Falend Vlaams Migratiebeleid

De rol van de nationale staten is in de globaliseringsgolf veranderd, maar ze is niet verdwenen. De migratie is een interessant terrein waar we die veranderende rol van de nationale staten kunnen onderzoeken. Immigratie laat als thema een hernationalisering van het debat zien en is daarnaast ook voorwerp van overheidsbeleid en praktische maatregelen.

Arbeidsmigratie ligt in alle landen aan de basis van een aparte regelgeving, terwijl er voor de arbeidsmigratie ook een internationale regelgeving is. Maar deze blijft nog altijd dode letter in het rijke Westen. Niet toevallig heeft geen enkel rijk West-Europees land de ‘Conventie van de Rechten van Migranten en hun Families’ (resolutie 45/158 van de UNOgoedgekeurd op 18 December 1990) goedgekeurd

Falend Vlaams beleid

In België, meer bepaald in het Noorden van het land, is arbeidsmigratie  een geliefd populistisch onderwerp voor alle nationalistische partijen, van VB tot LDD. Alleen zijn het klunzen als het er op aankomt oplossingen te vinden voor de problemen die eruit voortvloeien. Het is hallucinant om te zien hoe de N-VA op nationaal vlak zich opblaast voor het verstrengen van de asielwetgeving, terwijl N-VA minister Bourgeois er zelfs niet in slaagt enig zinnig beleid op poten te zetten om de intra-Europese migratie in goede banen te leiden. Wat moeten wij ons voorstellen van het onafhankelijke Vlaanderen in Europa, als men er nu al niet in slaagt Europese richtlijnen te implementeren. De problematiek van de Roma wordt al sinds 2008 aangekaart door de Europese Commisie. In maart 2010 nog nam het Europees Parlement een resolutie aan om het beleid van de Europese Commissie te ondersteunen en bij te sturen. Alles wat Bourgeois uit zijn mouw weet te toveren is een Vlaams Roma-plan zonder één extra euro.

Europa stelt massale structurele fondsen ter beschikking en roept lidstaten met aandrang op om deze budgetten aan te wenden voor de integratie van Roma. De Europese Commissie concludeerde tijdens de Roma-top in april 2010 in Cordoba dat deze fondsen absoluut ondermaats worden aangewend. De Vlaamse Gemeenschap zou er goed aan doen om een gecoördineerd plan in te dienen voor alle betrokken steden en gemeenten samen, zodat niet iedereen voor zich op de Europese administratieve mallemolen moet meedraaien en elkaar de markt uitprijzen.

Regionalistisch gekonkel versus federale en Europese oplossingen

Hieruit blijkt nog eens duidelijk het failliet van nationalistische ideologieën en regionalistisch gekonkel. Wie de tussenkomst van 8 dec. 2010 van N-VA minister Geert Bourgeois in het Vlaams Parlement goed leest kan er niet omheen dat hij nu ook de steden Antwerpen en Gent probeert tegen elkaar uit te spelen, waar hij stelt dat Gent te vrijgevig omspringt met het leefloon. De nationalistische ideologie kiest niet alleen voor polarisatie tussen de regio’s maar ook voor een totaal andere invulling van het politieke bedrijf. De filosoof Koen Raes definieerde politiek ooit als de kunst om mensen bijeen te brengen, dit is ook de ware betekenis van het woord ‘gemeenschap’, de N-VA kiest er overal voor om mensen tegen elkaar op te zetten. Dit geldt niet alleen voor de N-VA, ook de CD&V in de Vlaamse Regering van Chris Peeters volgt dezelfde lijn.terwijl ze nationaal, althans toch in woorden, andere accenten legt.

Alle partijen die momenteel aan tafel zitten bij de regeringsonderhandelingen blijken het eens te zijn over de splitsing van het arbeidsmarktbeleid. Dit kan niet alleen desastreuze gevolgen voor de kansarmen in Vlaanderen, wanneer een VOKA-vriendelijke regering er voor kiest om wachtuitkeringen af te schaffen e.d.  maar het saboteert ook elk zinvol arbeidsmigratiebeleid. Dit kunnen we nochtans afleiden uit een pleidooi uit een onverdachte bron. In De Standaard van 10 dec. 2010 pleit Wim Cruisberghs, een ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken (attaché FOD Binnenlandse Zaken) voor een integrale aanpak van de asielpolitiek en arbeidsmigratie. Hij pleit ervoor dat arbeidsmigratie en ontwikkelingssamenwerking op elkaar worden af gestemd:

“Investeren in ontwikkeling waar de te verwachten illegale immigratie het grootst is, en investeren in mobilitiet van kapitaal en kennis van bij ons levende diaspora, zodat van hieruit mee de ontwikkeling van het thuisland kan worden gestimuleerd.”

Dit moet voor jobs zorgen landen met een grote uitstroom zoals Georgië, maar zo merkt hij in dit verband ook op:

“Daarnaast zullen beroepsopleidingen worden uitgebouwd om het arbeidspotentieel in Georgië te versterken en de interen markt mee verder op te bouwen. Zo kunnen doelgericht de juiste profielen gecreëerd worden die kunnen helpen om onze vergrijzende economie mee nieuwe impulsen te geven.”

Ik hou mijn hart vast voor de resultaten van de regionalisering van het arbeidsmarktbeleid in deze context, in een land waar politici zichzelf liever in de voeten schieten dan oplossingen uit te werken, wat nog eens bewezen werd in de asiel-opvangkrisis.

Zolang het bekrompen regionalisme en nationalisme de Belgische politiek blijft verzieken kunnen we op die niveau’s geen vooruitgang verwachten. Alleen op het stedelijke niveau, het meest betuttelde en onder-gefinancierde niveau – met dank aan 30 jaar regionalisering – is nog enige politieke dynamiek aanwezig. Dit is ook het niveau dat het dichtst bij de burger staat, dat papieren kan voorleggen in landen zoals Zweden en Zwitserland, we hebben er als burgers dus alle belang bij dit niveau te versterken.

Mobilisatie van de burgers

Daarom loont het de moeite eens ‘kritisch’ stil te staan bij een oplossing die niet uit een traditionele politieke partij maar eerder uit het middenveld of de civiele maatschappij komt. Ze krijgt zeker in Vlaanderen nauwelijks media-aandacht, maar ze heeft intussen bewezen over een zekere dynamiek te beschikken. Ze zet dingen in beweging.

Het is niet mijn bedoeling om dit netwerk exact te beschrijven. Dit zou ik ook niet kunnen en dit is ook niet nodig want het treedt zelf wel naar buiten als het dit nodig acht. Een van de groeipolen is de interdisciplinaire onderzoeksgroep COSMOPOLIS onder leiding van Eric Corijn. Deze groep is verbonden aan de Sociale Geografie van het Geografisch Instituut (departement Geografie) van de Vrije Universiteit Brussel en is een actief lid van  UAB Urban Studies Network, een netwerk van onderzoekers verbonden aan de Vrije universiteit Brussel en de Erasmushogeschool binnen de Universitaire Associatie Brussel. Dit lijkt op het eerste zicht een academische groep, maar individuele leden nemen wel deel aan politieke discussies en komen nu en dan in de pers. Een opinie van Eric Corijn, die verscheen in De Standaard Plan B, met de B van Brussel, dat een oplossing voor de problemen van Brussel schetst,  verscheen ook op verschillende blogs. Dit vinden de auteurs in het geheel geen probleem, want ze publiceren ook volgens Creative Commons principe.

Hoe ze samenwerken met het middenveld kan je goed zien in de Staten Generaal van Brussel die reeds in 2001 werd opgericht. Ik neem hier gewone een grote brok tekst over van de site:

Wat zijn de concrete doelstellingen van de Staten-Generaal?

Om te beginnen willen we de vele bestaande studies over Brussel verzamelen en synthetiseren. Vervolgens willen we die kennis delen, er de belangrijkste vragen/problemen uit distilleren en mogelijke politieke pistes naar voor te schuiven.

De volgende stap is een publiek debat over de vaststellingen, vragen/problemen en politieke pistes. Via meerdere thematische debatten verzamelen we op een georganiseerde manier de opmerkingen, kritieken en suggesties. Deze kunnen dan helpen bij het formuleren van de grote krachtlijnen die de verschillende thema’s overstijgen en de basis leggen voor een overkoepelende politiek.

Als laatste willen we duidelijk uitmaken welke de meest prioritaire uitdagingen zijn voor Brussel en de bakens uitzetten van een mogelijke visie op dit Stadsgewest. Via de pers en een interactieve website gaan we een en ander ook bij het grote publiek onder de aandacht brengen.

Een mobilisatie in drie fases:

Eerste fase:samenwerking tussen meer dan vijftig wetenschappers en experts, zij brengen hun vaststellingen samen, lijsten hun vragen/problemen op en formuleren de politieke opties in de korte ‘synthesefiches’.

Tweede fase:burgers en diverse organisaties nemen kennis van de stellingen, geven er kritiek op en debatteren over de politieke opties tijdens vooraf aangekondigde fora.

Derde fase:de leden van het platform van de civiele maatschappij, ondersteund door de universiteiten, tekenen de grote lijnen uit van een visie voor het Stadsgewest. Ze brengen het in de media en interpelleren de politici erover.

We willen met dit proces – van een ongeziene omvang in Brussel – de verschillende krachten en burgers verzamelen. Het einddoel: wegen op de electorale agenda, op het toekomstige regeringsprogramma en op de institutionele dialoog die nog doorloopt in 2009.

Een Netwerk tussen steden: terug verbinden zonder uitsluiting

Dat het niet louter bij academische debatten bleef kunnen we afleiden uit een van de laatste politieke initiatieven die vanuit de groep ontstonden: Plaidoyer pour un G5, un réseau des grandes villes belges. Dit pleidooi is eerst in Franse versie verschenen in Le Soir op 16 Nov. 2010, en later vertaald op De Wereld Morgen. Het is niet enkel ondertekend door academici maar ook door verschillende actieve politici van Groen!, Ecolo, CDH, Spa, PS en Open VLD. Het stelt een communicatienetwerk voor tussen de steden Brussel, Gent, Antwerpen, Luik en Charleroi. De focus is breed maar wel duidelijk:

“Men zou kunnen argumenteren dat een dergelijk netwerk niet veel zin heeft aangezien de voogdij van het stedenbeleid hoofdzakelijk bij de regio’s ligt. Toch zijn zaken zoals veiligheid, migratie, fiscaliteit nog steeds federale bevoegdheden. Daarenboven zijn er verbanden tussen Gent en Charleroi, tussen Antwerpen en Luik, op de Noord-Zuid ABC as, enz. Er kunnen dus onderling afspraken worden gemaakt die de complementariteit bevorderen. Men kan informatie uitwisselen op ambtelijk of bestuursniveau. Dat komt dan weer de frontvorming ten goede inzake belangenbehartiging.

Het ziet er sterk naar uit er de volgende weken of maanden zal worden beslist over de middelen die momenteel nog behoren bij de federale bevoegdheid Grootstedenbeleid. Waarom zou men een deel hiervan niet kunnen voorbehouden voor de G5? Dat hoeft geen nieuwe instelling te zijn, want netwerken zijn per definitie licht en flexibel. Men stelt er zich nog het best een losvast programma bij voor met een kenniscentrum dat instaat voor vergelijkende studies, een fonds dat ook actief is als belangenbehartiger en initiatieven die de contacten op verschillende niveaus bevorderen.

Ons pleidooi voor een G5 staat los van communautaire overwegingen en terechte eisen tot regionalisering van hefbomen en middelen. Het gaat over een pragmatische kijk op een betere sociale, economische en culturele situatie van onze steden. De verbanden bestaan, het zou goed zijn er gebruik van te maken. Al was het maar om het antistedelijke beeld van de vuile, ongezellige grootstad te keren en de leefomstandigheden voor elke stadsbewoner te verbeteren.”

Ik beweer niet dat dit netwerk alle problemen zal oplossen, maar het rukt zich wel los uit de communautaire disputen en probeert door samenwerking onder de versmachtende druk van het platte land uit te komen. Ik verwacht dat het in de eerste plaats zal fungeren als drukkingsgroep, want wil het problemen als woningnood, armoede en polarisering oplossen, dan zal het ook moeten kunnen wegen zowel op de regionale als de federale regeringen.

Het gevaar bestaat ook dat dit netwerk boven de hoofden van civiele maatschappij gaat zweven, enkel een stevige verankering in die civiele maatschappij kan dat verhinderen. Omdat dit nieuws in de Vlaamse pers werd doorgezwegen, vind ik het wel de moeite om het te brengen.

Kunnen we de lont wegnemen uit het communautair conflict door het te omzeilen? Er zijn alvast enkele sociaaleconomische elementen die er voor pleiten. De polarisering in Brussel, de onoverzichtelijke armoede begint zich nu al naar de andere grote Belgische steden te verspreiden. Deze steden definiëren wat nog overblijft van de Belgische economie, zonder deze steden mogen ze op het platteland de deuren sluiten? Het is wel zo dat deze gedachte nog lang niet leeft in Vlaanderen terwijl ze er in Brussel al bijna 10 jaar mee bezig zijn. Maar de opbouw is al begonnen en zal uiteindelijk niet tegen te houden zijn.

Dit essay is een uitreksel uit een langer artikel:

Kan een netwerk tussen de 5 grootste Belgische steden het communautair conflict omzeilen?

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s