Eigen schuld, dikke bult?

Eigen schuld, dikke bult. Dat is zowat het uitgangspunt van de politiek tegenover mensen met financiële problemen. Maar klopt dit wel en wat is het economisch belang van overbesteding door de armsten onder de bevolking. De banken crisis hebben ze alvast niet veroorzaakt, wel zijn ze er het eerste slachtoffer van.

Volgens het Vlaams Centrum voor Schuldenlast ontvingen in 2013 65.894 Vlaamse gezinnen ondersteuning bij het beheer van hun budget en/of bij de afbetaling van hun schulden. Daarvan zaten er 54.559 niet in collectieve schuldenregeling en 11.335 wel (Vlaams Centrum Schuldenlast, Cijfer- en profielgegevens van de Vlaamse huishoudens in budget- en schuldhulpverlening anno 2013, VSC_2013, p. 7)

post_no_bills

Een collectieve schuldenregeling is een gerechtelijke procedure voor structurele schuldproblemen die je moet aanvragen met een verzoekschrift bij de arbeidsrechtbank. Deze stelt een schuldbemiddelaar aan en deze laatste probeert dan een minnelijke overeenkomst te bereiken met jouw schudleideisers over een afbetalingsplan. Als dat niet lukt dan besluit te rechtbank tot een gerechtelijke regeling van aanzuivering.

Maar beide procedures zijn tergend langzaam. Bij de minnelijke regeling duurt het voor 70% van de gevallen langer dan 6 jaar, bij de gerechtelijke regeling voor 62% van de gevallen (Bron: Centrale voor kredieten aan particulieren, NBB_2013, p. 63). Gedurende die zes jaar beschik je niet meer over je eigen inkomsten. De schuldbemiddelaar ontvangt je hele inkomen en betaalt jouw schulden af volgens plan. Je ontvangt enkel leefgeld. Voor grote uitgaven moet je extra geld vragen aan de schuldbemiddelaar of aan de rechter. In feite wordt je onder voogdij geplaatst.

Privacy, daar heb je geen recht meer op. Jouw werkgever wordt ervan op de hoogte gebracht dat je in collectieve schuldenregeling zit. Reputatie, onder nul. En wat het ergste is voor de meeste ouders, ook jouw kinderen krijgen een etiket opgeplakt.

Bij een gerechtelijke regeling van aanzuivering kan de rechter je woning, je auto, alle andere spullen die kunnen in beslag genomen worden, verkopen om jouw schuldeisers te betalen. Volgens de wet is hij verplicht dit te doen voor je een totale kwijtschelding van schulden kan krijgen. Je wordt dus persoonlijk failliet verklaard.

Een collectieve schuldenregeling is bovendien niet gratis. Je zal jouw schuldbemiddelaar moeten betalen. Dit kan soms hoog oplopen tot meer dan 5000 euro als er veel schuldeisers zijn. Het loon van de schuldbemiddelaar wordt opgenomen in het afbetalingsplan.

Er zijn echter veel klachten over het te lage leefgeld en het gebrek aan controle op die schuldbemiddelaars. Want voor elke verandering in jouw situatie moet je naar de rechtbank en moet je een ganse papierwinkel door om dat te melden. Ook al ben je in die situatie terecht gekomen omwille van jouw onvermogen om met administratie om te gaan, wat in 48,98% van de gevallen ook zo is.

De procedure werkt sneller voor mensen met een hoog inkomen, maar dat is natuurlijk maar een klein deel van de gevallen. De vernederende ervaringen die mensen van het Vierde Wereld Syndicaat daarover posten op hun forum zijn duidelijk.

Totaal zitten er in het Vlaams Gewest 55.631 personen in de collectieve schuldenregeling op een totaal van 107.103 voor gans België (NBB_2013, p. 62). Eind 2009 waren er dat nog maar 78.147 (Bron: Statistieken: Centrale voor kredieten aan particulieren – 2009, NBB_2009, p. 58) of een stijging van 37%.

Dit doet vragen rijzen over het nut van die procedure want een collectieve schuldenregeling wens je echt je jouw ergste vijand niet toe. Wat is het nut van zo’n mensonterend systeem in een van de meest welvarende landen van de wereld? En waarom treft het zo veel mensen?

Ligt het aan de persistente onwil van mensen die niet kunnen weerstaan aan reclame en het een na het andere overbodige luxe artikel op afbetaling kopen tot ze voor een berg schulden staan die ze niet meer kunnen bolwerken?

Volgens de gegevens van het Vlaams Centrum voor Schuldenlast (VSC) klopt dit niet. Als je naar de oorzaken van die schulden gaat kijken dan zie je dat slechts 51,3% van de die gezinnen in de problemen geraakte door overbesteding terwijl 55,27% van de ondersteunde gezinnen te kampen had met “overlevingsschulden”. Tenslotte vormden aanpassingsschulden bij 49,89% van de ondersteunde gezinnen een belangrijke schuldoorzaak. Dit zijn bijvoorbeeld gemaakte schulden bij het (moeten) verhuizen. Dit komt natuurlijk frequent voor aangezien slechts 10,69% eigenaar is van een eigen woning (VSC_2013, p 17; 31-33).

Kwetsbare groepen zijn o.a. de alleenwonenden (44,45%), de eenoudergezinnen (18,37%), de huurders (80,59%) en laag geschoolden (49,05%) (VSC_2013, p 35).

Het grote aantal overlevingsschulden kan je onder andere op conto schrijven van een miserabel leefloon. Voor een samenwonende: 544,91€/maand, voor een alleenstaande 817,36€/maand en voor persoon die samenwoont met een gezin ten laste met minstens één ongehuwd minderjarig kind: 1.089,82€/maand. Voeg daarbij de veel te lage werkloosheidsuitkering die door de vorige regering al beperkt werd in de tijd en het tekort aan sociale huisvesting en te hoge huurprijzen op de privémarkt waar België internationaal de rode lantaarn draagt.

In feite zou men overlevingsschulden onmiddellijk moeten kwijtschelden, toch als men de grondwet volgt. Maar dat gebeurt niet. Schuldkwijtschelding krijgt men alleen als men totaal geen mogelijkheid meer ziet je leeg te melken. Als je invalide bent of bij te laag pensioen, dus totaal geen vooruitzicht op verbetering. Als er een internationale rechtbank zou bestaan die staten straft omdat ze hun eigen wetten niet naleven, dan zou die niet weten wat eerst gedaan. Artikel 23 van de Belgische Grondwet luidt namelijk:

“Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.

Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen.

Die rechten omvatten inzonderheid:

1° het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen;

2° het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand;

3° het recht op een behoorlijke huisvesting;

4° het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu;

5° het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing.”

Alleen zijn zoals gewoonlijk de uitvoeringsbesluiten van dat artikel nooit vastgelegd, waardoor het dode letter blijft.

Mensen in armoede maken ook domme schulden. De aankoop van een flatscreen is daarbij het typische voorbeeld. Maar het onderzoek van Eldar Shafir, psycholoog aan Princeton en Sendhil Mullainathan, econoom aan Harvard stelt grote vraagtekens bij de moedwilligheid van die uitschuivers. In hun boek ‘Schaarste: Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen’ leggen ze uit dat door armoede ons denkvermogen achteruit gaat (p. 189-208). Gans het boek door dragen ze daarvoor massa’s empirisch materiaal aan.

Schaarste laat je focussen op je directe noden. Welke rekening moet er morgen betaald worden? Wat eten we vanavond? Waarvan betaal ik het schoolgeld? Hoe haal ik het einde van de maand? Het neemt je volledig in beslag. Het vernauwt jouw denken. Je werkgeheugen zit vol en je wordt vergeetachtig en geprikkeld. Het belemmert je bij de uitvoering van allerlei taken die aandacht vereisen en je verliest er overzicht door.

Je IQ gaat er evenveel punten door achteruit als door een nacht te weinig slapen. Dan ben je ook afwezig en licht geraakt. Bij mensen die in armoede leven herhaalt dat proces zich dag na dag. “Van armoede kan je niet vrij nemen,” en dat kan je van de meeste vormen van schaarste wel, schrijven de auteurs (p. 192). Als je je niet veel kunt veroorloven, moet je aan veel meer dingen weerstand bieden. Het holt je zelfbeheersing uit. En zo doen armen dus soms domme aankopen, en onderpresteren ze ook op veel vlakken. Maar moedwil is het niet. Laat de druk van de armoede afnemen en ze kunnen weer perfect redelijk denken en handelen. Alleen die kans krijgen ze niet.

De preventieve werking van CAW’s en OCMW’s zoals budgetbegeleiding of -beheer en schuldbemiddeling werken wel degelijk (VSC_2013, p. 26-29). Het rapport merkt wel op dat meer dan de helft van de kredietnemers te laat beroep doet op de procedure van collectieve schuldenregeling, ook al hebben ze zeer zware problemen om hun kredieten terug te betalen (VSC_2013, p. 4). Nu dat laatste is niet verwonderlijk, niemand geeft graag zijn leven uit handen.

Kan men deze procedure verantwoorden op economische gronden. Zou bij afschaffing gans onze economie ontwricht geraken? Totaal niet dus.

Het totale bedrag aan achterstallige leningen van particulieren in 2013 was 2.964 miljoen euro, hetgeen een stijging is met 8,9 % in vergelijking met eind 2012, maar met 60% tegenover eind 2008. Dat de financiële crisis met de golf van ontslagen, tijdelijke werkloosheid en besparingen allerhande hier mee voor verantwoordelijk is wordt in alle talen doodgezwegen.

De stijging van achterstallig kredieten is echter niet te wijten aan buitensporige verkopen op afbetaling, want deze achterstallen nemen zelfs af met 0,8%. De stijging is te wijten aan achterstallen van hypothecaire kredieten die toenemen met 6% en schulden op kredietkaarten, plus 8,1% (NBB_2013, p. 9). Nu de mensen die bij de CAW’s en OCMW’s aankloppen voor ondersteuning hebben meestal al lang geen enkele kredietlijn meer.

Als we kijken naar de cijfers over achterstallige aflossing van kredieten blijkt de overbesteding aan consumptiegoederen slechts een minimaal deel te zijn van de totale achterstallen. “Why all the fuss?”. Afschrikking? Als het dat is pakt deze wel averechts uit, want mensen zouden misschien eerder ondersteuning vragen als die afschrikking van de collectieve schuldenregeling er niet was. Dat er andere opties zijn weten ze zelfs meestal niet.

In feite komt het erop neer dat men mensen behandelt als bedrijven en niet als mensen, waarom dit niet werkt is het onderwerp van het volgende en laatste artikel van deze reeks. Mensen in financiële problemen maken geen winst, dat was ook nooit de bedoeling, maar ze worden wel voor de volle 100% aansprakelijk gesteld. Het aandeel zelfstandigen in de steekproef van het VSC was trouwens maximaal 1,41% (VSC_2013, p. 22). Mensen met financiële problemen incasseren alleen verlies op verlies en ze moeten er ook volledig voor opdraaien. Bedrijven zoals bvba’s, cvba’s en nv’s zijn slechts aansprakelijk voor het ingebrachte kapitaal. Na een faling beginnen ze gewoon opnieuw met een schone lei.

Het is wel zo dat men een Collectieve Schuldenregeling zelf en vrijwillig moet aanvragen bij de rechtbank wat niet zo is bij vennootschappen. Een individu kan in feite nooit failliet verklaard worden. De staat van onvermogen is een feitelijke toestand, geen juridische. En ook onvermogende hebben rechten.

Enkele links voor eerste hulp bij schuldproblemen:

10 tips om schuldenproblemen te vermijden

Budgetplanner

Eerste hulp bij schulden

Advertisements