Kan een netwerk tussen de 5 grootste Belgische steden het communautair conflict omzeilen?

Auteur: Daniël Verhoeven

“Laat de racistische en nationalistische taalobsessievelingen maar stikken in hun kleigrond, ik zal wel elders mijn heil zoeken. Brussel, de enige échte grootstad van dit land, komt dan aardig in de buurt van een alternatief niemandsland waar ik, omringd door andere minderheden, mijn fortuin kan zoeken. Bye bye rechts Vlaanderen, Brussel lonkt en roept me bij zich.” Nadia Fadil

De kennis van Brussel is bij de meeste Vlamingen beperkt tot de Nieuwstraat, De Grote Markt, Manneke Pies en een of ander taalconflict dat ze hoogst persoonlijk meemaakten maar in 9 op de 10 gevallen berust op horen zeggen. De wetenschappelijke kennis, kennis gebaseerd op statistieken en ernstig veldonderzoek, is in Vlaanderen praktisch onbestaande. Het zijn nochtans ook onderzoekers aan de KUL, Ugent en UA die een pak interessante gegevens over Brussel verzamelen. Door een gelukkig toeval – hoewel toeval, ik was ernaar op zoek – kreeg ik contact met enkele van die onderzoekers. Ze leverden me artikels aan die ik met krullende tenen las. Toen ik echter de referenties van die papers Googelde, kwam ik ze nergens tegen in de litteratuurlijsten van andere Vlaamse studies, wel in ‘Brussels Studies’, het elektronisch wetenschappelijk tijdschrift voor onderzoek over Brussel, in onderzoeken aan allerlei buitenlandse universiteiten, beleidsteksten van de Brusselse regering, maar niet in Vlaamse studies of beleidsteksten. Hoe blind kan men zijn? Leeft hier nog altijd het beeld van het Brussel van 50 jaar geleden? Ik vrees van wel. Tijd om daar verandering in te brengen.

Brussel is nochtans de laatste vijftig jaar fundamenteel veranderd, het Brussel van de wereldtentoonstelling Expo 58 heeft een kosmopolitische facelift gekregen. Het is een smeltkroes van culturen geworden maar ook een kruitvat, waar de tegenstellingen tussen arm en rijk de pan uit swingen, waar arbeidsmigranten uit de hele wereld elkaar ontmoeten, waar de armoede stilaan schrijnende vormen begint aan te nemen. Kesteloot en Loopmans beschrijven het als volgt:

“The fast diversification of the Brussels population altered the character of the city considerably. The foreign population in Brussels comes from all over and comprises ((grand) children of) earlier guest workers, Euro officials, multinational expats, refugees and illegal immigrants; some of whom are extremely rich and some extremely poor. This diversity leads to problems and conflicts including mutual racism and discrimination, riots and other expressions of abhorrence towards “the other”; origin and colour also seem to have a significant influence on the opportunities for climbing the social ladder.” (Kesteloot, Loopmans, 2009, p. 4)

Continue reading

Plan B, met de B van Brussel by Eric Corijn

19 GEMEENTEN, 118 WIJKEN EN 1,6 MILJOEN MENSEN

Met simplistische uitspraken en voorstellen is onze hoofdstad niet gediend, vindt ERIC CORIJN. Hij schetst de voorwaarden om er met een stevige structuur een goed bestuurd gewest van te maken, mét politieke en sociaaleconomische verantwoordelijkheid.

Wat een hype over losse flodders! Ivan De Vadder beperkte zich afgelopen zondag in Panorama tot een selectie van verknipte interviews over het mogelijke einde van België. Hij reed daarbij door de regen van de ene plaats naar de andere en dat moest de indruk wekken van doordringende onderzoeksjournalistiek. Verder lag geen enkele analyse of diagnose aan de grondslag van de vraagstelling. En dan kwamen de politici aan het woord. Geen Belgisch gesprek. Stam per stam apart. Of hoe media het nieuws en de publieke opinie maken. En dan natuurlijk opnieuw struikelen over Brussel.

Dat gaat over 1,1 miljoen en bijna 100.000 niet ingeschreven bewoners. Elke dag komen er nog zo’n 360.000 pendelaars en ook een paar tienduizenden bezoekers bij. Al gauw zo’n 1,6 tot 1,7 miljoen mensen. In dat Brussels Gewest zijn er 700.000 jobs, de meerderheid voor Vlamingen en Walen. Brussel heeft de belangrijkste Europese instellingen, goed voor ruim 40.000 rechtstreekse en zo’n 75.000 afgeleide jobs, en bijna 200.000 expats. Daardoor is Brussel ook een belangrijke stad in het netwerk van wereldsteden, zorgt de stad voor de verbinding met de wereldmarkt en dus voor veel logistieke functies in het ommeland. Natuurlijk willen sommigen dat als een ‘condominium’ laten besturen door de twee gemeenschappen, een kolonisatie dus, een bestuur in het belang van de twee andere gewesten. Continue reading

Plaidoyer pour un G5, un réseau des grandes villes belges (by guests)

Un collectif de signataires (*)

Les réseaux urbains ont la cote. Ils ne sont pourtant pas neufs. Du temps des « Hanse », des États urbains des villes du nord de l’Italie ou aux moments de gloire de l’industrie du textile anglais et flamand, le réseau urbain était le moteur du développement économique et financier en Europe.

Par la suite, les pays ont d’une certaine façon nationalisé les villes et les rapports « inter-nationaux » ont repris les relations commerciales. Aujourd’hui, l’essor économique est à nouveau lié à l’urbanité. La mondialisation passe par des routes se nouant dans les aires métropolitaines. Et cet « espace des flux » a une autre dynamique que les rapports entre pays. Les réseaux urbains y prennent une place centrale, comme le montre le sud de la Grande-Bretagne, le « Randstad » hollandais, la Ruhr ou l’Italie du nord.

Les villes ont donc besoin de renforcer leurs positions en se mettant en réseau. Cela se fait au niveau européen, pour le lobbying ou la défense d’intérêts communs. Cela se fait aussi localement, à travers la collaboration des villes et des communes d’une même région. Pensons aux collaborations transfrontalières à Lille-Tournai-Courtrai ou à Maastricht-Hasselt-Liège-Aix-la-chapelle. L’Union des Villes et des Communes existe dans les trois régions, mais n’est pas spécialement orientée vers les problèmes urbains. Continue reading

Brussel, of waar het paard echt gebonden ligt (ontwerp deel 2 van 3)

(2) Brussel de stad van de Eurocraten, de spin in het web

Geboorte van de Europese sterke staat

De Europese integratie was na WO II een anti-nationalistisch project dat zijn uitdrukking vond in een economisch verdrag, de Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), een verdrag tussen de 6 landen. De EGKS was zo succesvol dat al in 1957 besloten werd tot een verdere integratie: de EEG via het verdrag van Rome. Het Verdrag van Rome, getekend door dezelfde zes landen, richtte de Euratom en de Europese Economische Gemeenschap op. In 1967 werden de drie organisaties door tekening van het Fusieverdrag samengevoegd, waarna ze verder werkten onder de naam Europese Gemeenschappen (EG). Dit leidde tot de oprichting van de Commissie, de Raad en het Parlement.

In feite begint het politieke spel reeds in 1967 maar het zal nog sluimeren tot na de val van de muur. Intussen werden Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk lid van de EG in 1973. Griekenland werd lid in 1981, Spanje en Portugal in 1986. Velen zullen het Verdrag van Maastricht in 1992 aanduiden als de grote ommezwaai, de oprichting van de Europese Unie. En inderdaad met dat verdrag werd de basis gelegd voor verdere vormen van samenwerking op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid, op juridisch en intern vlak, en voor de vorming van de Economische en Monetaire Unie. Maar dit was het eindpunt van een proces dat al bezig was. Ik verkies het Schengen Verdrag in 1990 als keerpunt. Hier begint ook de geschiedenis van de buitengrenzen.

Continue reading

Brussel, of waar het paard echt gebonden ligt (ontwerp deel 1 van 3)

Ik en Brussel. Ja, het is ook iets persoonlijks, mijn grootmoeder langs moeders kant was van Brussel, de helft van mijn moeders tantes, nonkels, neven en nichten woonden in en rond Brussel. Toen ik er in de jaren vijftig als kleine jongen, braafjes aan de hand van mijn moeder of zus, op bezoek kwam ging de wereld voor mij open. Mijn mond viel open van verbazing. Ik zei niets – het was de tijd dat de kinderen nog moesten zwijgen, was ook te verbaasd – maar ik zoog het wel allemaal in mij op. Brussel is zoiets als mijn eerste liefde. Tenslotte heb ik ook voor een kwart Brussels bloed door mijn aderen stromen, reken maar na. Bijna gaf ik dit artikel als titel mee: ‘Brussels, my love…’, maar het gaat niet alleen over mijn liefde voor Brussel. Mijn interesse in en bezorgdheid om Brussel bevat ook hopen rationaliteit, vergis u niet. Brussel is in die vijftig jaar fundamenteel veranderd maar het kosmopolitisch karakter ervan is nog ongeschonden, het is alleen maar toegenomen. Het is een smeltkroes van culturen geworden maar ook een kruitvat, waar de tegenstellingen tussen arm en rijk de pan uit swingen.

Het Brussel van het Belgique à papa is een spook dat ronddwaalt in de geesten van de Flaminganten. Het bestaat niet meer.

Maar, en… overal in Europa maakt Brussel om totaal andere redenen gevoelens los. Frustratie en onmacht. Brussel is voor veel Europeanen de plaats waar achter hun rug over van alles en nog wat bedisselt wordt. Het Brussel van de absurde regeltjes. Zoals we onlangs nog konden vaststellen, toen men ineens vanuit Brussel besliste dat je in plaats van 3 maand nog maar 1 maand in het rood mag staan bij je bank. De banken en de regeringen staan overal en altijd in het rood, maar de kleine burgerman, o wee. Brussel laat bij velen in Europa, gewone burgers, verarmde boeren, kleine producenten, arbeidsmigranten… een wrange nasmaak achter. De ‘stille staat’ Europa zoals hij genoemd wordt door Natan Hertogen heeft intussen ook een uit de kluiten gewassen repressieapparaat op poten gezet met FRONTEX en andere aan iedere controle ontsnappende instelligen. Big Brother Europa en natuurlijk ook het anti-sociale neoliberale Europa. Hierover wil ik het ook hebben. Welke rol speelt dit Europa in onze maatschappij, onze democratie?

Dus gaat dit artikel over twee dingen (1) Over Brussel als een van die unieke wereldsteden, bekend tot in de verste uithoeken van de wereld en (2) Brussel als hoofdstad van Europa. Het eerste is waarom ik hou van Brussel. Het tweede, is daar waar het ondemocratische en anti-sociale gedrocht opduikt waar de bijna fascistoïde trekjes van Europa zichtbaar worden. Er zijn enkele verbanden, want ook Brussel krijgt fascistoïde rimpels. Maar er is ook nog een (3) en dat is het Brussel dat de grote struikelblok is voor zowel de nationalisten van links als van rechts, in het Noorden en Zuiden, als ze het hebben over de splitsing van België. Dit moet het sluitstuk worden, waarin ik uitleg waarom een splitsing van België alleen maar de al bestaande negatieve tendensen, gedirigeerd vanuit Europa, zal versterken. Continue reading

Links seperatisme een vileine vrijage

Dit is een reactie op het opiniestuk van Tinneke Beeckman in De Morgen van 27 Okt. 2010: ‘Links mag belgicisme laten varen’. Haar tekst zorgde voor enige verwarring onder de Gentse linkerzijde. Haar betoog voor een modern nationalisme is intelligent en verleidelijk. Dat het nationalistische NVA discours een neo-liberaal programma verbergt, mag als verworven beschouwd worden. Maar denken dat daarmee de kous af is, gaat wel voorbij aan de impliciete aantrekkingskracht van net dat Vlaams nationalisme. En als Tinneke er dan op het eerste gezicht in slaagt om dat nationalisme te koppelen aan een links discours, vallen we op ons gat en krijgen we hartkloppingen. Ja, het is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Ergens zullen we toch weer een beetje van vooraf aan moeten beginnen. Herbronnen, heet dat.  Verwacht van mij geen definitieve antwoorden, ik lever gewoon mijn bijdrage. En het leuke is dat we rond dit thema eind November een seminarie gepland hebben. We komen er wel uit.

Zacht gehijg

Laten we beginnen bij het begin, de titel. Wat jonkvrouw Beeckman precies bedoelt met belgicisme laat ze in het midden, het zweeft ergens. Bedoelt ze daarmee het ‘Belgique à papa’? Iets wat links al in 1968 achter zich heeft gelaten. Herinnert u zich de slogan van 1966 voor Leuven Vlaams: ‘Walen buiten’, wel in 1968 werd dat al niet meer geroepen. Het werd volmondig ‘Bourgeois buiten’. Figuren als Paul Vanden Boeynants, daar moesten we toen al niet van weten, nu nog veel minder, maar dat wil niet zeggen dat we het intussen federale België al willen opgeven. En toch, daar stuurt onze Loreley in haar conclusie wel op aan. Dit is haar eerste maar minder duidelijke stropopredenering, want verder in haar artikel zal ze ook het federaal failliet proberen aantonen als argument om te kiezen voor Vlaams nationalisme.

Als linksen hebben we ook heel wat aan te merken op de implementatie van het federalisme in België vandaag, maar dat is geen reden om het te verwerpen en te vervangen voor een nationalistisch avontuur. Het federalisme bestaat hier nog maar 30 jaar, het is hier dus relatief jong, het Belgique à papa heeft het tenslotte 150 jaar volgehouden. Het Belgisch federalisme loopt inderdaad vierkant, daarom moeten we dringend aan de slag om het te verbeteren en te hervormen zodat de motor weer ronddraait en zachtjes begint te ronken. Is het dan niet zinniger een en ander te evalueren en bij te stellen in plaats van de vlucht vooruit te kiezen… verder sleutelen tot we tenslotte de motor niet meer weer in elkaar krijgen. Dat is natuurlijk de strategie van de NVA. In het laatste deel zal ik mijn voorstellen voor een betere toepassing van het federalisme formuleren. In Landen als Duitsland, Zwitserland en de VS, waar het federalisme al veel langer bestaat kan het een serieus palmares voorleggen.

Maar het belgicisme (al of niet federaal) is zeker niet diep geworteld in linkse kringen, Tinneke beweert dat om het te kunnen aanvallen, maar het is een stropop. Tinneke zoekt ruzie. Maar goed, ze stoot wel op een zwakke plek. Welke staatsopvatting stellen we dan wel voor? Welke staatsindeling? Welk federalisme? En hier wankelen we natuurlijk.

Karim Zahidi wees  op nog een andere, veel duidelijker stropopredenering, daar waar ze links ervan beschuldigt een ‘cordon sanitair’ te willen optrekken rond de NVA. Waar haalt ze dat? Misschien is er wel ergens een afgedwaald schaap dat dit oppert, maar zien doe ik het niet. Links beschouwt de NVA nog altijd als een democratische partij.  Bovendien erkennen heel wat linksen het failliet van het vorige ‘cordon sanitair’ rond het VB. Een cordon creëert de gevaarlijke waan dat eens de baarlijke duivel geïsoleerd, deze ook van het politieke toneel verdwijnt. Niets is minder waar. Hij blijft op alle politiek fora aanwezig en wentelt zich in zijn martelaarschap. Bovendien en dit is de crux, iets wat Natan Hertogen in een iets andere bewoording ook goed aangeeft, men demobiliseert de politieke actie tegen rechts en laat het verder in zijn bokkigheid groeien.

Vilein geflirt

Een tweede misleidingtechniek bestaat erin dat ze uit de historische context enkel die gegevens haalt die bruikbaar zijn in haar betoog. Ze laat grote en belangrijke brokken weg. Hoe logisch haar redenering dan achteraf ook is, de premissen houden geen stand, en het geheel stort ineen als een kaartenhuisje. Wat ze weglaat uit de beschrijving van het verloren gegane industriële kapitalisme, is dat in die periode ook het arbeiderverzet dateert. Dat verzet heeft zich vooral in de industriële centra ontwikkeld, in bijna gans Wallonië en in Vlaanderen vooral in de steden Gent en Antwerpen. Daar is voor onze sociale zekerheid gevochten, daar is zelfs het algemeen stemrecht verworven. Deze historische Belgische structuren willen we zoals Brecht De Smet terecht opmerkt nog niet opgeven. En alhoewel Tinneke met veel bravoure beweert dat deze ook mee verdwijnen met de industriële structuren, verdenk ik haar toch wel van enige overmoed. Ze stelt:

“dat wat met het verouderd (industrieel) model samenhangt, ook onder druk komt te staan (de vakbonden bijvoorbeeld).”

En laat het nu net het de vakbond ABVV zijn die ‘alive and kicking’ in de staart van de NVA bijt. Ze zet de vakbonden denigrerend tussen haakjes. Wij zetten de vakbond tussen aanhalingstekens.

Aan de strijd van de Waalse, Gentse[2] en Antwerpse werkers hebben we ons sociaal systeem te danken. Dit is aanvankelijk gefinancierd door de vrucht van die arbeid, dus eisen de vakbonden terecht dat die solidariteit blijft spelen. En het betreft hier niet alleen een overdracht van Noord naar Zuid maar ook een overdracht van geïndustrialiseerde verstedelijkte gebieden naar het platteland. Momenteel is er nog geen enkele andere structuur voorhanden, ook niet op Europees vlak die voor de organisatie van die solidariteit kan instaan.

Europa, de stille staat, kan niet beschouwd worden als een volwaardig politiek Europees alternatief voor politiek België want de democratie van Europa, en wie zal dat betwisten, stelt niet veel voor in vergelijking met de Belgische democratie. Gaan we echt onze schone kleren voor vodden verruilen? Maar ondertussen heeft dat Europa zijn greep op de lidstaten versterkt. Siggie Vertommen vraagt zich dan ook terecht af wat de zin nog is van dit circus tussen De Wever en Di Ruppo:

“Terwijl de Europese Unie al haar lidstaten zware besparingsplannen oplegt, tieren ‘de Vlamingen’ en ‘de Franstaligen’ tegen elkaar over het Belgische ‘staatshervormingske’. Nochtans heeft de Europese eenmaking alle politieke bakens onherroepelijk verzet. Een tweede ‘Egmontpact’ komt niet en kan er ook nooit komen. Simpelweg omdat doorheen de Europese staatshervormingen van Maastricht, Amsterdam, Nice en Lissabon is België de facto de meeste van haar soevereiniteit is kwijtgespeeld. Bijgevolg valt er geen overschot aan macht of invloed uit de delen aan Vlaanderen…

Maar waarom zien we dat niet? Waarom zwijgen Dewever, Van Rompuy en Di Rupo hierover in dezelfde taal? Waar is de macht gebleven? Onze democratie?”

Tinneke kan wel betogen dat met de globalisering oude structuren verloren gaan, maar dat kan geen excuus zijn om fundamentele menselijke principes zoals Democratie en Solidariteit (jawel met een hoofdletter) overboord te gooien.

En waar de liefde ons tenslotte toch in de steek liet

Dat de globalisering het economisch weefsel veranderd heeft en het industriëel economisch model door elkaar is geschud, dat is een les die links al geleerd heeft begin deze eeuw, toen het de anders globalistische beweging op gang bracht. En hier schiet ook haar analyse van de nieuwe globale economie schromelijk tekort. Fabrieken en arbeidskrachten kunnen in een mum verplaatst worden, OK, tot daar zijn we akkoord. (Alhoewel een hypermodern staalconglomeraat met toegang tot de zee, zoals Sidmar, nu Acelor/Mittal, verhuis je zo maar niet op een, twee drie).

Maar, zoals Saskia Sassen[3] al opmerkte, dit wil niet zeggen dat het globale kapitalisme geen strategische uitvalsbasissen meer nodig heeft. Die basissen zijn de ‘Global city’s’, zoals alleen Brussel er een is in België:

“Globalization can be deconstructed in terms of the strategic sites where global processes materialize and the linkages that bind them. Among these sites are export processing zones, off-shore banking centers, and, on a far more complex level, global cities. This produces a specific geography of globalization and underlines the extent to which it is not a planetary event encompassing all of the world.” (The Global City: Strategic Site/New Frontier, Saskia Sassen, American Studies, 41:2/3: 79-95, p. 80)

De grote globale economische groepen hebben wel nog communicatiecentra nodig, ze zijn sterk afhankelijk van snel transport. Hun voortdurende nood aan research en aan hoog opgeleide kaders noopt hen om dicht bij belangrijke universiteiten te blijven. In die globale steden vinden we de beurzen, advocatenkantoren, boekhoudkantoren, de zetels van de grote monopolies zelf, de hoofdzetels van de banken, jawel en ook al is de Generale, Fortis,  verkocht aan Parisbas, de hoofdzetel is nog altijd in Brussel (BNP Paribas Fortis, Warandeberg 3, 1000 Brussel).

Overzicht van de Global Cities

Die steden bieden ook de nodige interculturele uitwisseling van waaruit de nieuwe kennis en creativiteit opborrelt. Wie er meer over wil weten moet maar ‘The Global City: Strategic Site/New Frontier’, of het boek ‘The Global City’, 2001[4] lezen,  maar ik denk dat ik mijn punt gemaakt heb en tezelfdertijd de achilleshiel van de NVA heb bloot gelegd. De Brusselse agglomeratie is van fundamenteel belang voor het globale kapitalisme, en daar heeft de NVA nu net een probleem mee bij de splitsing van België. Ze hebben er nog nooit een zinnig voorstel voor geformuleerd en als het ter sprake komt in een debat bvb zoals dat over de sociale zekerheid tussen Frank Vandenbroucke en Danny Pieters voor de verkiezingen van 2010 bij Farah, geraken deze anders zo welbespraakte heren niet meer uit hun woorden. En daar wringt het schoentje, omdat de NVA geen werkbare oplossing heeft voor Brussel bij een splitsing van België, is elke splitsing  niet alleen compleet van de pot gerukt, ze is ook gevaarlijk. Een vriend vergeleek dit project terecht met de splitsing van Joegoslavië maar dan zonder wapens. Gelukkig zijn die er niet, nog niet.

Het aandeel van het Brussels Gewest in het Belgische BNP is 18,7 %, terwijl het gewest maar een 10 % uitmaakt van de Belgische bevolking. Maar in feite overstijgt de rol van Brussel als ‘global city’ deze nominale cijfers. In het buitenland, de VS bvb zullen ze wel Brussels kennen terwijl ze zich bij Belgium dikwijls niets kunnen voorstellen en bij Flanders nog minder. Als je het economisch belang van Brussel voor België zou kunnen wegen kom je misschien wel uit bij 30 à 35 procent, zeker als je er de link naar Zaventem, Leuven en Ottignies bijneemt. Brussel staat op de 11de plaats in de ‘global cities index’. In de survey van  Knight Frank LLP i.s.m. de Citibank krijgt het zelfs de 6de plaats toegewezen. De rol van Brussel als zetel van zowel de NAVO als de EU speelt natuurlijk ook een rol, daaraan dankt het ook zijn 18de plaats in de ‘global power city index’, maar het is vooral op het vlak van de communicatie en de connectiviteit dat Brussel zo hoog scoort. Quid NVA?

En er is nog iets anders waar Tinneke het niet over heeft. In globale steden zoals Brussel  waar we parallel  met het transnationaal kapitaal ook meer en meer een transnationale werkende klasse vinden, bestaande uit enerzijds de hoogopgeleide kaders die van zowat overal kunnen komen en anderzijds de arbeidsmigranten die per definitie van overal komen. Voor beide groepen is de woon- en werkplaats niet langer de basis voor de vorming van een nationale identiteit. Er ontstaat daar een nieuw soort identiteit, een transnationale identiteit waar het klassieke nationalisme totaal geen vat op heeft.

“The linkage of people to territory as constituted in global cities is far less likely to be intermediated by the national state or “national culture.” We are seeing a loosening of identities from what have been traditional sources of identity, such as the nation or the village (Yaeger 1996). This unmooring in the process of identity formation engenders new notions of community, of membership, and of entitlement.” (The Global City: Strategic Site/New Frontier, Saskia Sassen, American Studies, 41:2/3: 79-95, p. 90)

De reden waarom NVA Brussel laat stikken heeft volgens mij ook te maken met het feit dat haar nationalistisch discours daar gewoon niet aanslaat. Het zal er ook nooit vaste voet onder de grond krijgen, dus laten ze het maar stikken. Maar natuurlijk speelt die verwaarlozing van Brussel, en dan vooral van de onderwijsfaciliteiten voor de lagere klasse in de kaart van het transnationale kapitaal. Zo wordt een de subklasse in stand gehouden die nodig om voor warme broodjes en propere toiletten te zorgen. En zo zijn we weer bij het adagio van de 19de eeuw van kerk en kapitaal: ‘Houdt gij ze dom, ik zal ze wel arm houden.’

Ik wil er ook nog op wijzen dat in het globaal economisch systeem de vakbonden niet machteloos staan. Alleen moeten ze zich richten op andere spitsectoren en bouwen aan internationale solidariteit[5]. Dit laatste begint blijkbaar meer en meer te lukken, zie bijvoorbeeld de solidariteitsactie in Feluy met de Franse raffinaderijwerkers. De stakingen in Frankrijk hebben bewezen dat het grootkapitaal (dat ook laten we dat niet vergeten een enorme consumptiemachine is) op zijn benen trilt als men het vervoersysteem plat legt door bvb de raffinaderijen te blokkeren. Stel u voor dat woedende communicatie technici  telkens op een willekeurig tijdstip, alle digitale transactie-lijnen van en naar de beurs te laten vastlopen?   Nu eens een uurtje, dan weer een halve dag?  Bekijk de paniek die uitbreekt als een paar honderd verkeersleiders van de luchthaven staken. En niet onbelangrijk, deze globale steden hebben ook nog altijd een belangrijke reserve aan heel goedkope arbeidskrachten nodig, dikwijls arbeidsmigranten, om hun enorme kantoorgebouwen te kuisen en te onderhouden, en om alle andere diensten aan te leveren die het leven in een stad mogelijk een aangenaam maken. De vakbonden staan niet machteloos, ze moeten alleen hun strategieën en tactieken wat bijstellen, ook bvb de al of niet legale, arbeidsmigratie in hun werking opnemen[6].

Om de kritiek op Tinnekes stuk af te sluiten nog dit: in de laatste paragraaf definieert ze subsidiariteit als “het organiseren van bevoegdheden op lokaal niveau” terwijl we in de Wikipedia lezen: “Het subsidiariteitsbeginsel is een organisatiewijze of regel in taakverdeling tussen ‘hogere’ en ‘lagere’ openbare overheden. Het houdt in algemene zin in dat hogere instanties niet iets moeten doen wat door lagere instanties kan worden afgehandeld.”  In deze context begrippen gaan herdefiniëren die toch al bijna niemand begrijpt, kan alleen maar de verwarring groter maken. Dat is niet fraai. Vergeet niet dat Tinneke een academica is. Ik vrees dat de ideologie het hier gehaald heeft op ernstig wetenschappelijk onderzoek.

Connectivity map van Global Cities

Hoe krijgen we het kreupele federalisme weer op de been

Nu de vraag van 1 miljoen. Welke staatsindeling willen we voor de komende 10, 20 jaar. Welk federalisme? Bon, ik beperkt me tot een aantal principes die in mijn ogen links zijn.

1) Overzichtelijke eenheden. Vlaanderen is even weinig overzichtelijk als België. Nadruk op die structuren die het dichts bij de bevolking staan. Zoveel mogelijk macht en middelen leggen bij de gemeenten zelf leggen. Tot nu toe hebben de Vlaamse regeringen net het tegenovergestelde gedaan. Alle gemeenten hebben middelen tekort. Belangrijke projecten om buurten op te waarderen moeten op die manier gespreid worden over decennia ipv over jaren. De centrale Vlaamse staat overstelpt de gemeenten met regelgevingen. Allerlei beleidsplannen en verslagen over elke denkbare materie moeten worden opgemaakt. Bergen papier produceren in plaats van bergen te verzetten noem ik dat. Bureaucratie in het kwadraat is het. Dit slorpt op gemeentelijk vlak enorm veel personeel en middelen op. Kleine gemeenten die niet voor elke materie een specialist in huis hebben moeten zelfs studiebureaus inhuren om al die beleidsplannen rond te krijgen. Snoeien in die boel. De gemeenten meer middelen MAAR vooral meer bevoegdheden geven in plaats van ze te behandelen als kleine kinderen die nog niet alleen de straat kunnen oversteken. Het Zweeds model laat zien dat dit werkt.

Van pure balorigheid heb ik wel even gespeeld met de idee van een Gents stadsgewest naar Zwitsers model… maar het is niet alleen de omvang van een gebied dat de overzichtelijkheid bepaalt. Met de communicatiemiddelen die we vandaag hebben spelen geografische factoren niet echt een rol meer van betekenis zoals dat in Zwitserland wel het geval was bij de opdeling. Het is wel de ingewikkeldheid van het huidige systeem die maakt dat het zo onoverzichtelijk is.

2) Polarisatie neutraliseren. De negen historische provincies als basiseenheid was 30 jaar geleden wel een goede oplossing geweest. Had men dat toen gedaan dan hadden we nu niet de problemen van polarisatie tussen de twee taalgroepen gehad. Dan had men van Brabant wel een tweetalig gebied moeten maken, zonder taalgrens. Maar het is wat het is, nu terug van zero herbeginnen en de ervaring van 30 jaar federalisme weggooien is ook een enorm risico, te meer omdat de situatie in Brussel ondertussen radicaal veranderd is. Als Global City heeft het heel specifieke problemen. Met enkel maar 2 taligheid alleen los je die problemen niet op. Er zijn intussen 4 talen dominant in Brussel: Frans, Engels, Nederlands en Arabisch. Als Global City heb je er nu te maken met een andere polarisatie die tussen hoogopgeleide kaders en een subproletariaat van arbeidsmigranten. Deze situatie vraagt een heel specifieke aanpak, die noch Vlaams, noch Waals is. Trouwens geen enkele Brusselaar voelt nog enige verwantschap met Vlaanderen of Wallonië. Dus wil ik het compleet lostrekken van de 2 andere regio’s als volwaardige regio/gewest. Dan krijgen we 3 grote eenheden, wat de kans op polarisatie toch serieus doet afnemen.

3) Vereenvoudiging van de structuren. Met enige pijn in het hart dan maar de provincies afschaffen ondanks hun historische verdienste. En ook het onderscheid tussen gewesten en regio’s opheffen. Het gewest was trouwens een constructie voor Brussel alleen. De eigenheid van Brussel was toen al duidelijk. Blijven over: een Vlaamse regio/gewest een Waals regio/gewest en een Brussels regio/gewest. Het Brussels gewest wordt ook een regio en wordt uitgebreid met alle gemeenten die zich na een referendum in alle Brabantse gemeenten bij dit Brussels stadsgewest willen voegen. Zo krijgt Brussel bevoegdheid over zijn eigen onderwijssysteem, dat nu door de 2 andere regio’s verwaarloosd wordt. Alleen voor de Duitstalige regio maak ik een kleine uitzondering. Dit wordt een beperkte culturele regio maar hoort voorts bij het Waalse gewest/regio.

4) Efficiente bestuurstructuren. De federalisering heeft geleid tot een over-bureaucratisering van het land. Alle partijen hebben gretig van die verwarde structuren geprofiteerd om hun vriendjes op goedverdienende kaderplaatsen te pilloteren.  Ik weet niet of er te veel volk werkt bij de staat, maar er zijn zeker te veel dik verdienende bazen die alleen maar in de weg lopen, de goede gang van zaken vertragen of zelfs saboteren als dat past in hun kraam past[7]. De regionalisering heeft het aantal ambtenaren in alle geval niet doen teruglopen volgens een studie van het Federaal Planbureau (zie De Morgen, 29 Okt. 2001). Het aantal ambtenaren had minstens gelijk moeten blijven, toch zijn er de laatste 15 jaar 100.000 bijgekomen en deze wildgroei heeft zich vooral in de regio’s afgespeeld. Het aantal ambtenaren op Federaal niveau is gelijk gebleven.

De Europese centrale bank stelt dat de Belgische overheden dezelfde output zouden kunnen leveren met 66% van de middelen die ze nu gebruiken (recentste studie met volledige cijfers over 2004). De besparingswinst die we aldus zouden kunnen realiseren bedraagt volgens dit rapport niet minder dan 50 (vijftig) miljard euro ! De effectiviteit moet een belangrijke factor worden. Ik vind het bijvoorbeeld onzinnig dat zonnepanelen door de regionale overheid gesubsidieerd worden. Gaat het klimaat anders opwarmen in Vlaanderen dan in Wallonië misschien? Dat soort anomalieën moet er uit vind ik.

5)  Een fraude- en corruptiebestendige administratie. België krijgt geen goed rapport van Transparency International. Fientje Moerman toonde aan dat onze Vlaamse politici de corruptie al evenmin schuwen. Is corruptie wel verantwoord als het onze corruptie is? Nee toch. België heeft een van de grootste schaduweconomiën van Europa. 21% volgens onderzoek van Friedrich Schneider.  Dat de staat door al die irreguliere circuits miljoenen belastingen misloopt moet eindelijk eens gedaan zijn. Belastingontduiking en -ontwijking moeten veel steviger aangepakt worden.

Een belangrijke verwijzing naar  de Global City fenomenen zoals beschreven door Saskia Sassen is hier op zijn plaats ter verduidelijking. Sassen legt uit dat in die Globale Steden, de reguliere economie verdwijnt en vervangen wordt door een woekerende schaduweconomie.

“Inequality in the profit-making capabilities of different sectors of the economy has always existed. But what we see happening today takes place on another order of magnitude and is engendering massive distortions in the operations of various markets, from housing to labor. For instance, the polarization among firms and households and in the spatial organization of the economy contribute, in my reading, towards the informalization of a growing array of economic activities in advanced urban economies. When firms with low or modest profit-making capacities experience an ongoing if not increasing demand for their goods and services from households and other firms in a context where a significant sector of the economy makes super-profits, they often cannot compete even though there is an effective demand for what they produce.Operating informally is often one of the few ways in which such firms can survive: for example, using spaces not zoned for commercial or manufacturing uses, such as basements in residential areas, or space that is not up to code in terms of health, fire, and other such standards. Similarly, new firms in low-profit industries entering a strong market for their goods and services may only be able to do so informally. Another option for firms with limited profit-making capabilitiesis to subcontract part of their work to informal operations.” (The Global City: Strategic Site/New Frontier, Saskia Sassen, American Studies, 41:2/3: 79-95, p. 84-85)

Dit is wat zich ook in Brussel afspeelt. Maar noch BDW, noch EDR, noch vele andere blinde politici willen dit zien. Ze laten de boel gewoon verder verrotten.

6) We mogen geen nieuwe buitenlanden creëren, dit is wat de NVA doet, dit gaat in tegen de economische globalisering. Dit is echt old school ook al overgiet je het met een democratisch of zelfs links sausje.  En ook al ontkent Tinneke dit, het kan wel degelijk een terugkeer naar de duistere tijden van het nationalisme inluiden. In Joegoslavië leidde dit soort nationalisme tot een absurde oorlog met Tudjman als de kampioen van de democratie en Milosevic als het socialistisch boegbeeld. Mensen en groepen uitsluiten creëert ook een catch 22 situatie. En natuurlijk als socialisten gaat dit in tegen ons internationalisme

7) Optimalisatie van de communicatie en uitwisseling. De Belgische staat moet een veel actievere rol gaan dan hij tot nu toe gedaan heeft. Hij heeft niet alleen de plicht om de solidariteit te organiseren, hij moet ook zorgen voor de nodige communicatie tussen de regio’s. Tot nu toe heb ik alleen het tegenovergestelde zien gebeuren. Georganiseerde anticommunicatie. Miljoenen weggooien aan mono-cultuurcentra in en rond Brussel maar zero aan interculturele betrekkingen en uitwisseling, om nog maar te zwijgen van de desinformatie die in beide regios de pan uit swingt. België is inderdaad een speciaal geval tussen andere federale staten. Het feit dat de politieke partijen zowel ideologische als langs regionale lijnen zijn georganiseerd is nefast. Het is wel hoopgevend dat zowel de ecologische partijen als de radicaal linkse groepen wel nog transregionaal werken. Het gebrek aan transregionale structuren werkt de onderlinge strijd in de hand. Dit kan niet blijven duren, dit gaat blijven ruzies uitlokken, zeker in een maatschappij waar de competitiviteit alles en iedereen overheerst. Ik weet niet of een federale kieskring iets zou oplossen, het maakt de zaken weer wat ingewikkelder… ik ben er geen voorstander van om nog veel toe te voegen aan de al hoge complexiteit van de hedendaagse maatschappij. Nee er moet gedacht worden in de richting van transregionale structuren voor uitwisseling en communicatie. Wat dat betreft is het toch de Waalse regio die het voortouw neemt daar waar ze in steeds meer scholen enkele vakken in het Nederlands onderwijst. Meertaligheid is sowieso een must. Maar je zou meer kunnen doen. Waarom bijvoorbeeld de betoelaging van toneelgezelschappen niet mee laten afhangen van het aantal voorstellingen dat ze geeft over de taalgrens. Is dat niet een bewijs van kwaliteit trouwens. Een muzikant die in meerdere landen bekend is waarderen we toch ook hoger dan een lokaal podiumbeest.

8) Verbreding van de solidariteit. Met de vakbonden en andere basisbewegingen moeten we nieuwe interregionale,  internationale en Europese solidariteitstructuren ontwikkelen die de Belgische ondersteunen en gedeeltelijk kunnen vervangen in de toekomst. Ook in de verzekerings wereld geldt het principe dat hoe meer klanten je hebt, hoe beter je de risico’s kunt spreiden. Natan, geloof ik, merkt op dat de Belgische sociale structuren ook vanuit Europa onder druk staan. Als Europa verder verrechtst klopt dat natuurlijk.  In feite heeft Europa op economisch vlak al altijd de competitiviteit opgedreven. De liberalisering van de diensten ondermijnt langs alle kanten de kwaliteit van die diensten, terwijl ze niet noodzakelijk goedkoper maakt. En als Europa Griekenland nu bijgesprongen is om het te beschermen tegen speculatie, was het ook maar alleen om dat daar geld aan verdiend kon worden. Dit moeten we afblokken. We moeten radicaal in de tegenaanval gaan op Europees vlak. Op lange termijn moet een echt Democratisch en Sociaal Europa onze doelstelling zijn. De discussie daarover wordt gevoerd o.a. op Werkplaats Europa. Maar ook Internationale solidariteit blijft meer dan ooit een must. Deze ligt ook volledig in lijn met de globalisering, alleen hadden de linksen dit programmapunt al lang voor de kapitalisten. Voor het kapitaal was het de voortdurende noodzaak aan expansie en het aanboren van nieuwe bronnen, zowel natuurlijke bronnen als gewillige menselijke bronnen, als loonslaven. Nu heeft het grootkapitaal een punt bereikt waar elke expansie, elke vlucht vooruit onmogelijk is geworden. Dit zou wel eens het einde van het kapitalistisch systeem ‘as such’ kunnen inluiden.

Interregionaliteit en solidariteit, en dan bedoel ik het hier met alle Europese regios en ook daarbuiten met regio’s overal in de Wereld, moet niet alleen van boven komen, maar ook van de basis. Op korte termijn moeten we contacten leggen met links daar waar we het kunnen. Als dat snel mogelijk is in Nederland, Duitsland, Luxemburg… moeten we het niet laten maar we mogen de big picture niet uit het oog verliezen, Europa en tenslotte de Wereld.

Ik ben me ervan bewust dat deze tekst ontoereikend is maar ik blijf er aan werken en ik heb er vertouwen in dat we weldra met de hulp van vele scherpe geesten een werkbaar alternatief zullen kunnen formuleren.


 

[1] Een: Elk politiek programma dat je wil toepassen in de praktijk moet consistent zijn wil je het achteraf nog kunnen evalueren. Een vat vol tegenstrijdigheden kun je niet evalueren. En het is natuurlijk ook niet de bedoeling de ene keer dat en de andere keer iets anders te zeggen, dat zien de mensen niet graag. Bon ik ben me bewust van het feit dat zelfs in de logica, consistentie geen voor de hand liggende zaken zijn. Gödel, Türing, Grice en het stopprobleem, dat is voor later. Een veel pregnanter probleem is Hoe bereik je consistentie voor een programma dat je met meerdere personen wil uitvoeren? Mijn antwoord daarop is door dialoog met die anderen. Ik gebruik hier bewust NIET het woord debat. Etymologisch deugt dat woord niet, daar zit ‘battre’ in, slaan en verslaan en dat mag niet de bedoeling zijn. Hier valt natuurlijk nog veel meer over te zeggen, maar dat is ook voor later.

Twee: Wetenschappelijk onderzoek van o.a. Kate Pickett en Richard Wilkinson heeft aangetoond dat hoe meer ongelijkheid er is in een maatschappij, hoe ongezonder die maatschappij is, hoe ongelukkiger de mensen zijn, hoe korter ze leven enz. Zie http://www.equalitytrust.org.uk/ Ongelijkheid zal ik dus waar ik ook kan bestrijden. Het kan niet dat 1 % rijken 60 %  of 80 % van alle maatschappelijke rijkdom bezit. Wil ik daarom het kapitalisme volledig afschaffen zoals Marx voorstelde. Nee ik zou volstaan met het reduceren van de rijkdom van de 1 % kapitalisten naar 10 %. Dat is nog 10 maal waar ze recht op hebben bij een compleet egalitaire mij. De overige 90 % zouden we dan zo gelijkmatig mogelijk moeten verdelen.  Als er een middenklasse moet zijn maak die dan zo groot mogelijk. Een strikt minimum is wel dat niemand, maar dan ook niemand nog in armoede zou mogen leven.

Waarom die kapitalisten niet volledig uitroeien? Wel de Steve Jobs (Apple) Serge Brins (Google) e.d. volledig uitsluiten zou wel eens contraproductief kunnen zijn. Die finders-fee gun ik hen, alhoewel er onderzoekers zijn die de fee niet opeisen zoals de ontdekker van van het polio-vaccin begin van de jaren 1950, Jonas Salk. Hij heeft het niet gepatenteerd, hij heeft het gewoon aan de maatschappij  geschonken. Hij vond dat zijn salaris als hoogleraar en geneesheer al voldoende was.

Drie: Een ander principe waar ik van wens uit te gaan is ‘The Wisdom of the Crowds’, uitvoerig beschreven door James Surowiecki. Een grote groep neigt er blijkbaar naar met de beste oplossingen voor de dag te komen. Voorwaarde is wel dat die massa bestaat uit onafhankelijk denkende individuen. Het is wel sterk aan te raden om het gelijknamige boek van James Surowiecki te lezen; want er zijn nog heel wat randvoorwaarden en het werkt zeker niet altijd. Dus democratie, directe democratie en ook een democratie waar iedereen zijn gelijke zeg heeft. Als je dit punt combineert met het vorige kom je ook automatisch bij economische democratie en zelfbeheer.

Vier: We moeten ten allen prijze het uitsluiten van mensen vermijden, niet alleen omdat het wreed is maar ook omdat het mensen mentaal kapot maakt omdat uitsluiting een destructieve catch 22 situatie creëert. Hierover heb ikzelf tekst-onderzoek gedaan zie http://home.deds.nl/~danielverhoeven/PDF/Doesrejectionhurt.pdf

Vijf: En tenslotte mijn milieu standpunt, dat is gebaseerd op een heel oude stelling van Marx die ik uit kritiek op het programma van Gotha haal:

“Arbeid is niet de bron van alle rijkdom. De natuur is in evenwaardige mate een bron van gebruikswaarden (die immers evengoed de materiële rijkdom uitmaken!) als de arbeid, die zelf slechts één der natuurkrachten manifesteert: de menselijke arbeidskracht.”

Mens en natuur moeten als evenwaardige bronnen naast elkaar beschouwd worden, en we moeten dus voor allebei dezelfde zorg koesteren.

[2] Vergeet niet dat Gent zelfs internationaal de voortrekker was bij de ontwikkeling van de coöperatieven

[3] Saskia Sassen is naast Noreena Herz en Naomi Klein een van de meest kritische en scherpzinnige analisten van de globalisering. Vanaf 1969, studeerde ze sociologie en economie aan de Notre Dame universiteit, in Indiana, waar ze een Master en Ph. D. haalde. Bovendien deed ze nog een Master  Filosofie in het Franse Poitiers. Ze is vlot, 5-talig. Ik leerde haar waarderen omwille van haar analyse van de werkmigratie waarvan ze de deplorabele toestand onvermoeibaar aanklaagt. Voor haar visie op de nieuwe structuur van het globaal kapitalisme waarin de ‘global cities’ een centrale rol spelen wordt ze ook tot ver buiten de linkse kringen gewaardeerd. Naar mijn mening krijgt ze binnen de anders globale beweging niet te aandacht die ze verdient. Waarschijnlijk omdat ze niet de media aandacht krijgt van iemand als Naomi Klein wiens ster allures me wel eens tegen de borst stuiten. Ze is een gedegen academicus, ze beloert haar onderzoeksmateriaal van alle kanten en schuwt geen inspanningen om te ontdekken wat er leeft in de buik van de maatschappij ook al moet ze daar weinig conventionele bronnen voor gebruiken. Nu ja, zeg zelf, de echte feiten over de illegale migratie vind je zelden in de krant. Het feit dat ze leerstoelen invulde aan Harvard, Columbia University en de befaamde London School of Economics zegt genoeg over haar hoge kwaliteit.

[4] Het artikel is korter en bevat reeds de centrale kerngedachten van het boek, maar het boek leest zo veel gemakkelijker en heeft bovendien de verdienste een pleiade aan documentatie te bevatten

[5] Ook de vakbond moet opnieuw de economische analyses maken die nodig zijn als kader van de actie. Ik heb altijd met veel respect de economische analyses van Marx gelezen, ook al kan ik me niet vinden in zijn politiek programma. De dictatuur van het proletariiaat, Grrrr. Zijn economische analyses waren wel een instrument van de vakbonden eind 19de, begin 20ste eeuw. Maar de analyses van Marx zijn toch wel voor een deel achterhaald. De primordiale rol van informatie en communicatie kon hij ook niet analyseren, het fenomeen deed zich nog niet voor, maar wij moeten dat vandaag wel doen en als we het even grondig als hij doen, dan zijn we weer bij.

[6] Ik weet dat het organiseren van de grootstedelijke werkmigranten aartsmoeilijk is, maar het is wel mogelijk. Er bestaan daar zelfs al geslaagde voorbeelden van. En het is meer dan ooit noodzakelijk want wat zich in de globale steden afspeelt is gruwelijk. De middenklasse (in marxistische termen arbeidersaristocratie) wordt er gewoon weggeveegd, omdat alle bedrijven die traditioneel het economisch weefsel van de stad uitmaakten, weggeconcurreerd worden door de hoofdkwartieren van het casinokapitalisme. Doordat de winsten van dat casinokapitalisme de hoogste toppen scheren zuigen ze alle kapitaal en faciliteiten weg van de andere bedrijven. Dus trekken die weg naar andere oorden ofwel drijven ze het niveau van de uitbuiting een versnelling hoger. Wat we krijgen als resultaat is een klasse van hoogopgeleiden die veel, veel te veel verdienen, die met bonussen van miljoenen euros per jaar aan de haal gaan en een onderklasse die elementaire diensten aan die nieuwe rijken levert tegen een hongerloon, en praktisch niets meer daartussen.

[7] Deze vaststelling is gebaseerd op mijn eigen ervaring toen ik werkte bij de geregionaliseerde VDAB, dit van 1989 tot 1994. Te veel volk liep daar niet rond. Daar werd hard gewerkt. Veel van mijn collega’s waren ook idealisten die echt werklozen wilden vooruit helpen, maar dat kon niet gezegd worden van de leiding. En ja, ook corruptie en contraproductief  politiek favoritisme was daar bewijsbaar aanwezig.

ILO meeting to discuss employment crunch in the financial sector

Published at ILO, 23 February 2009

Keywords also in Wikipedia:  Globalisation, Credit Crunch, Financial Crisis, Economy, Employment, Trade Unions, Social Movement, ILO

GENEVA (ILO News) – More than 100 senior representatives of governments, workers’ and employers’ organizations, gather here on 24-25 February to discuss the impact of the economic crisis on the more than 20 million people employed in the financial sector worldwide.

A new ILO report prepared for the meeting says jobs in financial services around the world have been strongly affected, with announced layoffs exceeding 325,000 between August 2007 and 12 February 2009.

With close to 40 per cent of the above losses, or 130,000 lost jobs, announced from October 2008 to 12 February 2009, the report also sees a rapid acceleration in financial services job cuts over recent months.

“These figures almost certainly understate the real situation in a sector which has been at the epicentre of the financial and economic crisis”, said Elizabeth Tinoco, Chief of the ILO’s Sectoral Activities Branch. “As the global economy sinks further into recession, and financial institutions’ assets experience even greater impairment, the industry’s job losses can be expected to rise even faster.”

The report defines the financial sector as being comprised of employees in the banking industry (retail banking and wholesale banking acting on national, regional or global financial markets); the insurance industry and re-insurance; and other financial intermediaries (e.g. hedge funds, mutual funds, wealth management firms, insurance agents and financial advisors, etc.).

Continue reading