. Ze brengen het in de media en interpelleren de politici erover.

We willen met dit proces – van een ongeziene omvang in Brussel – de verschillende krachten en burgers verzamelen. Het einddoel: wegen op de electorale agenda, op het toekomstige regeringsprogramma en op de institutionele dialoog die nog doorloopt in 2009.

Dat het niet louter bij academische debatten bleef kunnen we afleiden uit een van de laatste politieke initiatieven die vanuit de groep ontstonden: Plaidoyer pour un G5, un réseau des grandes villes belges. Dit pleidooi is eerst in Franse versie verschenen in Le Soir op 16 Nov. 2010, en later vertaald op De Wereld Morgen. Het is niet enkel ondertekend door academici maar ook door verschillende actieve politici van Groen!, Ecolo, CDH, Spa, PS en Open VLD. Het stelt een communicatienetwerk voor tussen de steden Brussel, Gent, Antwerpen, Luik en Charleroi. De focus is breed maar wel duidelijk:

“Men zou kunnen argumenteren dat een dergelijk netwerk niet veel zin heeft aangezien de voogdij van het stedenbeleid hoofdzakelijk bij de regio’s ligt. Toch zijn zaken zoals veiligheid, migratie, fiscaliteit nog steeds federale bevoegdheden. Daarenboven zijn er verbanden tussen Gent en Charleroi, tussen Antwerpen en Luik, op de Noord-Zuid ABC as, enz. Er kunnen dus onderling afspraken worden gemaakt die de complementariteit bevorderen. Men kan informatie uitwisselen op ambtelijk of bestuursniveau. Dat komt dan weer de frontvorming ten goede inzake belangenbehartiging.

Het ziet er sterk naar uit er de volgende weken of maanden zal worden beslist over de middelen die momenteel nog behoren bij de federale bevoegdheid Grootstedenbeleid. Waarom zou men een deel hiervan niet kunnen voorbehouden voor de G5? Dat hoeft geen nieuwe instelling te zijn, want netwerken zijn per definitie licht en flexibel. Men stelt er zich nog het best een losvast programma bij voor met een kenniscentrum dat instaat voor vergelijkende studies, een fonds dat ook actief is als belangenbehartiger en initiatieven die de contacten op verschillende niveaus bevorderen.

Ons pleidooi voor een G5 staat los van communautaire overwegingen en terechte eisen tot regionalisering van hefbomen en middelen. Het gaat over een pragmatische kijk op een betere sociale, economische en culturele situatie van onze steden. De verbanden bestaan, het zou goed zijn er gebruik van te maken. Al was het maar om het antistedelijke beeld van de vuile, ongezellige grootstad te keren en de leefomstandigheden voor elke stadsbewoner te verbeteren.”

Ik beweer niet dat dit netwerk alle problemen zal oplossen, maar het rukt zich wel los uit de communautaire disputen en probeert door samenwerking onder de versmachtende druk van het platte land uit te komen. Ik verwacht dat het in de eerste plaats zal fungeren als drukkingsgroep, want wil het problemen als woningnood, armoede en polarisering oplossen, dan zal het ook moeten kunnen wegen zowel op de regionale als de federale regeringen.

Het gevaar bestaat ook dat dit netwerk boven de hoofden van civiele maatschappij gaat zweven, enkel een stevige verankering in die civiele maatschappij kan dat verhinderen. Omdat dit nieuws in de Vlaamse pers werd doorgezwegen, vind ik het wel de moeite om het te brengen.

Kunnen we de lont wegnemen uit het communautair conflict door het te omzeilen? Er zijn alvast enkele sociaaleconomische elementen die er voor pleiten. De polarisering in Brussel, de onoverzichtelijke armoede begint zich nu al naar de andere grote Belgische steden te verspreiden. Deze steden definiëren wat nog overblijft van de Belgische economie, zonder deze steden mogen ze op het platteland de deuren sluiten? Het is wel zo dat deze gedachte nog lang niet leeft in Vlaanderen terwijl ze er in Brussel al bijna 10 jaar mee bezig zijn. Maar de opbouw is al begonnen en zal uiteindelijk niet tegen te houden zijn.

Referenties

BAETEN, GUY, (2009), “Territorialising Brussels: Belgian Devolution and the Spatial Conundrum of a Bilingual Capital”, Divided Cities/Contested States, http://www.conflictincities.org, University of Lund, Department of Human Geography, Working Paper No. 14, 2009

BLONDEEL, PAUL (2010) De verongelijkten en de onzichtbaren, Samenleving en politiek, Jaargang 17, 2010, nr.9 (november), pagina 24 tot 41

CARLING, JØRGEN, (2007), The Merits and Limitations of Spain’s High-Tech Border Control, The Merits and Limitations of Spain’s High-Tech Border Control, International Peace Research Institute, Oslo (PRIO), June 2007, online http://www.migrationinformation.org/Feature/display.cfm?ID=605

COSLOVI, LORENZO, (2007), Brevi note sull’immigrazione via mare in Italia e in Spagna, Centro Studi di Politica Internationale, Roma, januari 2007, on line http://www.cespi.it/PDF/mig-mare.pdf

DERUDDER BEN, Peter Taylor, Pengfei Ni, Anneleen De Vos, Michael Hoyler, Heidi Hanssens, David Bassens, Jin Huang, Frank Witlox, Wei Shen and Xiaolan Yang, (2010), “Pathways of Change: Shifting Connectivities in the World City Network, 2000–08”, Urban Stud 2010 47: 1861, DOI: 10.1177/0042098010372682

GEETS, JOHAN,  Fernando Pauwels, Johan Wets, Miet Lamberts & Christiane Timmerman (2002) “Nieuwe migranten en de arbeidsmarkt”, Een onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, in het kader van het VIONA-onderzoeksprogramma

KESTELOOT C., MISTIAEN P. & DECROLY J.M. (1998) “De ruimtelijke dimensie van de armoede in Brussel: indicatoren, oorzaken en buurtgebonden bestrijdingsstrategieen”, in VRANKEN J., VANHERCKE B. & CARTON L., mmv. VAN MENXEL G. . eds., 20 jaar OCMW, naar een actualisering van het maatschappijproject, Acco Leuven, p.125-155.

KESTELOOT C., LOOPMANS M. (2009) ‘Social inequalities”, Brussels Studies, Synopsis nr 16, 3 March 2009

KRZESLO E. (2002), ‘Le travail clandestin, la régularisation, les papiers, le séjour, Aperçu de l’état du marché du travail clandestin en Belgique et à Bruxelles en particulier’, in Aux marges du marché du travail, nr. 3, TEF/ULB, Bruxelles.

LUTTERBECK, DEREK, (2006), Policing Migration in the Mediterranean, Mediterranean Politics, Vol. 11, No. 1, 59-82, March 2006

MARX IVE, Gerlinde Verbist, Pieter Vandenbroucke, Kristel Bogaerts, Josefine Vanhille; (2009), “De werkende armen in Vlaanderen, een vergeten groep?”, Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck Universiteit Antwerpen Eindrapport 12 mei 2009 Een onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, in het kader van het VIONA-onderzoeksprogramma

SASSEN SASKIA, (1998) “The Global City: Strategic Site/New Frontier”, American Studies, 41:2/3: 79-95, p. 84-85

SASSEN SASKIA, (1999) “Globalisering. Over de mobiliteit van geld, mensen en informatie”, Van Gennep Amsterdam 1999

SASSEN, SASKIA, (2003), A universal harm: making criminals of migrants, OpenDemocracy, online http://www.opendemocracy.net/people-migrationeurope/article_1444.jsp

VANDERMOTTEN, CHR., E. Leclercq, T. Cassiers, B. Wayens (2009) “The Brussels Economy”, Brussels Studies, Synopsis nr. 7, http://www.brusselsstudies.be/PDF/Default.aspx?lien=EN_76_CFB7.pdf&IdPdf=76

VAN CRIEKINGEN M. (2006) “What is happening to Brussels’ inner-city neighbourhoods?”, Brussels Studies n°1, http://www.brusselsstudies.be/PDF/Default.aspx?lien=EN_27_BS1_english.pdf&IdPdf=27

VERHOEVEN DANIEL, (2007), “Militarisering van de Europese Middellandse Zee grenzen en de Mythe van de Afrikaanse invasie”, thewingsofthecarp.wordpress.com, shortlink  http://wp.me/pmbj2-1pH

OUALI, NOURIA, (2010), « Mondialisation et migrations féminines internationales », Les cahiers du CEDREF [En ligne], 12 | 2004, mis en ligne le 20 juin 2010, Consulté le 26 novembre 2010. URL : http://cedref.revues.org/545



[1] Het spel tussen EU-commissie en nationale overheden, het feit dat richtlijnen op verschillende tijdstippen in verschillende landen worden geïmplemteerd, maakt ook van de EU die ongrijpbare moloch.

[2] De correcties bevatten ook een solidariteitsparameter. Volgens de meest recente berekeningen zou door de inkomensevolutie Vlaanderen nu meer verliezen aan Brussel dan Wallonië. Dit is natuurlijk weer koren op de molen van de regionalisten, maar in hoofdstuk 1 hebben we voldoende uitlegt dat het niet daar is dat het schoentje wringt, maar wel tussen de verarmde agglomeratie en de rijke rand, zowel in Vlaams- als Waals Brabant.




Advertisements

2 thoughts on “Kan een netwerk tussen de 5 grootste Belgische steden het communautair conflict omzeilen?

  1. Een belangrijker stuk dan dit heb ik de afgelopen drie jaar niet gelezen.

  2. thanks for the great relevant information? it seems like i have been searching forever for great info,what a great site and great information,thankyou

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s